Artikelen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Artikel

Over getuigschriften en zo

100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst

Trefwoorden wet op de arbeidsovereenkomst, historie, gezichtspunten, ontwikkelingen
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
  • Samenvatting

      Dit artikel is de bewerking van een op 31 mei 2007 voor de Vereniging van Arbeidsrecht gehouden voordracht over 100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst. In vervolg op uiteenzettingen van Levenbach en Van der Grinten bij het 50- en 75-jarig bestaan van die wet wordt bezien hoe wetgeving en rechtspraak zich in die periode hebben ontwikkeld, met een zwaar accent op de periode sinds 1982, wat aanleiding geeft tot enkele beschouwingen over de rol van wetgever en rechter in het arbeidsrecht, nu en in de toekomst.

  • Auteursinformatie

    Mr. R.A.A. Duk

    R. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

    Dit artikel is de bewerking van een op 31 mei 2007 voor de Vereniging van Arbeidsrecht gehouden voordracht over 100 jaar Wet op de arbeidsovereenkomst. In vervolg op uiteenzettingen van Levenbach en Van der Grinten bij het 50- en 75-jarig bestaan van die wet wordt bezien hoe wetgeving en rechtspraak zich in die periode hebben ontwikkeld, met een zwaar accent op de periode sinds 1982, wat aanleiding geeft tot enkele beschouwingen over de rol van wetgever en rechter in het arbeidsrecht, nu en in de toekomst.


Mr. R.A.A. Duk
R. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

De groepsrentebox: verduidelijking van staatssteuncriteria gewenst en gekregen?

Trefwoorden groepsrentebox, groepsvenootschappen, selectiviteitsbegrip, fiscale autonomie lidstaten
Auteurs Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
  • Samenvatting

      In de groepsrenteboxbeschikking heeft de Commissie zich uitgesproken over fiscale dispariteiten en de toerekening daarvan in het kader van staatssteun. Daarnaast heeft zij getracht helderheid te verschaffen over de vraag of voordelen die beperkt zijn tot ondernemingen die deel uit moeten maken van een groep per definitie selectief zijn. In deze bijdrage worden beide onderwerpen nader besproken.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. dr. R.H.C. Luja

    Prof. mr. dr. R.H.C. Luja is hoogleraar rechtsvergelijkend belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en verbonden aan Loyens & Loeff N.V.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Het beoogd toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector

Trefwoorden Verordening 1400/2002, verticale overeenkomsten, groepsvrijstelling, motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Kuijper
  • Samenvatting

      De Europese Commissie heeft onlangs een mededeling gepubliceerd met een voorstel voor het toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector. In het voorstel geeft de Commissie aan de in de sector gehanteerde verticale overeenkomsten niet meer te onderwerpen aan een sectorspecifieke groepsvrijstelling, maar de algemene groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten van toepassing te verklaren (aangevuld met sectorspecifieke richtsnoeren). Als het voorstel wordt doorgezet veranderen er wellicht een aantal kenmerkende factoren van het mededingingsrechtelijk kader die door de huidige sectorspecifieke Groepsvrijstellingsverordening 1400/2002 in het leven zijn geroepen. Dit wordt in dit artikel kort toegelicht.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. Kuijper

    Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Infopaq: het werkbegrip geharmoniseerd?

Trefwoorden auteursrechtelijke bescherming, werkbegrip, (gedeeltelijke) reproductie, harmonisatie
Auteurs Mr. H.M.H. Speyart
  • Samenvatting

      In zijn arrest van 16 juli 2009 in de zaak Infopaq moest het Hof van Justitie het begrip ‘gedeeltelijke reproductie’ uitleggen, zoals dat wordt gebruikt in de Richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij.1x Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, Pb. EG 2001 L 167, p. 10, ‘Richtlijn’. Het heeft daarbij in één moeite door ook het auteursrechtelijk werkbegrip uitgelegd, terwijl veel IE-beoefenaars ervan uitgingen dat dit begrip niet geharmoniseerd was. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of het werkbegrip inderdaad als geharmoniseerd moet worden beschouwd en worden de door het Hof gegeven interpretaties afgezet tegen de bestaande Nederlandse auteursrechtelijke rechtspraak.

    Noten

    • 1 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, Pb. EG 2001 L 167, p. 10, ‘Richtlijn’.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.M.H. Speyart

    Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Kartelverbod uitgebreid? Kartelondersteunende dienstverlener AC Treuhand beboet voor faciliteren kartel producenten organische peroxides

Auteurs Mr. M.C. van Heezik
  • Auteursinformatie

    Mr. M.C. van Heezik

    Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff Buruma N.V. De auteur dankt mr. I.W. VerLoren van Themaat en mr. A. Gerbrandy voor hun commentaar op het concept.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff Buruma N.V. De auteur dankt mr. I.W. VerLoren van Themaat en mr. A. Gerbrandy voor hun commentaar op het concept.
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Jurisprudentie

Vakantie aan het stuwmeer: over het recht van de zieke werknemer op jaarlijkse betaalde vakantie

Hof van Justitie EG 20 januari 2009, C-350/06 en C-520/06, JAR 2009/58

Trefwoorden vakantie, ziekte, verlof, opbouw vakantiedagen, opname vakantiedagen
Auteurs Mr. P.H. Burger
  • Samenvatting

      Het Hof van Justitie van de EG heeft in een recente uitspraak een oordeel gegeven over het recht van zieke werknemers op een jaarlijks betaalde vakantie, zoals dat in artikel 7 van de EG Richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidsduur is vastgelegd. De strekking van de uitspraak is dat ook zieke werknemers recht hebben op vakantie, maar dat de mogelijkheid tot het opnemen van vakantie tijdens ziekte wel kan worden beperkt. De werknemer heeft voorts recht op een financiële vergoeding indien de werknemer ook na de ziekteperiode niet van het recht op vakantie gebruik heeft kunnen maken.
      In de annotatie worden de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse vakantieregelgeving besproken, en wordt tevens naar aanleiding van gegeven kritiek besproken of het Hof van Justitie hiermee een onnavolgbare benadering heeft gekozen. In ieder geval is de door het Hof gekozen uitleg in overeenstemming met internationale normering, zoals totstandgekomen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie. De beperkte opbouw van vakantierechten tijdens ziekte in de Nederlandse regelgeving past niet binnen de benadering die het Hof van Justitie heeft gekozen wat betreft de gelijke rechten van zieke werknemers op vakantie. Indien zieke werknemers evenwel feitelijk op gelijke wijze als niet zieke werknemers in de gelegenheid worden gesteld om op vakantie te gaan, kan niet worden gesteld dat aan de waarborg uit de richtlijn niet wordt voldaan. Aanbevolen wordt deze mogelijkheid in de praktijk ook zeker te creëren en zo nodig het nationale recht richtlijnconform uit te leggen. Voorts wordt betoogd dat het verstandig zou zijn om de beperkte opbouw van vakantierechten voor langdurig zieke werknemers en de beperkte mogelijkheden om ziektedagen als vakantiedagen aan te merken, te laten vervallen.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.H. Burger

    Mr. P.H. Burger is verbonden aan het Advocatencollectief te Utrecht.

    Het Hof van Justitie van de EG heeft in een recente uitspraak een oordeel gegeven over het recht van zieke werknemers op een jaarlijks betaalde vakantie, zoals dat in artikel 7 van de EG Richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidsduur is vastgelegd. De strekking van de uitspraak is dat ook zieke werknemers recht hebben op vakantie, maar dat de mogelijkheid tot het opnemen van vakantie tijdens ziekte wel kan worden beperkt. De werknemer heeft voorts recht op een financiële vergoeding indien de werknemer ook na de ziekteperiode niet van het recht op vakantie gebruik heeft kunnen maken.
    In de annotatie worden de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse vakantieregelgeving besproken, en wordt tevens naar aanleiding van gegeven kritiek besproken of het Hof van Justitie hiermee een onnavolgbare benadering heeft gekozen. In ieder geval is de door het Hof gekozen uitleg in overeenstemming met internationale normering, zoals totstandgekomen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie. De beperkte opbouw van vakantierechten tijdens ziekte in de Nederlandse regelgeving past niet binnen de benadering die het Hof van Justitie heeft gekozen wat betreft de gelijke rechten van zieke werknemers op vakantie. Indien zieke werknemers evenwel feitelijk op gelijke wijze als niet zieke werknemers in de gelegenheid worden gesteld om op vakantie te gaan, kan niet worden gesteld dat aan de waarborg uit de richtlijn niet wordt voldaan. Aanbevolen wordt deze mogelijkheid in de praktijk ook zeker te creëren en zo nodig het nationale recht richtlijnconform uit te leggen. Voorts wordt betoogd dat het verstandig zou zijn om de beperkte opbouw van vakantierechten voor langdurig zieke werknemers en de beperkte mogelijkheden om ziektedagen als vakantiedagen aan te merken, te laten vervallen.


Mr. P.H. Burger
Mr. P.H. Burger is verbonden aan het Advocatencollectief te Utrecht.
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Hartlauer: reguleren van zorgverlening begrensd

Trefwoorden vrij verkeer, recht van vestiging, reguleren zorgmarkt, geschikheid en proportionaliteit, diensten van algemeen economisch belang (daeb)
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
  • Samenvatting

      Het Hof van Justitie EG heeft in het voorjaar een belangwekkende uitspraak gedaan, die meer inzicht geeft in de Europeesrechtelijke grenzen van het op nationaal niveau reguleren van het verlenen van zorg. Eerdere rechtspraak van het Hof had vooral betrekking op de regulering van de inkoop c.q. het verzekeren van zorg, en daarmee op de mobiliteit van patiënten en slechts indirect op het verlenen van zorg. Met deze eerste uitspraak over de aanbodzijde van de zorgmarkt is de cirkel rond. De mogelijkheden van zorgregulering zijn niet onbegrensd, maar Europa laat wel een grote mate van vrijheid aan de lidstaten om hun volksgezondheidstelsel naar eigen inzichten in te richten.

  • Auteursinformatie

    Mr. Y.A. Maasdam

    Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

    Mr. dr. J.J.M. Sluijs

    Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij GMW Advocaten in Den Haag.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Gelijke passagiersrechten voor alle vervoerswijzen?

Trefwoorden pssagiersrechten, bsverordening, scheepsverordening, passagiersvervoer, buspassagier
Auteurs Mr. E.L. Speijer
  • Samenvatting

      Na de uitbreiding en versterking van de rechten van vliegtuig- en treinpassagiers zullen ook de rechten van passagiers van schepen, autobussen en touringcars beter worden beschermd. De Europese Commissie heeft hiertoe in het najaar van 2008 twee voorstellen ingediend die voorzien in strengere regels en compensatie in geval van annulering en vertraging, bijstand aan personen met een beperkte mobiliteit en vergoedingen bij ongelukken. Met deze aan de luchtvaartverordening ontleende voorstellen worden de in de luchtvaartsector geldende passagiersrechten uitgebreid tot de andere vervoerssectoren. Het is echter de vraag of de doelstelling van Commissie, namelijk gelijke passagiersrechten voor alle vervoerswijzen, zal worden bereikt.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.L. Speijer

    Mr. E.L. Speijer is per 1 september 2009 werkzaam als advocaat-stagiair bij De Brauw.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
  • Samenvatting

      Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.

  • Auteursinformatie

    Mr. G.P. van Duijvenvoorde

    Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

    Mr. M.A. Prinsen Geerligs

    Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Artikel

Werkgeversaansprakelijkheid: ligt de oplossing in Amerika?

Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, risicoaansprakelijkheid, Workers’ Compensation
Auteurs L.B. de Graaf
  • Samenvatting

      Na vijf arresten van de Hoge Raad uit 2008 is de discussie over het aannemen van een risicoaansprakelijkheid voor werkgerelateerde schade voor werkgevers losgekomen. De auteur bespreekt aan de hand van het Amerikaanse systeem van Workers’ Compensation de positieve en negatieve kanten van een systeem van risicoaansprakelijkheid. Hij onderzoekt of een dergelijk systeem de problemen kan oplossen die momenteel aan de orde zijn in de Nederlandse werkgeversaansprakelijkheid. De auteur concludeert aan de hand van de Amerikaanse ervaringen dat een risicoaansprakelijkheid de meeste problemen kan oplossen. Hij waarschuwt echter dat de wetgever vóór het aannemen van risicoaansprakelijkheid duidelijk moet vaststellen wat het speelveld is voor werkgevers en werknemers om de onduidelijkheden te voorkomen die het Nederlandse systeem van werkgeversaansprakelijkheid momenteel parten spelen.

  • Auteursinformatie

    L.B. de Graaf

    Laurens de Graaf is advocaat bij BarentsKrans N.V.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Daadwerkelijke uitvoering geven aan concessies en vergunningen verplicht op grond van vrij verkeer van diensten

Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

‘Cepsa-ii’: het agentuur-beoordelingskader van de commissie opnieuw bevestigd

Auteurs Mr. H.M. Cornelissen
  • Auteursinformatie

    Mr. H.M. Cornelissen

    Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij de Automotive Industry Group van Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Aanbestedingsrecht in beweging: een overzicht van recente ontwikkelingen

Auteurs Prof. mr. J.M. Hebly en mr. F.G. Wilman
  • Auteursinformatie

    Prof. mr. J.M. Hebly

    Prof. mr. J.M. Hebly is bijzonder hoogleraar Bouwrecht aan de Universiteit Leiden en advocaat bij Houthoff Buruma

    mr. F.G. Wilman

    Mr. F.G. Wilman is advocaat bij Houthoff Buruma

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Kroniek

Het mededingingsrecht van 2008 in vogelvlucht

Auteurs Mr. O.L. van Daalen en mr. M.F. van Wissen
  • Auteursinformatie

    Mr. O.L. van Daalen

    De auteurs zijn advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

    mr. M.F. van Wissen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Anti-suit injunctions – weg ermee! Arbitrage-exceptie – weg ermee!

Auteurs Mr. J.J. van Haersolte-van Hof
  • Auteursinformatie

    Mr. J.J. van Haersolte-van Hof

    Mr. J.J. van Haersolte- van Hof is advocaat bij Freshfields Bruckhauser Deringer LLP te Den Haag.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Het arrest Ryanair: staatssteunverlenende overheden als ‘economische eenheid’

Auteurs Mr. T.B. Bruyninckx
  • Auteursinformatie

    Mr. T.B. Bruyninckx

    Mr. T.B. Bruyninckx is advocaat bij kantoor Altius aan de balie te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Vijf keer televisie, films en boeken – het cultuurbelang in het Gemeenschapsrecht anno 2009

Trefwoorden cultuurbelang, must-carry, pluriformiteit, prejudiciële uitspraken
Auteurs Mr. H.S.J. Albers
  • Samenvatting

      In dit artikel worden vijf arresten uit de periode van december 2007 tot april 2009 besproken. Deze vijf arresten hebben gemeen dat zij alle betrekking hebben op het nationale cultuurbeleid en de bescherming van de taal en de pluriformiteit. Uit de analyse van de vijf besproken arresten blijkt dat het inroepen van het cultuurbelang in het Gemeenschaprecht anno 2008/2009 in principe niet leidt tot een alternatieve toepassing van het Gemeenschapsrecht. Slechts met betrekking tot gerechtvaardigde culturele, taal- of pluriformiteitsgerelateerde eisen die een ‘inherent’ bevoordelend effect hebben, zoals een taaleis ter bescherming van de nationale of officiële taal, of de plicht lokaal nieuws te brengen ter bescherming van de pluriformiteit, wordt een bijzondere positie geaccepteerd. In dergelijke gevallen is immers onvermijdelijk dat marktdeelnemers die in de betreffende lidstaat zijn gevestigd gemakkelijker aan de gestelde eisen kunnen voldoen dan marktdeelnemers die daarbuiten zijn gevestigd.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.S.J. Albers

    Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma, Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2008

Auteurs Mr. Maarten de Jong en Mr. Luke Haasbeek
  • Samenvatting

      Ondanks de financiële crisis is het aantal concentratiemeldingen in 2008 niet afgenomen. De NMa heeft een vergelijkbaar aantal zaken behandeld als in voorgaande jaren. Deze hebben geleid tot een aantal interessante besluiten. In de zaak Telefoongids/Gouden Gids heeft de NMa voor het eerst een effectanalyse toegepast zonder de relevante markt af te bakenen. De NMa maakt een uitvoerige analyse van de te verwachten gevolgen van de fusie zonder in te gaan op de marktaandelen van de partijen. In de zaken Evean/Philadelphia/Woonzorg en KPN/Reggefiber leidden verticale effecten tot mededingingsrechtelijke bezwaren, waarvoor remedies nodig waren. De NMa gaat daarbij voor het eerst uitgebreid in op de Richtsnoeren niet-horizontale fusies van de Commissie. Bovendien heeft de NMa voor het eerst onder het nieuwe boeteregime boetes opgelegd voor het niet melden van een concentratie.

  • Auteursinformatie

    Mr. Maarten de Jong

    Maarten de Jong is advocaat in Amsterdam.

    Mr. Luke Haasbeek

    Luke Haasbeek is advocaat in Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

De beoordeling van samenwerkingsvormen in de zorg onder artikel 6 Mw

Ketenzorg is geen kartel

Trefwoorden VWS, ketenzorg, samenwerkingsvormen, mededinging, zorg, art. 6 Mw
Auteurs Mr. drs. B.M.M. Reuder, Dr. G. Tezel en mr. I.W. VerLoren van Themaat
  • Samenvatting

      Het Ministerie van VWS staat in de zorg zowel meer concurrentie, als meer samenwerking voor, waaronder samenwerking in de vorm van ketenzorg. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. Marktwerking wordt immers vaak geassocieerd met de plicht voor partijen zelfstandig strategische keuzes te maken, terwijl ketenzorg juist vergaande afstemming verlangt. Dit artikel laat zien dat het mededingingsrecht niet in de weg staat aan realisatie van beide beleidsdoelen. Het mededingingsrecht biedt voldoende ruimte voor samenwerkingen die bijdragen aan de zorgdoelen kwaliteit, betaalbaarheid en bereikbaarheid, doch verbiedt afspraken die de marktwerking verder beperken dan noodzakelijk is voor de realisatie van deze doelstellingen.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. B.M.M. Reuder

    Mr. drs. B.M.M. Reuder is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

    Dr. G. Tezel

    Dr. G. Tezel is principal manager bij PricewaterhouseCoopers Advisory.

    mr. I.W. VerLoren van Themaat

    Mr. I.W. VerLoren van Themaat is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Zorgfusies getoetst

Een juridisch perspectief

Auteurs Mr. M. Snoep, Mr. D. Schrijvershof en Mr. S. Chamalaun
  • Samenvatting

      Bij de toetsing van zorgfusies door de NMa komt een aantal onderwerpen geregeld terug. In deze bijdrage zullen de belangrijkste onderwerpen worden besproken. Ook bespreken wij twee onderwerpen die nog niet of weinig aan de orde zijn geweest, maar die in de toekomst wel eens in belang zouden kunnen toenemen, meer in het bijzonder vanwege het recente besluit van de NMa in de zaak van de Zeeuwse ziekenhuizen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. Snoep

    Mr. M. Snoep is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

    Mr. D. Schrijvershof

    Mr. D. Schrijvershof is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.

    Mr. S. Chamalaun

    Mr. S. Chamalaun is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.