Intellectuele eigendomsrechten in het erfrecht

DOI: 10.5553/TE/187416812022023005002
Artikel

Intellectuele eigendomsrechten in het erfrecht

Trefwoorden IE-rechten, Vererving van IE-rechten, voor overgang vatbare IE-rechten, IE-rechten en erfrecht, IE-rechten en overlijden
Auteurs
DOI
Bron
Open_access_icon_oaa
  • Toon PDF
  • Toon volledige grootte
  • Auteursinformatie

    Mr. drs. R.M.I. van der Straaten

    Mw. mr. drs. R.M.I. van der Straaten is advocaat intellectueel eigendomsrecht bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch.

    Mr. M.G. Hees

    Mw. mr. M.G. Hees is advocaat erfrecht en partner bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch.

  • Statistiek

    Dit artikel is keer geraadpleegd.

    Dit artikel is 0 keer gedownload.

  • Citeerwijze

    Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel

    Mr. drs. R.M.I. van der Straaten en Mr. M.G. Hees, 'Intellectuele eigendomsrechten in het erfrecht', TE 2022-5, p. 108-113

    Download RIS Download BibTex

    • 1 Inleiding

      De hedendaagse technologie stelt iedere burger in staat tot het maken van creaties. Waar dat voorheen nog was voorbehouden aan de klassieke artistieke geesten van deze wereld – zoals de schrijver, schilder, filmproducent of toneelspeler –, fotograferen, bloggen, vloggen, musiceren en podcasten wij er nu met elkaar massaal op los. En wie heeft er tegenwoordig niet een eigen website? Welke rechten vloeien voort uit al deze creatieve content? Zijn dit rechten die na overlijden vererven? En zo ja, aan wie komen deze rechten dan toe?

      Zonder de indruk te willen wekken uitputtend te zijn, geven wij in deze bijdrage antwoord op deze vragen. Daarbij trappen wij af met een voorbeeld (par. 2) en gaan we daarna in op het verschil tussen geregistreerde en niet-geregistreerde intellectuele eigendomsrechten (hierna: IE-rechten) (par. 3). Aansluitend behandelen we de niet-geregistreerde IE-rechten (par. 4) en de geregistreerde IE-rechten (par. 5). Vervolgens staan we stil bij de vererving van IE-rechten (par. 6). We sluiten af met praktische adviezen in een checklist voor de praktijk (par. 7).

    • 2 Een voorbeeld uit de praktijk

      Wanneer aan een erflater ten tijde van zijn overlijden een IE-recht toekwam, is het voor de erfrechtpraktijk relevant te weten of een IE-recht vererft, en zo ja, aan wie. Daarbij is tevens van belang te weten welke bevoegdheden en bescherming een IE-recht geeft. Wij geven een voorbeeld uit de praktijk.

      Een portretrecht kan aan de nabestaanden (lees: ouders, echtgenoot, geregistreerde partner en kinderen) van erflater vererven (zie hierna par. 6.2). In een kort geding voor de rechtbank Amsterdam1x Rb. Amsterdam 2 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2983, NJF 2019/494. kwam de vraag aan de orde of een foto op de boekomslag van een biografie inbreuk maakt op het portretrecht van de in 2016 overleden voetballer Johan Cruijff. De foto was een niet in opdracht gemaakt portret dat tijdens zijn voetbalcarrière was gemaakt. Cruijffs zoon en Interclarion – een vennootschap waaraan de nabestaanden de exclusieve rechten voor de exploitatie en handhaving van Cruijffs portretrecht hebben verleend – maakten bezwaar tegen de publicatie van het portret door de uitgever en vorderden staking van de inbreuk op het portretrecht alsmede schadevergoeding van € 15.000 plus 14% van de bruto-omzet uit de verkoop van het boek. Partijen waren het erover eens dat het hier met name gaat om de bescherming van het commerciële belang van de nabestaanden, omdat er geen persoonlijke privacybelangen in enge zin worden geraakt.

      De rechtbank herinnert eraan dat een portretrecht geen aanspraak geeft op een exclusief exploitatierecht. Er moet een belangenafweging plaatsvinden tussen enerzijds het door artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) beschermde belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (waaronder mede begrepen commerciële belangen) en anderzijds het door artikel 10 EVRM beschermde belang van vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid.

      De rechtbank oordeelt dat openbaarmaking van de foto in beginsel toelaatbaar moet worden geacht. Een biografie van zo’n bekende persoon heeft altijd een zekere nieuwswaarde. Het ligt volgens de rechtbank voor de hand dat een biografie wordt geïllustreerd met een foto van het subject van de biografie. Het zou een onwenselijke ontwikkeling zijn als het onderwerp van de biografie zich tegen (iedere) openbaarmaking van zijn portret zou kunnen verzetten.

      Maar dat neemt niet weg dat het gebruik van de foto voor de omslag, tegen de achtergrond van de verzilverbare populariteit van de geportretteerde, zeker ook een kooplustopwekkend vermogen zal hebben. Daarom kunnen de nabestaanden aanspraak maken op een redelijke vergoeding voor het gebruik ervan, in dit geval 10% van de netto-omzet van het boek.

    • 3 Geregistreerde en niet-geregistreerde IE-rechten

      Ieder IE-recht heeft zijn eigen wetgeving. Daarin is geregeld hoe het IE-recht wordt verkregen. Zo is voor de verkrijging van auteursrechten, portretrechten, naburige rechten en handelsnaamrechten geen registratie vereist. Bekende IE-rechten die wel een registratie in het daartoe bestemde register vereisen, zijn merkrechten, modelrechten en octrooirechten. Hierna bespreken we een aantal veelvoorkomende IE-rechten en daaraan verwante rechten, ten behoeve van de leesbaarheid te noemen: IE-rechten.

    • 4 Niet-geregistreerde IE-rechten

      De volgende niet-geregistreerde IE-rechten kunnen worden onderscheiden.

      4.1 Auteursrechten

      Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen (ook wel samengevat: de exploitatierechten). Auteursrechten ontstaan van rechtswege door het maken van het werk. Werken die voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kunnen komen, zijn bijvoorbeeld teksten, blogs, podcasts, logo- en websiteontwerpen, ontwerpen van gebruiksvoorwerpen, bouwtekeningen, foto’s, filmwerken, schilderijen, muziek en software.

      Auteursrechten beschermen werken die een eigen oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Dat wil zeggen dat het werk niet ontleend mag zijn aan een ander werk. Er moet sprake zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes.

      Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen.2x HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, NJ 2008/556 m.nt. E.J. Dommering. Het moet gaan om een eigen, intellectuele schepping van de auteur ervan.3x HvJ EG 16 juli 2009, ECLI:EU:C:2009:465, IER 2009/78 m.nt. F.W. Grosheide. Zo konden de mede-erfgenamen van wijlen Willem Endstra zich niet met succes beroepen op de vermeende auteursrechten op gesprekken die Endstra in een rondrijdende auto had gevoerd met politieambtenaren van de Criminele Inlichtingen Eenheid. Gewone ­gesprekken zijn te triviaal voor auteursrechtelijke bescherming. De uitkomst was waarschijnlijk anders geweest als Endstra een eigen mondelinge voordracht of rap op de achterbank ten gehore had gebracht.4x Hof Den Haag 16 juli 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2477.

      Als uitgangspunt geldt dat de auteursrechten toekomen aan de maker (auteur) van het werk. In de regel is daarom niet de opdrachtgever, maar de maker auteursrechthebbende. Belangrijke wettelijke uitzonderingen zijn onder meer situaties waarin een werkgever of een rechtspersoon als auteursrechthebbende wordt aangemerkt.5x Art. 1, 7 en 8 van de Auteurswet (Aw). Indien een bepaald werk door een werknemer is gemaakt, en het maken van dat werk behoort tot de taak van de werknemer, dan wordt diens werkgever in beginsel als rechthebbende en als maker van dat werk ­beschouwd, tenzij anders is overeengekomen. Deze wettelijke uitzondering geldt niet voor opdrachtnemers zoals zzp’ers en freelancers. Het moet gaan om een privaatrechtelijk of publiekrechtelijk dienstverband.6x Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 7 Aw, aant. 2. Heeft een openbare instelling, vereniging, stichting of vennootschap een werk als van haar openbaar gemaakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker te vermelden, dan wordt zij als maker van het werk aangemerkt, tenzij bewezen wordt dat de openbaarmaking onrechtmatig was. Ook hierover kunnen partijen iets anders overeenkomen.7x Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 8 Aw, aant. 2.

      4.2 Persoonlijkheidsrechten

      Persoonlijkheidsrechten (ook wel morele rechten genoemd) beschermen de bijzondere band tussen de ­auteur en zijn werk. De maker behoudt zijn persoonlijkheidsrechten ook na overdracht van zijn auteursrechten op zijn werk. Aangenomen wordt dat de persoonlijkheidsrechten ook niet afzonderlijk overdraagbaar zijn.8x Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 25 Aw, aant. 1. Wel kan er beperkt afstand van worden gedaan.9x Art. 25 lid 3 Aw. Naast makers hebben ook uitvoerend kunstenaars persoonlijkheidsrechten.10x Art. 25 Aw en art. 5 van de Wet op de naburige rechten (Wnr).

      Onder persoonlijkheidsrechten vallen (1) het recht van naamsvermelding, (2) het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking onder een andere naam, (3) het recht zich te verzetten tegen wijzigingen van het werk door anderen, en (4) het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk. Deze rechten heeft de maker dus in beginsel ook nadat hij zijn auteursrecht heeft overgedragen. Na overlijden van de maker tot aan het vervallen van het auteursrecht komen zij toe aan de door de maker bij uiterste wilsbeschikking aangewezene.11x Art. 25 lid 2 Aw.

      4.3 Portretrechten

      Portretrechten beschermen niet de rechten van de maker, maar juist die van de geportretteerde. Een portret is een afbeelding, op welke wijze ook vervaardigd, van een persoon die in deze afbeelding kan worden herkend. Dat kan een illustratie, schilderij, foto of film zijn. Ook een afbeelding van een lookalike kan een portret van de uitgebeelde persoon zijn, zoals de lookalike van Max Verstappen in een reclame van supermarkt Picnic.12x HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:621. Van een portret is niet alleen sprake wanneer het gelaat in beeld is, maar ook wanneer iemand een kenmerkende, herkenbare lichaamshouding heeft.

      De wet13x Art. 19, 20 en 21 Aw. maakt een onderscheid tussen in opdracht ­gemaakte portretten en niet in opdracht gemaakte portretten. Denk bij een in opdracht gemaakt portret bijvoorbeeld aan een pasfoto die in opdracht van de geportretteerde door een fotograaf is gemaakt. Vaak komt het echter voor dat personen in beeld zijn gebracht zonder dat zij daartoe opdracht hebben gegeven. In dat geval is sprake van een niet in opdracht gemaakt portret.

      Is een portret niet in opdracht gemaakt, dan geldt dat de openbaarmaking daarvan niet geoorloofd is, voor zover een redelijk belang van de geportretteerde, of na zijn overlijden van een zijner nabestaanden, zich daartegen verzet.14x Art. 21 Aw. Daarbij kunnen privacybelangen, maar ook commerciële belangen, zoals van geportretteerden met een verzilverbare populariteit, een rol spelen.
      Voor in opdracht gemaakte portretten geldt dat de maker van het portret (zoals de fotograaf) niet bevoegd is om het portret openbaar te maken zonder toestemming van de geportretteerde of van diens nabestaanden gedurende tien jaar na diens overlijden.15x Art. 20 lid 1 Aw. Vgl. Rb. Rotterdam 1 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4296. Er is dan dus toestemming nodig. De geportretteerde zelf, en na diens overlijden zijn nabestaanden, heeft daarentegen wel het recht om zijn portret in beperkte kring te verveelvoudigen zonder toestemming van de maker.16x Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 19 Aw.

      4.4 Naburige rechten

      Een naburig recht is het uitsluitend recht van de uitvoerend kunstenaar om toestemming te verlenen voor ­bepaalde handelingen met zijn uitvoering, zoals het opnemen van de uitvoering, het verkopen, verhuren of uitlenen van een opname van een uitvoering, of het uitzenden of anderszins openbaar maken ervan. Onder de bescherming van naburige rechten vallen de prestaties van onder meer acteurs, zangers, musici en dansers, maar ook die van omroeporganisaties, fonogrammen- en filmproducenten. Net zoals het auteursrecht is het naburig recht een verbodsrecht.17x Art. 2 Wnr.

      4.5 Handelsnaamrechten

      Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming wordt gedreven.18x Art. 1 Handelsnaamwet. De handelsnaam onderscheidt de onderneming van andere ondernemingen. Dat kan bijvoorbeeld een familienaam van een eenmanszaak zijn. Registratie van de handelsnaam in het handelsregister is voor het ontstaan van een handelsnaamrecht niet bepalend. Het handelsnaamrecht ontstaat door het feitelijk drijven van de onderneming onder de betreffende handelsnaam.

      De Handelsnaamwet biedt bescherming tegen misleiding en verwarringsgevaar. Zo kan een gebruiker van een oudere handelsnaam op grond van de Handelsnaamwet optreden tegen een latere identieke of overeenstemmende handelsnaam, indien daardoor verwarringsgevaar ontstaat in verband met de aard van beide ondernemingen en hun vestigingsplaats.19x Art. 5 Handelsnaamwet. Ook andere factoren kunnen bij de vaststelling of sprake is van verwarringsgevaar een rol spelen.

    • 5 Geregistreerde IE-rechten

      De volgende geregistreerde IE-rechten kunnen worden onderscheiden.

      5.1 Merkrechten

      Een merk onderscheidt de waren en diensten van een onderneming van die van andere ondernemingen. De meest bekende soorten merken zijn woordmerken en beeldmerken (logo’s), maar ook klanken, patronen, vormen en hologrammen kunnen een merk zijn.

      Zowel rechtspersonen als natuurlijke personen kunnen merkhouder zijn. De houder van het merkrecht kan iedere derde verbieden gebruik te maken van (1) identieke tekens die gebruikt worden voor dezelfde waren of diensten, en (2) identieke of overeenstemmende tekens die gebruikt worden voor dezelfde of overeenstemmende waren of diensten, indien daardoor sprake is van verwarringsgevaar. Daarnaast genieten houders van bekende merken een ruimere bescherming. Zij kunnen ook optreden tegen het gebruik van identieke of overeenstemmende tekens wanneer daardoor zonder geldige reden ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit hun merk of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van hun merk. Ongeacht of er sprake is van overeenstemmende diensten of producten.

      Voor de geldigheid van een merk is vereist dat het merk is geregistreerd in het daartoe bestemde merkenregister. Aan die registratie worden wel eisen gesteld. Zo moet een merk onderscheidend vermogen hebben en mag niet beschrijvend zijn voor de waren of diensten waarvoor het is aangevraagd.20x Zo zal ‘WAFFLES’ als woordmerk voor de verkoop van wafels worden geweigerd of na inschrijving nietig kunnen worden verklaard. Dat zou anders zijn als het merk ‘WAFFLES’ voor de verkoop van meubels is aangevraagd.

      In Nederland geldige merken zijn (1) Uniemerken, (2) Benelux-merken en (3) internationale merken geldig in de Benelux. Benelux-merken dienen te zijn ingeschreven bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP). Een internationaal merk wordt geregistreerd door de World Intellectual Property Organization (WIPO). Uniemerken, die geldig zijn in de gehele Europese Unie, worden geregistreerd door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie ­(EUIPO). Voor Benelux-merkregistraties, Uniemerkregistraties en internationale merkregistraties geldig in de ­Benelux kan het merkenregister van het BOIP worden geraadpleegd.21x Zie www.boip.int/nl. Daarnaast is in de praktijk de merkendatabase van TMView (www.tmdn.org/tmview/) een handzaam hulpmiddel om merkregistraties in een groot aantal landen – dus ook buiten de Benelux en de EU – op naam van de merkhouder te vinden. Benelux- en Uniemerken duren tien jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag. Daarna kan de inschrijving van het merkrecht steeds worden vernieuwd voor verdere termijnen van tien jaar.

      5.2 Modelrechten

      Modelrechten beschermen het uiterlijk van een voortbrengsel. Zo kan het uiterlijk van een tas, waterkoker of lamp beschermd zijn door een modelrecht. Denk daarbij aan de gekozen kleuren, lijnen, vorm, textuur en materialen. Een model moet daarvoor wel nieuw zijn en een eigen karakter hebben.22x Art. 3.1 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE).

      Modelrechten kunnen worden gehouden door natuurlijke personen en rechtspersonen. De rechthebbende kan iedere derde verbieden om een voortbrengsel te gebruiken waarin het model is verwerkt, en dat hetzelfde uiterlijk vertoont als het model, of geen andere algemene indruk wekt. Daarbij wordt rekening gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van het model.23x Art. 3.16 BVIE.

      In Nederland geldige modellen zijn Benelux-modellen, internationale modellen geldig in de Benelux en Gemeenschapsmodellen (geldig in de Europese Unie). Deze zijn te raadplegen in het modellenregister van het BOIP en het modellenregister van het EUIPO.24x Zie www.boip.int/nl/modellenregister en https://euipo.europa.eu/ohimportal/en/home; art. 11 en 19 lid 2 Gemeenschapsmodellenverordening 6/2002.
      Daarnaast kennen we in de Europese Unie een beperktere bescherming voor niet-ingeschreven Gemeenschapsmodellen. Deze krijgen voor drie jaar bescherming tegen namaken.

      Het Benelux-modelrecht wordt verkregen door inschrijving, maar de ontwerper, werkgever of opdrachtgever kan het Benelux-modelrecht opeisen binnen vijf jaar na de publicatiedatum.25x Art. 3.7 en 3.8 BVIE. Het is daarom van belang te weten wie de ontwerper is, en of er werk- of opdrachtgevers in beeld zijn.
      Is een Benelux-model door een werknemer in de uitoefening van zijn functie ontworpen, dan wordt de werkgever in de regel als ontwerper beschouwd, behoudens andersluidend beding. Is een Benelux-model op bestelling ontworpen, dan wordt de opdrachtgever in de regel als ontwerper beschouwd.26x Art. 3.8 BVIE. Is het Benelux-model ook door een auteursrecht beschermd, dan komt dat auteursrecht eveneens toe aan degene die hiervoor als ontwerper wordt beschouwd.27x Art. 3.29 BVIE. De Gemeenschapsmodellenverordening kent geen opdrachtgeversrechtbepaling. Het Gemeenschapsmodel komt in beginsel toe aan de ontwerper of zijn rechtverkrijgende, of de werkgever.28x Art. 14 Gemeenschapsmodellenverordening 6/2002.

      5.3 Octrooirechten

      Technische uitvindingen kunnen door een octrooirecht worden beschermd, indien ze nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn.29x Art. 2 van de Rijksoctrooiwet 1995 (ROW 1995).

      Het octrooirecht biedt de houder ervan een alleenrecht, waarmee hij derden kan verbieden gebruik te maken van de geoctrooieerde uitvinding.
      Uitgangspunt is dat de aanvrager als uitvinder wordt beschouwd en uit dien hoofde als degene die aanspraak heeft op octrooi. Daarop zijn wettelijke uitzonderingen, zoals in het geval de uitvinding in het kader van een dienstverband wordt gedaan.30x Art. 8 en 12 ROW 1995. Octrooirechten vereisen registratie in het octrooiregister.31x In Nederland betreft dit het register van Octrooicentrum Nederland. Via de website van Octrooicentrum Nederland (mijnoctrooi.rvo.nl/fo-eregister-view/) en de website Espacenet van het Europees Octrooibureau (nl.espacenet.com) kan op houder worden gezocht.

    • 6 Vererving IE-rechten

      6.1 Saisineregeling

      Voor de vraag of rechten vererven, moet men te rade gaan bij de saisineregeling, neergelegd in artikel 4:182 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin wordt bepaald dat de erfgenamen erflater van rechtswege opvolgen in ‘zijn voor overgang vatbare rechten’. ‘Rechten’ kunnen worden onderscheiden in enerzijds vermogensrechten en anderzijds niet-vermogensrechten.

      Artikel 3:6 BW bevat de definitie van vermogensrechten.32x R.W.E. van Leuken, M.M.C. van de Moosdijk & V. Tweehuysen, Hartkamps Compendium van het vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2017/2.1.1. Het zijn rechten die:

      1. overdraagbaar zijn; of

      2. ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen; of

      3. zijn verkregen in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.

      In hoeverre vermogensrechten overdraagbaar c.q. voor overgang vatbaar zijn, is bepaald in artikel 3:83 BW. Dit is afhankelijk gesteld van de kwalificatie van het vermogensrecht. Indien het vermogensrecht niet kwalificeert als eigendom, beperkt recht of vorderingsrecht, is het overdraagbaar ‘wanneer de wet dit bepaalt’.33x Art. 3:83 lid 1 jo. lid 3 BW.

      In beginsel zijn alle vermogensrechten voor overgang vatbaar en alle niet-vermogensrechten niet.34x De saisineregeling van art. 4:182 BW ziet primair op de overgang van rechtsbetrekkingen van vermogensrechtelijke aard. Asser/Perrick 4 2021/441. Beide gevallen kennen uitzonderingen en dat maakt het ingewikkeld.35x Asser/Perrick 4 2021/441-443.
      Vermogensrechten die niet voor overgang vatbaar36x Asser/Perrick 4 2021/441. zijn, zijn (a) rechten en verplichtingen die met de dood van erflater eindigen,37x Denk bijvoorbeeld aan het recht van vruchtgebruik, art. 3:203 lid 2 BW. Zie voor meer voorbeelden Asser/Perrick 4 2021/442. en (b) rechtsbetrekkingen in een hoedanigheid;38x Denk bijvoorbeeld aan het recht van ouderlijk vruchtgenot, art. 1:253l BW. Zie voor meer voorbeelden Asser/Perrick 4 2021/440: (1) het recht op betaling van levensonderhoud, (2) het recht om in rechte te doen vaststellen dat ten onrechte alimentatie is betaald en vervolgens terugbetaling van die alimentatie te vorderen (ECLI:NL:RBHAA:2001:AD3268), en (3) de verplichting tot betaling van levensonderhoud (let op: in gewijzigde vorm kan die verplichting toch overgaan). en (c) het recht op vergoeding van nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat, gaat niet zonder meer over.39x Asser/Perrick 4 2021/441. En om het nog ingewikkelder te maken, zijn er ook vermogensrechten die gewijzigd overgaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de rechten uit een overeenkomst van huur en verhuur van woonruimte: deze gaan alleen op de erfgenamen van de huurder over indien zij niet worden voortgezet door de medehuurder of een persoon als bedoeld in artikel 7:268 lid 2 BW.40x Asser/Perrick 4 2021/443 voor meer voorbeelden.

      Voor IE-rechten is leidend wat de betreffende IE-wet bepaalt. Het is daarmee zaak om steeds per recht na te gaan in hoeverre dit voor overdracht vatbaar is. Wij zetten dit hierna op een rij.

      6.2 Kwalificatie IE-rechten en de vererving

      Auteursrechten, naburige rechten, handelsnaamrechten (in verbinding met andere activa van de onderneming), merkrechten, modelrechten en octrooirechten zijn volgens hun betreffende wetten overdraagbaar. Deze IE-rechten kwalificeren daarmee als vermogensrechten.

      In de literatuur is omstreden of de exploitatierechten en de persoonlijkheidsrechten theoretisch van elkaar ­gescheiden rechten zijn, dan wel uit één ondeelbaar auteursrecht voortvloeien.41x J.H. Spoor, D.W.F. Verkade & D.J.G. Visser, Auteursrecht (Recht en Praktijk nr. IE2), Deventer: Wolters Kluwer 2019/1.4. In het algemeen wordt aangenomen dat – anders dan auteursrechten – persoonlijkheidsrechten niet voor overdracht vatbaar zijn, omdat het rechten zijn die hun basis vinden in de hoogstpersoonlijke band van de auteur met zijn werk.42x GS Vermogensrecht, Auteurswet, par. 16.2.5.

      Ook portretrechten kwalificeren als niet-vermogensrechten, maar vererven wél, doch slechts aan ‘de nabestaanden’.43x Asser/Perrick 4 2021/438. Onder nabestaanden wordt verstaan: ouders, echtgenoot, geregistreerde partner en kinderen.44x Art. 25a lid 1 Aw. Personen behorende tot de groep van nabestaanden zijn niet per definitie ook de erfgenamen van erflater.

      Onder verwijzing naar het hiervoor genoemde kunnen wij de volgende overzichtelijke opsomming geven:

      - Auteursrechten gaan over bij erfopvolging45x Aldus Perrick in gewijzigde vorm. Het auteursrecht vervalt in beginsel door verloop van zeventig jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar, volgend op het sterfjaar van de maker (art. 37 lid 1 van de Successiewet 1956 (SW 1956)). Deze hoofdregel is van toepassing wanneer de maker een natuurlijk persoon is (voor werken waarvan een vennootschap als maker wordt beschouwd en andere situaties gelden andere termijnen, zie art. 38 e.v. Aw). en zijn vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht.46x Art. 2 lid 1 Aw. De levering vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht een daartoe bestemde akte. De exploitatierechten, zoals het openbaar maken en verveelvoudigen van het werk, komen daarmee terecht bij de erfgenamen of legataris(sen).

      - Persoonlijkheidsrechten kwalificeren als niet-vermogensrechten, zijn niet overdraagbaar en vererven niet.47x Asser/Perrick 4 2021/439. Zij komen, na het overlijden van de maker tot aan het vervallen van het auteursrecht, slechts toe aan de door de maker bij uiterste wilsbeschikking – dat kan ook een codicil zijn48x Art. 4:97 BW jo. art. 25 lid 2 en 4 Aw jo. art. 5 lid 2 Wnr. – aangewezen (rechts)persoon.49x Art. 25 lid 2 Aw. Hetzelfde geldt ook voor persoonlijkheidsrechten van uitvoerend kunstenaars die in de Wet op de naburige rechten (Wnr) zijn vastgelegd.50x Art. 5 lid 2 jo. lid 1 Wnr.

      - Portretrechten worden in de literatuur beschouwd als bevoegdheden van niet-vermogensrechtelijke aard, die na overlijden van de geportretteerde slechts uitgeoefend kunnen worden door de nabestaanden.51x Asser/Perrick 4 2021/438. Onder nabestaanden wordt in de Auteurswet (Aw) verstaan: ouders, echtgenoot, geregistreerde partner en kinderen.52x Art. 25a lid 1 Aw. In de literatuur is voorts beargumenteerd dat artikel 21 Aw zich lijkt te verzetten tegen overdraagbaarheid en erfopvolging, omdat de wet slechts een redelijk belang van de geportretteerde erkent, of na diens overlijden zijn nabestaanden.53x Spoor, Verkade & Visser, Auteursrecht, nr. 6.17.

      - Naburige rechten gaan over bij erfopvolging54x Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat. en zijn vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht.55x Voor verschillende naburige rechten schrijft art. 12 Wnr verschillende startdata voor de berekening van de duur en ook verschillende termijnen voor. De naburige rechten van uitvoerend kunstenaars vervallen na vijftig jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar, volgend op dat waarin de uitvoering heeft plaatsgehad. Anders dan bij auteursrechten wordt geen aansluiting gezocht bij de datum van overlijden. De levering vereist voor gehele of gedeeltelijke overdracht geschiedt door een daartoe bestemde akte.56x Art. 9 lid 1 en 2 Wnr.

      - Handelsnaamrechten gaan over bij erfopvolging57x Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat. en zijn vatbaar voor overdracht, een en ander in verbinding met de onderneming die onder die naam wordt gedreven. Medeovergang van een relevant onderdeel van de onderneming wordt doorgaans voldoende geacht.58x T&C bij art. 2 Handelsnaamwet.

      - Merkrechten kunnen onafhankelijk van de onderneming overgaan voor alle of een deel van de waren of diensten waarvoor het merkrecht is ingeschreven.59x Art. 2.31 lid 1 BVIE en art. 20 lid 1 Uniemerkenverordening 2017/1001.,60x Daarmee verschilt een merkrecht van een handelsnaamrecht. Met overgang wordt zowel overgang krachtens erfrecht61x Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat. als overdracht onder levenden62x Voor overdracht onder levenden geldt dat deze schriftelijk moet zijn, in die zin dat een door beide partijen bij de overeenkomst ondertekende onderhandse akte waaruit de overdracht en aanvaarding van de overdracht blijken, volstaat (art. 2.31 lid 3 BVIE en art. 20 lid 2 Uniemerkenverordening 2017/1001). Anders is de overdracht nietig. bedoeld.63x Voor de verbintenis uit een overeenkomst tot overdracht van een onderneming geldt nog het volgende. De overdracht van een onderneming in haar geheel houdt in dat ook het merk overgaat, tenzij het tegendeel is overeengekomen of duidelijk uit de omstandigheden blijkt (art. 2.31 lid 3 BVIE en art. 20 lid 2 Uniemerkenverordening 2017/1001). Vergeet de overdracht niet in te schrijven in het merkenregister. Deze overgang moet altijd zien op de gehele Benelux (in geval van een Benelux-merk) of de gehele Europese Unie (in geval van een Uniemerk), anders is deze nietig.

      - Modelrechten kunnen net zoals merkrechten overgaan.64x Nietig zijn (1) overdrachten onder levenden die niet schriftelijk zijn vastgelegd, en (2) overdrachten of andere overgangen die niet op het gehele Benelux-gebied dan wel de gehele Europese Unie betrekking hebben (art. 3.25 BVIE; zie ook art. 1 lid 3 Gemeenschapsmodellenverordening 6/2002). Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat.

      - Octrooien en aanspraken daarop zijn zowel voor wat betreft het volle recht als voor wat betreft een aandeel daarin vatbaar voor overdracht of andere overgang, waaronder dus vererving.65x Art. 65 ROW 1995. Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat. De levering vereist voor de overdracht van het octrooi of het recht voortvloeiende uit een octrooiaanvraag geschiedt bij een akte, houdende de verklaring van de rechthebbende, dat hij het octrooi of het recht voortvloeiende uit de octrooiaanvraag aan de verkrijger overdraagt, en van deze, dat hij deze overdracht aanneemt.66x Art. 65 lid 1 ROW 1995.

    • 7 Tot slot: een checklist

      In de praktijk kunnen daarbij de volgende punten worden nagegaan:

      1. Is de overledene houder geweest van enig geregistreerd IE-recht, zoals een merk-, model- of octrooirecht? Check hiervoor de registers.

      2. Is de overledene houder geweest van enig niet-geregistreerd IE-recht, zoals een auteursrecht, handelsnaamrecht of niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht?

      3. Is het een IE-recht, dat voor overgang door overlijden vatbaar is?

      4. Aan wie komen de IE-rechten toe?

      5. Op welke wijze dienen de IE-rechten geëxploiteerd en gehandhaafd te worden?

      In een nalatenschap kan een groot aantal IE-rechten aan de orde komen. Ook kunnen meerdere IE-rechten op één werk rusten, die aan verschillende (rechts)personen kunnen toekomen. Zo heeft de geportretteerde een portretrecht op een portret van hem, maar heeft de fotograaf een auteursrecht op de portretfoto. Een goede inventarisatie van zowel de rechthebbenden als de IE-rechten is daarom noodzakelijk.

    Noten

    • 1 Rb. Amsterdam 2 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2983, NJF 2019/494.

    • 2 HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, NJ 2008/556 m.nt. E.J. Dommering.

    • 3 HvJ EG 16 juli 2009, ECLI:EU:C:2009:465, IER 2009/78 m.nt. F.W. Grosheide.

    • 4 Hof Den Haag 16 juli 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:2477.

    • 5 Art. 1, 7 en 8 van de Auteurswet (Aw).

    • 6 Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 7 Aw, aant. 2.

    • 7 Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 8 Aw, aant. 2.

    • 8 Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 25 Aw, aant. 1.

    • 9 Art. 25 lid 3 Aw.

    • 10 Art. 25 Aw en art. 5 van de Wet op de naburige rechten (Wnr).

    • 11 Art. 25 lid 2 Aw.

    • 12 HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:621.

    • 13 Art. 19, 20 en 21 Aw.

    • 14 Art. 21 Aw.

    • 15 Art. 20 lid 1 Aw. Vgl. Rb. Rotterdam 1 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4296.

    • 16 Verkade, in: T&C Intellectuele Eigendom, art. 19 Aw.

    • 17 Art. 2 Wnr.

    • 18 Art. 1 Handelsnaamwet.

    • 19 Art. 5 Handelsnaamwet. Ook andere factoren kunnen bij de vaststelling of sprake is van verwarringsgevaar een rol spelen.

    • 20 Zo zal ‘WAFFLES’ als woordmerk voor de verkoop van wafels worden geweigerd of na inschrijving nietig kunnen worden verklaard. Dat zou anders zijn als het merk ‘WAFFLES’ voor de verkoop van meubels is aangevraagd.

    • 21 Zie www.boip.int/nl. Daarnaast is in de praktijk de merkendatabase van TMView (www.tmdn.org/tmview/) een handzaam hulpmiddel om merkregistraties in een groot aantal landen – dus ook buiten de Benelux en de EU – op naam van de merkhouder te vinden. Benelux- en Uniemerken duren tien jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag. Daarna kan de inschrijving van het merkrecht steeds worden vernieuwd voor verdere termijnen van tien jaar.

    • 22 Art. 3.1 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE).

    • 23 Art. 3.16 BVIE.

    • 24 Zie www.boip.int/nl/modellenregister en https://euipo.europa.eu/ohimportal/en/home; art. 11 en 19 lid 2 Gemeenschapsmodellenverordening 6/2002.

    • 25 Art. 3.7 en 3.8 BVIE.

    • 26 Art. 3.8 BVIE.

    • 27 Art. 3.29 BVIE.

    • 28 Art. 14 Gemeenschapsmodellenverordening 6/2002.

    • 29 Art. 2 van de Rijksoctrooiwet 1995 (ROW 1995).

    • 30 Art. 8 en 12 ROW 1995.

    • 31 In Nederland betreft dit het register van Octrooicentrum Nederland. Via de website van Octrooicentrum Nederland (mijnoctrooi.rvo.nl/fo-eregister-view/) en de website Espacenet van het Europees Octrooibureau (nl.espacenet.com) kan op houder worden gezocht.

    • 32 R.W.E. van Leuken, M.M.C. van de Moosdijk & V. Tweehuysen, Hartkamps Compendium van het vermogensrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2017/2.1.1.

    • 33 Art. 3:83 lid 1 jo. lid 3 BW.

    • 34 De saisineregeling van art. 4:182 BW ziet primair op de overgang van rechtsbetrekkingen van vermogensrechtelijke aard. Asser/Perrick 4 2021/441.

    • 35 Asser/Perrick 4 2021/441-443.

    • 36 Asser/Perrick 4 2021/441.

    • 37 Denk bijvoorbeeld aan het recht van vruchtgebruik, art. 3:203 lid 2 BW. Zie voor meer voorbeelden Asser/Perrick 4 2021/442.

    • 38 Denk bijvoorbeeld aan het recht van ouderlijk vruchtgenot, art. 1:253l BW. Zie voor meer voorbeelden Asser/Perrick 4 2021/440: (1) het recht op betaling van levensonderhoud, (2) het recht om in rechte te doen vaststellen dat ten onrechte alimentatie is betaald en vervolgens terugbetaling van die alimentatie te vorderen (ECLI:NL:RBHAA:2001:AD3268), en (3) de verplichting tot betaling van levensonderhoud (let op: in gewijzigde vorm kan die verplichting toch overgaan).

    • 39 Asser/Perrick 4 2021/441.

    • 40 Asser/Perrick 4 2021/443 voor meer voorbeelden.

    • 41 J.H. Spoor, D.W.F. Verkade & D.J.G. Visser, Auteursrecht (Recht en Praktijk nr. IE2), Deventer: Wolters Kluwer 2019/1.4.

    • 42 GS Vermogensrecht, Auteurswet, par. 16.2.5.

    • 43 Asser/Perrick 4 2021/438.

    • 44 Art. 25a lid 1 Aw.

    • 45 Aldus Perrick in gewijzigde vorm. Het auteursrecht vervalt in beginsel door verloop van zeventig jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar, volgend op het sterfjaar van de maker (art. 37 lid 1 van de Successiewet 1956 (SW 1956)). Deze hoofdregel is van toepassing wanneer de maker een natuurlijk persoon is (voor werken waarvan een vennootschap als maker wordt beschouwd en andere situaties gelden andere termijnen, zie art. 38 e.v. Aw).

    • 46 Art. 2 lid 1 Aw.

    • 47 Asser/Perrick 4 2021/439.

    • 48 Art. 4:97 BW jo. art. 25 lid 2 en 4 Aw jo. art. 5 lid 2 Wnr.

    • 49 Art. 25 lid 2 Aw.

    • 50 Art. 5 lid 2 jo. lid 1 Wnr.

    • 51 Asser/Perrick 4 2021/438.

    • 52 Art. 25a lid 1 Aw.

    • 53 Spoor, Verkade & Visser, Auteursrecht, nr. 6.17.

    • 54 Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat.

    • 55 Voor verschillende naburige rechten schrijft art. 12 Wnr verschillende startdata voor de berekening van de duur en ook verschillende termijnen voor. De naburige rechten van uitvoerend kunstenaars vervallen na vijftig jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar, volgend op dat waarin de uitvoering heeft plaatsgehad. Anders dan bij auteursrechten wordt geen aansluiting gezocht bij de datum van overlijden.

    • 56 Art. 9 lid 1 en 2 Wnr.

    • 57 Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat.

    • 58 T&C bij art. 2 Handelsnaamwet.

    • 59 Art. 2.31 lid 1 BVIE en art. 20 lid 1 Uniemerkenverordening 2017/1001.

    • 60 Daarmee verschilt een merkrecht van een handelsnaamrecht.

    • 61 Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat.

    • 62 Voor overdracht onder levenden geldt dat deze schriftelijk moet zijn, in die zin dat een door beide partijen bij de overeenkomst ondertekende onderhandse akte waaruit de overdracht en aanvaarding van de overdracht blijken, volstaat (art. 2.31 lid 3 BVIE en art. 20 lid 2 Uniemerkenverordening 2017/1001). Anders is de overdracht nietig.

    • 63 Voor de verbintenis uit een overeenkomst tot overdracht van een onderneming geldt nog het volgende. De overdracht van een onderneming in haar geheel houdt in dat ook het merk overgaat, tenzij het tegendeel is overeengekomen of duidelijk uit de omstandigheden blijkt (art. 2.31 lid 3 BVIE en art. 20 lid 2 Uniemerkenverordening 2017/1001). Vergeet de overdracht niet in te schrijven in het merkenregister.

    • 64 Nietig zijn (1) overdrachten onder levenden die niet schriftelijk zijn vastgelegd, en (2) overdrachten of andere overgangen die niet op het gehele Benelux-gebied dan wel de gehele Europese Unie betrekking hebben (art. 3.25 BVIE; zie ook art. 1 lid 3 Gemeenschapsmodellenverordening 6/2002). Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat.

    • 65 Art. 65 ROW 1995. Versterf- of testamentair erfrecht. En in geval van een testament: via de route van een erfstelling of legaat.

    • 66 Art. 65 lid 1 ROW 1995.

Reacties op dit artikel

  • Even een tussenstapje: auteursrecht bijv Hazes. Overdraagbare overeenkomst onder levenden en via bijzondere titel, de akte (6:159; 3:80 lid 3)

    Een overeenkomst is een rechtshandeling en geen goed.
    3:80 via algemene titel gaan goederen over naar de erfgenaam.
    Dus: een overeenkomst wordt niet geërfd ; een overeenkomst blijft achter in de nalatenschap en dient 'afgewikkeld' te worden.
    Overeenkomsten gelden alleen tussen partijen.
    Hazes is zijn verbintenis nagekomen door te leveren, BUMA STEMRA moest nog gedurende x-aantal jaren en was op het ogenblik van overlijden van Hazes niet nagekomen. Hazes had op het ogenblik van zijn overlijden nog recht op x-aantal uitkeringen. In Boek 4 termen 'vordering'
    De overeenkomst blijft doorlopen. Geen van beide kanten pleegt wanprestatie. Geen van beide kanten kan de overeenkomst ontbinden. Sowieso BUMA niet omdat er aan alle verplichtingen is voldaan.
    De uitkering worden wel verkregen via algemene titel (3:80 lid 2 en 4:182 lid 1)
    De erfgenamen berichten zo snel mogelijk het nieuwe rekeningnummer waarop de uitkering gestort dienen te worden. Aangezien er meerdere erfgenamen zijn is het aan te bevelen dat zij onderling afspreken dat er een rekeningnummer komt, zodat BUMA bevrijdend kan betalen.

    Reactie geplaatst op 11 maart 2024 11:14 door Jeanette.w. verhoef

Reageer

Tekst