Artikelen

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
  • Samenvatting

      De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
      Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
      Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
      Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Koning

    Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

    Mr. dr. H.H. de Vries

    Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.

Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Nog een update rechtspraak over het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst

Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Concurrentiebeding, Franchisegever, Franchisenemer
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
  • Samenvatting

      Geschillen tussen franchisegevers en franchisenemers over postcontractuele non-concurrentiebedingen in de franchiseovereenkomst blijven met de nodige regelmaat terugkomen in de rechtspraak. Dat is ook niet verwonderlijk, omdat het antwoord op de vraag of een ex-franchisenemer al dan niet gebonden is aan een dergelijk beding aanzienlijke gevolgen kan hebben voor zowel de ex-franchisenemer zelf als de franchisegever en de andere franchisenemers. In dit artikel wordt een samenvatting gegeven van recente jurisprudentie.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.H. Kolenbrander

    Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.

Tijdschrift Contracteren
Contracten maken

Het eenzijdig wijzigingsbeding in de franchiseovereenkomst

Trefwoorden Franchise, Formulewijziging, Wijzigingsbeding, Franchiseovereenkomst
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
  • Samenvatting

      De vraag of de franchiseformule door de franchisegever gewijzigd zou mogen worden, en in hoeverre, kan een bron van conflicten zijn. Bij de beoordeling gaat het om de formulering van het wijzigingsbeding, de wijziging zelf en overige omstandigheden. Tegen deze achtergrond wordt in deze bijdrage bezien welke factoren van belang kunnen zijn bij een toelaatbaar beroep van een franchisegever op een beding in een franchiseovereenkomst tot eenzijdige wijziging van de franchiseformule.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.W. Dolphijn

    Mr. A.W. Dolphijn is advocaat te Rotterdam bij Ludwig & Van Dam advocaten.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.S.J.M. van Gangelen

    Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

    Mr. G.H Gispen

    Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
  • Samenvatting

      Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Jong

    Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
  • Samenvatting

      Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.R. van der Zee

    Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging
Boekbespreking

Behoorlijke rechtspleging als een rem op het vrije verkeer van vonnissen binnen de EU

Auteurs Mr. M. Zilinsky
  • Auteursinformatie

    Mr. M. Zilinsky

    Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, tevens verbonden aan Houthoff te Amsterdam en vaste medewerker van TCR.

Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Detailhandelaren en leveranciers in distributieland treden toe tot het walhalla van de Dienstenrichtlijn

Trefwoorden Algemene voorwaarden, Informatieplicht, Dienstenrichtlijn, Detailhandel, Distributiehandel
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      De Dienstenrichtlijn is op 28 december 2009 geïmplementeerd in het BW. De regeling in het BW bevat een eigen, van artikel 6:234 BW afwijkende, lichte wijze van informeren over algemene voorwaarden. Omdat de informatieplicht onder de Dienstenrichtlijn lichter is dan die onder het BW, streven veel partijen naar de status van dienstverrichter. Op 30 januari 2018 oordeelde het HvJ EU dat ook detailhandel en distributiehandel onder het bereik van de Dienstenrichtlijn vallen. De reikwijdte van dit arrest valt niet te onderschatten, De gevolgen van dit arrest voor de algemenevoorwaardenregeling in het BW worden besproken.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht
Artikel

De herziene Richtlijn Aandeelhoudersrechten in Nederland

Tijd voor heroriëntatie op de bevoegdheidsverdeling binnen Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen?

Trefwoorden aandeelhoudersrechtenrichtlijn, aandeelhoudersbetrokkenheid, strategie, corporate governance, institutionele aandeelhouders
Auteurs Mr. B. Elion
  • Samenvatting

      Met de recent herziene Aandeelhoudersrechtenrichtlijn beoogt de Europese Commissie de rol en de verantwoordelijkheid van (institutionele) aandeelhouders binnen Europese beursgenoteerde vennootschappen te vergroten. In deze bijdrage bespreekt de auteur hoe deze doelstelling zich verhoudt tot de uitgangspunten van het Nederlandse bestel van corporate governance en op welke wijze de Richtlijn effect kan sorteren in Nederland.

  • Auteursinformatie

    Mr. B. Elion

    Mr. B. Elion is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht
Artikel

Aansprakelijkheid na een juridische splitsing in de praktijk

Trefwoorden juridische splitsing, aansprakelijkheid, hoofdelijkheid, toekomstige vorderingen, schadevergoeding
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer
  • Samenvatting

      Dit artikel maakt inzichtelijk welke stappen men moet zetten om te bepalen welke van de bij een juridische splitsing betrokken rechtspersonen aansprakelijk is of zijn ten gevolge van het bepaalde in artikel 2:334t BW.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. T.S. Hoyer

    Mr. drs. T.S. Hoyer is advocaat bij BarentsKrans te Den Haag.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen

Bespreking van het proefschrift van mr. F.G.K. Overkleeft

Trefwoorden aandeelhouder, beursvennootschap, algemene vergadering, onderneming
Auteurs Mr. B. Kemp
  • Samenvatting

      Naast een beschrijving van het proefschrift van Overkleeft wordt stilgestaan bij een aantal specifieke onderdelen, waaronder de ontwikkeling van het karakter van de kapitaalvennootschap en recente ontwikkelingen.

  • Auteursinformatie

    Mr. B. Kemp

    Mr. B. Kemp is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en universitair docent privaatrecht aan Maastricht University.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer in rechtsvergelijkend perspectief

Bespreking van het proefschrift van mr. K. Engel

Trefwoorden verzekeringsovereenkomst, mededelingsplicht, waarschuwingsplicht, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. dr. W.C.T. Weterings
  • Samenvatting

      Kees Engel behandelt in zijn proefschrift alle belangrijke vragen en discussies met betrekking tot de precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer. Het prettig leesbare boek biedt nuttige inzichten en informatie, mede door het rechtsvergelijkende perspectief.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. W.C.T. Weterings

    Mr. dr. W.C.T. Weterings is advocaat bij Dirkzwager Advocaten & Notarissen, sectie Aansprakelijkheid, Schade en Verzekering en universitair docent aan de Universiteit van Tilburg, vakgroep Business Law.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure

Bespreking van het proefschrift van mr. F. Eikelboom

Trefwoorden Ondernemingskamer, art. 2:349a BW, onmiddellijke voorzieningen, enquêteprocedure
Auteurs Prof. mr. S.M. Bartman
  • Samenvatting

      Deze studie naar het ingrijpinstrumentarium van de Ondernemingskamer stemt tot nadenken over de (toekomstige) slagkracht van dit zo unieke rechtsinstituut in ons stelsel van ondernemingsrecht.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. S.M. Bartman

    Prof. mr. S.M. Bartman is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut van Privaatrecht, Afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden en advocaat bij Bartman Company Law te Baambrugge.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Sleutels voor personenvennootschapsrecht

Bespreking van het proefschrift van mr. C.M. Stokkermans

Trefwoorden personenvennootschapsrecht, CV, VOF, maatschap, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. drs. M.R. Hoekstra
  • Samenvatting

      Dit proefschrift behandelt de rechtswetenschappelijke kwalificatie van de maatschap, de VOF en de CV in Nederland en in rechtsvergelijkend perspectief. Zeer gedetailleerd wordt de stand van zaken in het Nederlandse recht samengevat en worden suggesties gedaan voor verbetering en vervolmaking van de wetgeving rondom personenvennootschappen.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. M.R. Hoekstra

    Mr. drs. M.R. Hoekstra is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Het pre-insolventieakkoord

Bespreking van het proefschrift van mr. N.W.A. Tollenaar

Trefwoorden insolventierecht, akkoord, pre-insolventieakkoord, creditors’ bargain theory, faillissement
Auteurs Mr. S.B.A. Heumakers
  • Samenvatting

      Tollenaar heeft in zijn proefschrift een rechtvaardigingsgrondslag en een raamwerk op hoofdlijnen beschreven voor een gerechtelijk dwangakkoord buiten faillissement. Een waardevolle bijdrage aan het debat over de wijze waarop een pre-insolventieakkoord vormgegeven kan worden.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.B.A. Heumakers

    Mr. S.B.A. Heumakers is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid. Hoe diep kan een bestuurder vallen?

Bespreking van het proefschrift van mr. C.E.J.M. Hanegraaf

Trefwoorden art. 2:11 BW, doorbraak, normatieve reikwijdte 2:11 BW, personele reikwijdte 2:11 BW, eerste- en tweedegraads bestuurder
Auteurs Mr. R.J. Laméris en Mr. S.C.M. van Thiel
  • Samenvatting

      Het proefschrift van Hanegraaf gaat over art. 2:11 BW, dat bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is. In deze bijdrage wordt het proefschrift besproken en van commentaar voorzien.

  • Auteursinformatie

    Mr. R.J. Laméris

    Mr. R.J. Laméris is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

    Mr. S.C.M. van Thiel

    Mr. S.C.M. van Thiel is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging
Artikel

Naar een moderner burgerlijk bewijsrecht?

Trefwoorden Adviesrapport, Bewijs, Informatiegaring, Modernisering, KEI
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer en Mr. drs. E.M. Hoogervorst
  • Samenvatting

      Het in april 2017 verschenen adviesrapport ‘Modernisering burgerlijk bewijsrecht’ geeft aanleiding tot discussie. Kern van het advies is het verleggen van de aandacht van informatiegaring tijdens de procedure naar informatiegaring voorafgaand daaraan. Het rapport besteedt eveneens aandacht aan de exhibitieplicht en diverse bewijsverrichtingen. Na een overzicht van de voorstellen uit het adviesrapport geven de auteurs hun visie op de voorgestelde preprocessuele bewijsgaringsverplichtingen en de daarbij voorgestelde sancties. Het voorstel om de criteria van de exhibitieplicht en de voorlopige bewijsverrichtingen gelijk te trekken kan op hun steun rekenen. Suggesties met betrekking tot bewijsbeslag en (schriftelijk) getuigenbewijs passeren ook de revue.

  • Auteursinformatie

    Mr. Y.A. Wehrmeijer

    Mr. Y.A. Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff.

    Mr. drs. E.M. Hoogervorst

    Mr. drs. E.M. Hoogervorst is Professional Support Lawyer bij Houthoff.

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht
Artikel

De Uniface-beschikking: de wezenlijke invloed van de ondernemingsraad op de besluitvorming

Trefwoorden wezenlijke invloed, Signing Protocol, voorwaardelijke besluitvorming, inhuur deskundigen, overlegvergadering
Auteurs Mr. C. Nekeman
  • Samenvatting

      De ondernemingsraad moet tijdig door de ondernemer worden betrokken bij het besluitvormingsproces. Enkel indien dat gebeurt, kan de ondernemingsraad wezenlijke invloed uitoefenen. In de Uniface-beschikking geeft de Ondernemingskamer een aantal gezichtspunten die van cruciale betekenis zijn bij de beoordeling of de Ondernemingsraad tijdig betrokken wordt.

  • Auteursinformatie

    Mr. C. Nekeman

    Mr. C. Nekeman is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht
Artikel

Wet versterking positie curator: is de positie van de curator daadwerkelijk versterkt?

Trefwoorden inlichtingenplicht, medewerkingsplicht, Wet versterking positie curator, curator
Auteurs Mr. H.J. de Kloe en Mr. F. Ortiz Aldana
  • Samenvatting

      Op 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator in werking getreden. In deze bijdrage wordt onderzocht of de curator er met deze wet rechten en instrumenten bijgekregen heeft en of zijn positie daadwerkelijk is versterkt. De inlichtingen- en medewerkingsplicht in de Faillissementswet wordt geanalyseerd en vergeleken met de situatie vóór de wetswijziging.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.J. de Kloe

    Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en faillissementsrecht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

    Mr. F. Ortiz Aldana

    Mr. F. Ortiz Aldana is advocaat en curator bij Dekker en Smits advocaten in Rosmalen.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Zekerheidsrechten vanuit rechtseconomisch perspectief

Trefwoorden zekerheidsrechten, rechtseconomie
Auteurs Mr. R. Bloemink
  • Samenvatting

      Dit artikel gaat in op de rechtseconomische rechtvaardiging voor de beschikbaarheid van zekerheidsrechten. Op basis van rechtseconomische inzichten wordt een aantal veelgebruikte argumenten voor de beschikbaarheid van (ruime) zekerheidsrechten ter discussie gesteld. Tegelijk wordt een drietal alternatieve argumenten voor de beschikbaarheid van ruime en gemakkelijk te vestigen zekerheidsrechten naar voren gebracht, bestaande uit het transparantieaspect, het exclusiviteitsaspect en het verruimingsaspect.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Bloemink

    Mr. R. Bloemink is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.