Zoekresultaten

Zoekresultaat:
1236 artikelen
x
Rechtsgebied Ondernemingsrecht x
Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.S.J.M. van Gangelen

    Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

    Mr. G.H Gispen

    Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
  • Samenvatting

      Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Jong

    Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
  • Samenvatting

      Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.R. van der Zee

    Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De implementatie van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwft, witwassen, uiteindelijk belanghebbende, politiek prominente personen, vierde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
  • Samenvatting

      De vierde anti-witwasrichtlijn is in werking getreden en diende uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. In verband met de implementatie van de richtlijn wijzigt onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen besproken als gevolg van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden en de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. De implementatie heeft een aanzienlijke impact op het beleid van alle instellingen die onder de Wwft vallen. Zo zullen de instellingen hun beleid moeten aanpassen en gebruik moeten gaan maken van het register met uiteindelijk belanghebbenden. De risicogebaseerde benadering komt nog meer naar voren in het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.M. van Poelgeest

    Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy advocatuur.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het borgtochtverweer in de context van overnamecontracten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden borgtochtverweer, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid, afbakeningscriterium, overname
Auteurs Mr. J.M. Möller
  • Samenvatting

      Het borgtochtverweer, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid op verzoek van degene die zich aansprakelijk heeft gesteld wordt geherkwalificeerd tot borgtocht, zorgt in de financieringspraktijk er nog wel eens voor dat een schuldeiser met lege handen achterblijft. De vraag is of er ook risico’s op een dergelijke herkwalificatie bestaan in de context van overnames. Hiervoor bekeek de auteur de bestaande jurisprudentie en probeerde daaruit bepalende factoren voor de overnamepraktijk te ontlenen. De conclusie luidt dat – net als in de financieringspraktijk – een natuurlijk persoon al snel bescherming toekomt en als borg wordt gekwalificeerd. In concernverhoudingen houdt hoofdelijke aansprakelijkheid in beginsel stand, omdat al snel mag worden aangenomen dat een groepsvennootschap die zich hoofdelijk aansprakelijk stelt indirect profijt van een transactie zal hebben.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.M. Möller

    Mr. J.M. Möller is advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Regulering van betaaldienstverlening onder PSD II – is tech eating everything?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden PSD II, stand van zaken, betaalinitiatiedienst, rekeninginformatiedienst, open banking
Auteurs Mr. J. den Hamer en Mr. R. Middelburg
  • Samenvatting

      Op 12 januari 2016 is de herziene richtlijn betaaldiensten (PSD II) in werking getreden. Deze richtlijn vervangt de richtlijn betaaldiensten van 2007 (PSD). Met PSD is destijds een vergunningplicht geïntroduceerd voor een nieuw type financiële onderneming: de betaaldienstverlener. PSD II beoogt twee nieuwe, innovatieve betaaldiensten, namelijk betaalinitiatie- en rekeninginformatiediensten, te reguleren om zodoende de interne markt voor betalingsverkeer te versterken. PSD II zal ‘open banking’ stimuleren.

  • Auteursinformatie

    Mr. J. den Hamer

    Mr. J. den Hamer is advocaat op de sectie Banking & Finance van Dentons Boekel.

    Mr. R. Middelburg

    Mr. R. Middelburg is advocaat op de sectie Banking & Finance van Dentons Boekel.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Governance Seminar – Bescherming: Nederland op slot?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden bescherming, activistische aandeelhouder, openbaar bod, vijandige overname, beursvennootschap
Auteurs Mr. Q.H. van Vliet
  • Samenvatting

      Op 7 juni 2017 organiseerde Loyens & Loeff een Governance Seminar onder voorzitterschap van Charles Groenhuijsen. Het thema ‘Bescherming: Nederland op slot?’ werd door prominente sprekers uit allerlei invalshoeken belicht. Aan de hand van vier stellingen (die ook aan het publiek voorgelegd werden) ontstond een interessante discussie. De auteur geeft een beknopt verslag van hetgeen tijdens het seminar is besproken.

  • Auteursinformatie

    Mr. Q.H. van Vliet

    Mr. Q.H. van Vliet is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Casus

Lange termijn waardecreatie van de beursvennootschap en de daaraan verbonden onderneming, het bestendige succes van de (dochter)onderneming en het begrip ‘vennootschappelijk belang’: harmonie of disharmonie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, vennootschappelijk belang, Concernbelang, het bestendige succes van de onderneming, lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof. mr. M.M. Mendel en Prof. mr. W.J. Oostwouder
  • Samenvatting

      In de Cancun-beschikkingen uit 2014 heeft de Hoge Raad het begrip ‘het bestendige succes’ van de onderneming geïntroduceerd. De auteurs beantwoorden de vraag hoe dit begrip zich verhoudt tot (1) de rechtsregel uit de ABN AMRO- en ASMI-beschikkingen dat het bestuur van een nv of bv het eigen belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop behoort te stellen, en (2) (bij een concernvennootschap) het concernbelang. Vervolgens geven zij aan hoe ‘het bestendige succes’ van de onderneming zich verhoudt tot de ‘lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming’ uit de Nederlandse Corporate Governance Code 2016.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. M.M. Mendel

    Prof. mr. M.M. Mendel is emeritus hoogleraar Handelsrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer Hof Amsterdam

    Prof. mr. W.J. Oostwouder

    Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

FinTech: inleiding, huidige ontwikkelingen en (toezichtrechtelijke) stand van zaken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden FinTech, financieel toezicht, herziening Wft
Auteurs Mr. J.A. Voerman en Mr. J. Baukema
  • Samenvatting

      De ontwikkelingen op het gebied van FinTech gaan snel. FinTech lijkt dan ook een ware gamechanger. In deze bijdrage gaan de auteurs nader in op FinTech. Zij verwachten dat gevestigde techbedrijven vanwege hun slagkracht het meest van FinTech (zullen) profiteren. De gevestigde financiële ondernemingen maken echter ook een goede kans indien zij gebruikmaken van start-ups. Verder zien de auteurs dat overheden zich al actief met FinTech bezighouden. Een goede ontwikkeling, die in hun ogen vervolg moet krijgen. Daarnaast is het voor de ontwikkeling van FinTech van belang dat de wetgever bij het opstellen van toekomstige wet- en regelgeving zo veel mogelijk anticipeert op een flexibele wetstoepassing, die dit snel veranderende onderdeel van de financiële sector vergt. Deze bijdrage is van belang voor iedereen die meer wil weten over FinTech en de financieelrechtelijke stand van zaken aangaande dit onderwerp.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.A. Voerman

    Mr. J.A. Voerman is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

    Mr. J. Baukema

    Mr. J. Baukema is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De nieuwste maatstaf van de Hoge Raad bij 403-aansprakelijkheid: ‘onmiskenbaar ongegrond’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden 403-verklaring, overblijvende aansprakelijkheid, onmiskenbaar ongegrond, verzet, niet-ontvankelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
  • Samenvatting

      Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat een partij die verzet doet tegen een voorgenomen beëindiging van overblijvende 403-aansprakelijkheid (art. 2:404 BW), alleen niet als schuldeiser kan worden aangemerkt als de vordering waarop het verzet is gebaseerd, ‘onmiskenbaar ongegrond’ is. De Hoge Raad voegt eraan toe dat een verzet gegrond dient te worden verklaard indien de schuldeiser als gevolg van de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in een slechtere positie zou komen te verkeren. De auteur analyseert de beschikking van de Hoge Raad en plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.R.C. van Zoest

    Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
  • Samenvatting

      In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Fluit

    Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Recht voor de zorgmarkten

Een overzicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden zorgmarkten, zorginstellingen, gezondheidsrecht, Zorgverzekeringswet, zorginkoop
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
  • Samenvatting

      De wetgever heeft ervoor gekozen om de zorg in te richten als een markt en zij is een aanzienlijk (complex) aandeel van onze economie geworden. De zorgmarkten zijn sterk gereguleerd door de overheid. Niettemin opereren zorginstellingen op de zorgmarkt steeds meer als gewone ondernemingen en zijn recht en financiering van de zorg een deel van het ondernemingsrecht. Dit artikel geeft een overzicht van deze verhoudingen.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. J.G. Sijmons

    Prof. mr. dr. dr. J.G. Sijmons is hoogleraar Gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen NV.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De faillerende zorginstelling

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Faillissementswet, marktwerking in de zorg, faillissementen in de zorg, zorgverzekeraar, continuïteit van zorg
Auteurs Mr. K. Meersma, Mr. T. Hekman en Mr. J. Rijken
  • Samenvatting

      De introductie van marktwerking in de gezondheidszorg heeft tot gevolg dat zorginstellingen in toenemende mate blootgesteld worden aan het risico van een faillissement. De publieke belangen in de zorg maken dat het faillissement van een zorginstelling een aantal eigenaardigheden kent. De auteurs verkennen in dit artikel een aantal bijzonderheden door de rollen van de overheid, de zorgverzekeraar en de curator onder de loep te nemen.

  • Auteursinformatie

    Mr. K. Meersma

    Mr. K. Meersma is advocaat bij AKD.

    Mr. T. Hekman

    Mr. T. Hekman is advocaat bij AKD.

    Mr. J. Rijken

    Mr. J Rijken is advocaat bij AKD.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Governance in het ziekenhuis

Het participatiemodel als Haarlemmerolie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden vrijgevestigd medisch specialist, participatiemodel, aandeelhouder, gelijkgerichtheid, bestuurbaarheid
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaat de auteur in op de verhoudingen binnen het ziekenhuis. Belicht worden de door de tijd gewijzigde rol en positie van de medisch specialist en de raad van bestuur van het ziekenhuis in relatie tot de nimmer aflatende beslissingen vanuit de wetgever die invloed uitoefenen op die positie. De auteur schetst een mogelijke invulling van het door de politiek geopperde participatiemodel en gaat in op het op dit moment schaarse aantal praktijkvoorbeelden waarbij bestuurbaarheid en gelijkgerichtheid binnen het ziekenhuis vanuit de hoek van het ondernemingsrecht handen en voeten worden gegeven.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.A.M. van den Ende

    Mr. T.A.M. van den Ende is advocaat/partner Gezondheidszorg bij Nysingh advocaten-notarissen.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Casus

De Governancecode Zorg 2017

Wondermiddel, doekje voor het bloeden of een geschikt instrument?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Governancecode Zorg 2017, Corporate Governancecode 2016, Zorgbrede Governancecode, Corporate governance, Zorg
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. F.L. Leijdesdorff
  • Samenvatting

      Op 15 december 2016 is de Governancecode Zorg 2017 aangeboden aan de cliëntenorganisaties binnen de zorg. De auteurs van dit artikel houden deze Code tegen het licht en vergelijken deze met de Zorgbrede Governancecode 2010 en de Corporate Governancecode 2016. Voorts beantwoorden zij de volgende vragen: (a) draagt de Code op een adequate wijze bij aan de vier speerpunten van het beleid van de minister van VWS; (b) hoe vernieuwend is de Code; (c) wat moet er in de bestuurskamer en de kamer van de raad van toezicht veranderen; en (d) vergroot de Code het aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders en leden van de raad van toezicht?

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. W.J. Oostwouder

    Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

    Mr. F.L. Leijdesdorff

    Mr. F.L. Leijdesdorff is advocaat partner bij het Zorgteam van Loyens & Loeff.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Een verkenning van het fenomeen ‘reliance’ verstrekken in de overname- en financieringspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden reliance letter, due diligence-rapport, zorgplicht
Auteurs Mr. K.J. Koops en Mr. H.K. Schrama
  • Samenvatting

      De auteurs duiden in dit artikel de situatie waarin een advocaat een derde door middel van een ‘reliance letter’ laat afgaan op zijn due diligence-rapport. Zij gaan daarbij in op de vraag of in die situatie een zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat en wat de omvang van die zorgplicht is. De auteurs zien goede redenen om aan te nemen dat de advocaat en de derde op basis van de reliance letter een overeenkomst aangaan, maar achten onaannemelijk dat een (eigen) zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat.

  • Auteursinformatie

    Mr. K.J. Koops

    Mr. K.J. Koops is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. H.K. Schrama

    Mr. H.K. Schrama is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het fzo-pandrecht op giraal saldo: een alternatief voor de huidige verpandingspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden fzo-pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, pandrecht, giraal saldo, controlevereiste
Auteurs Mr. S. Swinkels
  • Samenvatting

      Het pandrecht in het kader van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo-pandrecht) is nog een vrij onbekende rechtsfiguur. Onterecht, want het fzo-pandrecht kan in de praktijk een andere uitwerking hebben dan ‘reguliere’ pandrechten en daarmee voordelen meebrengen voor marktpartijen. In dit artikel wordt onderzocht of fzo-pandrechten gebruikt kunnen worden in de huidige verpandingspraktijk, waar vooralsnog een openbaar pandrecht wordt bedongen op het girale saldo van een bankrekening. Belangrijk aspect van deze praktijk is dat de pandgever in zijn hoedanigheid van rekeninghouder over de rekening wil blijven beschikken. Dit levert problemen op met het zogenaamde ‘controlevereiste’.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Swinkels

    Mr. S. Swinkels is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

‘Elk nadeel heb z’n voordeel’: (bewijslast)problematiek rondom het passing-on verweer in kartelschadezaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden bewijslast, passing-on verweer, kartelschadezaken, schadeverweer, voordeelstoerekening
Auteurs Rogier Meijer en Erik-Jan Zippro
  • Samenvatting

      In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest TenneT/ABB, de Richtlijn en de Implementatiewet ingegaan op de manier waarop wordt omgegaan met het bewijs in kartelschadezaken, in het bijzonder bij het passing-on verweer.

  • Auteursinformatie

    Rogier Meijer

    Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

    Erik-Jan Zippro

    Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Markttoezicht in de gezondheidszorg na wijziging Wmg

Overheveling van een AMM-instrument van de NZa naar ACM en verruimde toepassing daarvan

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Auteurs Sjaak van der Heul en Frank Cornelissen
  • Samenvatting

      Momenteel worden de zorgspecifieke aspecten van een voorgenomen concentratie in de zorgsector – na een melding van de betrokken partijen – getoetst door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ook is de NZa op grond van artikel 48 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) bevoegd om verplichtingen op te leggen aan zorgaanbieders en -verzekeraars die beschikken over aanmerkelijke marktmacht (AMM). Als het aan minister Schippers van VWS ligt, gaat daarin per 1 januari 2017 verandering komen. Zij stelt voor deze taken door een wetswijziging van de Wmg over te hevelen naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die beoogde overheveling gaat gepaard met enkele materiële wijzigingen in het zorgspecifieke mededingingstoezicht. In dit artikel analyseren de auteurs het wetsvoorstel en voorzien dat van commentaar.

  • Auteursinformatie

    Sjaak van der Heul

    Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

    Frank Cornelissen

    Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Verplichte sportarbitrage als uitbuitingsmisbruik: de Pechstein-zaak door de lens van artikel 102 VWEU

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Claudia Pechstein, arbitrageclausule, Hof van Arbitrage voor Sport, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Ben Van Rompuy
  • Samenvatting

      Met zijn uitspraak in de Pechstein-zaak legde het Duitse Oberlandesgericht München (OLG) een bom onder de fundamenten van de internationale sportrechtspraak. Volgens het OLG maakte de Internationale Schaatsunie misbruik van haar machtspositie door aan de schaatser Claudia Pechstein een arbitrageclausule ten gunste van het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) verplicht op te leggen. Hoewel het OLG enkel nationaal mededingingsrecht toepaste, analyseren we in deze bijdrage de zaak vanuit het perspectief van het Europees mededingingsrecht. Immers, indien het eenzijdig opleggen van CAS-arbitrageclausules – een gangbare praktijk van internationale sportbonden – ook misbruik vormt in de zin van artikel 102 VWEU, zouden de praktische implicaties voor de toekomst van het CAS nog verregaander zijn.

  • Auteursinformatie

    Ben Van Rompuy

    Prof. dr. B. Van Rompuy is onderzoeker bij het T.M.C. Asser Instituut en gastdocent mededingingsbeleid aan de Vrije Universiteit Brussel.

Toont 1 - 20 van 1236 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50