Zoekresultaten

Zoekresultaat:
1221 artikelen
x
Rechtsgebied Ondernemingsrecht x
Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Een verkenning van het fenomeen ‘reliance’ verstrekken in de overname- en financieringspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden reliance letter, due diligence-rapport, zorgplicht
Auteurs Mr. K.J. Koops en Mr. H.K. Schrama
  • Samenvatting

      De auteurs duiden in dit artikel de situatie waarin een advocaat een derde door middel van een ‘reliance letter’ laat afgaan op zijn due diligence-rapport. Zij gaan daarbij in op de vraag of in die situatie een zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat en wat de omvang van die zorgplicht is. De auteurs zien goede redenen om aan te nemen dat de advocaat en de derde op basis van de reliance letter een overeenkomst aangaan, maar achten onaannemelijk dat een (eigen) zorgplicht van de advocaat tegenover de derde ontstaat.

  • Auteursinformatie

    Mr. K.J. Koops

    Mr. K.J. Koops is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. H.K. Schrama

    Mr. H.K. Schrama is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het fzo-pandrecht op giraal saldo: een alternatief voor de huidige verpandingspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden fzo-pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, pandrecht, giraal saldo, controlevereiste
Auteurs Mr. S. Swinkels
  • Samenvatting

      Het pandrecht in het kader van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo-pandrecht) is nog een vrij onbekende rechtsfiguur. Onterecht, want het fzo-pandrecht kan in de praktijk een andere uitwerking hebben dan ‘reguliere’ pandrechten en daarmee voordelen meebrengen voor marktpartijen. In dit artikel wordt onderzocht of fzo-pandrechten gebruikt kunnen worden in de huidige verpandingspraktijk, waar vooralsnog een openbaar pandrecht wordt bedongen op het girale saldo van een bankrekening. Belangrijk aspect van deze praktijk is dat de pandgever in zijn hoedanigheid van rekeninghouder over de rekening wil blijven beschikken. Dit levert problemen op met het zogenaamde ‘controlevereiste’.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Swinkels

    Mr. S. Swinkels is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

‘Elk nadeel heb z’n voordeel’: (bewijslast)problematiek rondom het passing-on verweer in kartelschadezaken

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden bewijslast, passing-on verweer, kartelschadezaken, schadeverweer, voordeelstoerekening
Auteurs Rogier Meijer en Erik-Jan Zippro
  • Samenvatting

      In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest TenneT/ABB, de Richtlijn en de Implementatiewet ingegaan op de manier waarop wordt omgegaan met het bewijs in kartelschadezaken, in het bijzonder bij het passing-on verweer.

  • Auteursinformatie

    Rogier Meijer

    Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

    Erik-Jan Zippro

    Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij Zippro Meijer Citteur advocaten.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Markttoezicht in de gezondheidszorg na wijziging Wmg

Overheveling van een AMM-instrument van de NZa naar ACM en verruimde toepassing daarvan

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2016
Auteurs Sjaak van der Heul en Frank Cornelissen
  • Samenvatting

      Momenteel worden de zorgspecifieke aspecten van een voorgenomen concentratie in de zorgsector – na een melding van de betrokken partijen – getoetst door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ook is de NZa op grond van artikel 48 Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) bevoegd om verplichtingen op te leggen aan zorgaanbieders en -verzekeraars die beschikken over aanmerkelijke marktmacht (AMM). Als het aan minister Schippers van VWS ligt, gaat daarin per 1 januari 2017 verandering komen. Zij stelt voor deze taken door een wetswijziging van de Wmg over te hevelen naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die beoogde overheveling gaat gepaard met enkele materiële wijzigingen in het zorgspecifieke mededingingstoezicht. In dit artikel analyseren de auteurs het wetsvoorstel en voorzien dat van commentaar.

  • Auteursinformatie

    Sjaak van der Heul

    Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

    Frank Cornelissen

    Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Verplichte sportarbitrage als uitbuitingsmisbruik: de Pechstein-zaak door de lens van artikel 102 VWEU

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Claudia Pechstein, arbitrageclausule, Hof van Arbitrage voor Sport, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Ben Van Rompuy
  • Samenvatting

      Met zijn uitspraak in de Pechstein-zaak legde het Duitse Oberlandesgericht München (OLG) een bom onder de fundamenten van de internationale sportrechtspraak. Volgens het OLG maakte de Internationale Schaatsunie misbruik van haar machtspositie door aan de schaatser Claudia Pechstein een arbitrageclausule ten gunste van het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) verplicht op te leggen. Hoewel het OLG enkel nationaal mededingingsrecht toepaste, analyseren we in deze bijdrage de zaak vanuit het perspectief van het Europees mededingingsrecht. Immers, indien het eenzijdig opleggen van CAS-arbitrageclausules – een gangbare praktijk van internationale sportbonden – ook misbruik vormt in de zin van artikel 102 VWEU, zouden de praktische implicaties voor de toekomst van het CAS nog verregaander zijn.

  • Auteursinformatie

    Ben Van Rompuy

    Prof. dr. B. Van Rompuy is onderzoeker bij het T.M.C. Asser Instituut en gastdocent mededingingsbeleid aan de Vrije Universiteit Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Wet Markt en Overheid: hoe nu verder?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden marktoptreden overheid, Wet Markt en Overheid, algemeenbelangbepaling, verbod
Auteurs Raymond Gradus
  • Samenvatting

      De effectiviteit van de onlangs ingevoerde Wet Markt en Overheid wordt betwijfeld. Een initiatief vanuit de Tweede Kamer stelt daarom een ‘nee-tenzij’-benadering voor een op de markt opererende overheid voor. Een schets van de voorgeschiedenis geeft aan dat een algemeen aanvaarde norm voor het marktoptreden door de overheid een onmogelijke opgave is en dat het soms welvaartsverhogend kan zijn als de overheid mee concurreert. Wel bestaat het risico van het (te) ruim interpreteren van de algemeenbelangbepaling door medeoverheden. Dit kan ondervangen worden door in het besluit de belangen nader te expliciteren en de mogelijkheden voor beroep door ondernemers te verbeteren.

  • Auteursinformatie

    Raymond Gradus

    Prof. dr. R.H.J.M. Gradus is hoogleraar Bestuur en Economie van de Publieke sector en Non-profit organisaties aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was destijds als een van de secretarissen betrokken bij het rapport Markt en Overheid. Hij dankt een redactielid, Bettine van Droffelaar, Jarig van Sinderen en Willem Hutten voor commentaar op een eerdere versie.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het afgescheiden vermogen van beleggingsfondsen: art. 4:37j Wft, een geschikte regeling voor de cv én het fgr?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden afgescheiden vermogen, art. 4:37j Wft, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, fonds voor gemene rekening
Auteurs Mr. M.C. Maters
  • Samenvatting

      Sinds de implementatie van de AIFMD in de Wet op het financieel toezicht is art. 4:37j van toepassing op Nederlandse beheerders van beleggingsinstellingen. Art. 4:37j bepaalt dat beleggingsinstellingen (waaronder beleggingsfondsen) een afgescheiden vermogen hebben. Sommige beleggingsfondsen zijn personenvennootschappen (zoals de cv) en hebben op grond van jurisprudentie reeds een afgescheiden vermogen. Het artikel bespreekt deze civiele en financiële regels en behandelt de vraag of art. 4:37j Wft voldoende rekening houdt met de kenmerken van de cv, en of dat wenselijk is.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.C. Maters

    Mr. M.C. Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Tegenstrijdig belang bij een vriendelijk openbaar bod

Een bespreking aan de hand van het openbaar bod op Koninklijke Ten Cate N.V.

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden tegenstrijdig belang, openbaar bod, belangenverstrengeling, Ten Cate, beursgenoteerde vennootschap
Auteurs Mr. T.W. van den Bosch en Mr. A.J.C.M. Meijs
  • Samenvatting

      In de periode voorafgaand aan het vriendelijk openbaar bod op alle aandelen in de beursgenoteerde vennootschap Koninklijke Ten Cate N.V. is veel commotie ontstaan over de rol van een van haar bestuurders. Deze bestuurder werd onder meer belangenverstrengeling verweten. Aan de hand van deze overname wordt de problematiek omtrent het tegenstrijdig belang besproken, met name ten aanzien van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen. Aan de hand van de wet, Corporate Governance Code en jurisprudentie wordt besproken of de omstandigheden zoals die gedurende dit overnameproces aan de orde waren, kwalificeren als een tegenstrijdig belang.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.W. van den Bosch

    Mr. T.W. van den Bosch is advocaat bij AKD te Amsterdam.

    Mr. A.J.C.M. Meijs

    Mr. A.J.C.M. Meijs is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Discussie

Naschrift

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
  • Auteursinformatie

    Mr. M.R.C. van Zoest

    Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten te Amsterdam

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Discussie

De dwingende volgorde bij de beëindiging van de 403-aansprakelijkheid

Een reactie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. M.C. Schepel
  • Auteursinformatie

    Mr. M.C. Schepel

    Mr. M.C. Schepel is advocaat bij Steins Bisschop & Schepel te Den Haag.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Vennootschappelijk belang en doeloverschrijding

Art. 2:7 BW richtlijnconform uitgelegd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden vennootschappelijk belang, doelomschrijving, art. 2:7 BW, Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. H.M.H. Speyart
  • Samenvatting

      Art. 2:7 BW heeft een Unierechtelijke achtergrond. Het is gebaseerd op de Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht. Een richtlijnconforme uitleg van art. 2:7 BW brengt mee dat bij rechtshandelingen van een rechtspersoon art. 2:7 BW geen ruimte biedt voor enige derogerende werking van het vennootschappelijk belang en er onder normale omstandigheden evenmin sprake is van een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de rechtspersoon naar het doel van die rechtspersoon.

  • Auteursinformatie

    Mr. D.A. Viëtor

    Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    Mr. H.M.H. Speyart

    Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Column

Hoe merkbaar moet het zijn?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Paul Glazener
  • Auteursinformatie

    Paul Glazener

    Mr P. Glazener is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Stefan Molin en Gurgen Hakopian
  • Auteursinformatie

    Stefan Molin

    Mr. S.C.H. Molin is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

    Gurgen Hakopian

    Mr. G.R. Hakopian is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Robin Struijlaart, Marc Custers en Marc Wiggers
  • Auteursinformatie

    Robin Struijlaart

    Mr. R.A. Struijlaart werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

    Marc Custers

    Mr. drs. M.G.A.M. Custers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

    Marc Wiggers

    Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers werkt als advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

(Beëindiging van) 403-aansprakelijkheid

De stand van zaken anno 2016

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, 403-verklaring, hoofdelijke aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
  • Samenvatting

      In de afgelopen jaren en maanden is over 403-aansprakelijkheid veel discussie geweest. Deze bijdrage beoogt aan de hand van min of meer recente rechtspraak een overzicht te geven van de stand van zaken anno 2016 ten aanzien van een aanzienlijk aantal deelonderwerpen inzake 403-aansprakelijkheid. Enkele deelonderwerpen zijn inmiddels dankzij rechtspraak duidelijk geworden, maar zeker niet alle. Ten aanzien van de nog steeds onduidelijke deelonderwerpen is inmiddels ingrijpen van de wetgever geboden.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.R.C. van Zoest

    Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De nieuwe hypotheekmarkt

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden hypothecair krediet, Hypotheekrichtlijn, verantwoorde kredietverstrekking, (bijzondere) zorgplicht, kredietwaardigheidstoets
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest en Mr. Q.A.G. Masius
  • Samenvatting

      Dit artikel beschrijft veranderingen op de Nederlandse hypotheekmarkt. Allereerst worden juridische implicaties van hypotheekmarktontwikkelingen beschreven. Daarna wordt de invloed van de Hypotheekrichtlijn/EBA-richtsnoeren op bestaand Nederlands recht beschreven ten aanzien van verantwoorde kredietverstrekking, precontractuele informatie en de zorgplicht om overkreditering te voorkomen. De implementatie van de richtlijn heeft als gevolg dat aanbieders veranderingen dienen door te voeren ten aanzien van informatieverstrekking, gegevensbewaring en het hypotheekaanvraagproces. Daarnaast wijst het artikel op hiaten: er bestaat onzekerheid over het lot van bestaande Nederlandse wetgeving/codes; daarnaast ontvangen consumenten nog steeds te veel informatie.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.M. van Poelgeest

    Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.

    Mr. Q.A.G. Masius

    Mr. Q.A.G. Masius is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en medewerker bij het HU-lectoraat Schulden en Incasso te Utrecht.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

De uitgangspunten toezicht eerstelijnszorg in een context

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden eerstelijnszorg, ACM, zorgaanbieders, handhaving, toezicht
Auteurs Weijer VerLoren van Themaat en Mattijs Bosch
  • Auteursinformatie

    Weijer VerLoren van Themaat

    Mr. I.W. VerLoren van Themaat is partner en advocaat bij Houthoff Buruma.

    Mattijs Bosch

    Mr. M.K.M. Bosch is advocaat bij Houthoff Buruma.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

De nieuwe Section 5 Statement – in weiter Ferne, so nah?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Federal Trade Commission, Section 5, Federal Trade Commission Act
Auteurs Paul Kreijger
  • Samenvatting

      Op 13 augustus 2015 publiceerde de Federal Trade Commission een beknopt document met uitgangspunten voor de handhaving van ‘Section 5’ van de Federal Trade Commission Act. Het gaat hier om de handhaving van het verbod op, onder meer, ‘Unfair methods of competition in or affecting commerce’, een bepaling die deels, maar zeker niet volledig overlapt met Section 1 en 2 van de Sherman Act, de Amerikaanse versies van ons kartelverbod en misbruikverbod. Deze korte bijdrage schetst het ‘Statement of Enforcement Principles’ en werpt de vraag op of een ‘Europees Section 5’ aantrekkelijk zou zijn.

  • Auteursinformatie

    Paul Kreijger

    Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam bij Visser Schaap & Kreijger.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Jurisprudentie inzake misbruik economische machtspositie: de stand van zaken na Intel en Post Danmark II

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Intel, Post Danmark II, kortingsregeling, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Erik Pijnacker Hordijk
  • Samenvatting

      Ruim een jaar geleden wees het Gerecht zijn arrest in de Intel-zaak. In dit arrest haakte het Gerecht aan bij de aloude jurisprudentie van het Hof van Justitie over de beoordeling van conditionele kortingsregelingen onder artikel 102 VWEU. Weliswaar bleef de beschikking van de Commissie in stand, maar de beleidsvernieuwingen die de Commissie heeft geïntroduceerd met de Richtsnoeren van de Commissie uit 2009 voor handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 102 VWEU op vormen van uitsluitingsmisbruik werden door het Gerecht deels impliciet, deels zelfs expliciet terzijde geschoven. Onlangs heeft het Hof van Justitie zich in het Post Danmark II-arrest kunnen uitspreken over de toepassing van artikel 102 VWEU op een conditionele kortingsregeling. Doel van deze bijdrage is een uitvoeriger overzicht te geven van de huidige stand van zaken.

  • Auteursinformatie

    Erik Pijnacker Hordijk

    Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

PARP voor schadeverzekeraars

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden schadeverzekeraars, productontwikkeling
Auteurs Mr. F.M.A. ’t Hart
  • Samenvatting

      De toenemende maatschappelijke druk op banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners om zo veel mogelijk zorg te dragen dat consumenten de juiste financiële beslissingen nemen, heeft tot nieuwe regelgeving geleid. Regelgeving die aanbieders van financiële producten verplicht om bij de ontwikkeling van hun producten – kort gezegd – rekening te houden met het klantbelang en om te bezien op welke wijze het ontwikkelde financiële product terechtkomt bij de doelgroep waarvoor het financiële product ook daadwerkelijk bedoeld is. De regels over productontwikkeling worden door de wetgever beschouwd als een nadere uitwerking van het algemene vereiste dat een financiële onderneming zorg dient te dragen voor een beheerste en integere bedrijfsuitoefening. De in 2013 ingevoerde regels behelzen meer dan een juridisch-technische toetsing van een voorgenomen financieel product. Ook zal rekening moeten worden gehouden met maatschappelijke inzichten en aspecten van reputationele aard. De commotie rondom het aanbod van een grote verzekeraar om klanten korting te geven op schadeverzekeringen indien klanten bereid zijn om bepaalde persoonsgegevens met de verzekeraar te delen, is daarvan een goed voorbeeld.

  • Auteursinformatie

    Mr. F.M.A. ’t Hart

    Mr. F.M.A. ’t Hart is advocaat bij Hart Advocaten te Amsterdam.

Toont 1 - 20 van 1221 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50