Artikelen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Beroepstermijnen aanbestedingsrecht en het effectiviteitsbeginsel

Trefwoorden doeltreffendheidsbeginsel, aanbesteding, bestuursrecht, beroepstermijnen, Rechtsbescherming
Auteurs Prof. mr. E. Steyger
  • Samenvatting

      In twee arresten heeft het Hof van Justitie beroepstermijnen opnieuw getoetst aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming, en laat voortaan de lidstaten minder beleidsvrijheid dan tot dusver gebruikelijk. De arresten hebben een ruimer bereik dan alleen het aanbestedingsrecht.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. E. Steyger

    Prof. mr. E. Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en advocaat bij Holla Poelman Van Leeuwen advocaten te ’s-Hertogenbosch.

    In twee arresten heeft het Hof van Justitie beroepstermijnen opnieuw getoetst aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming, en laat voortaan de lidstaten minder beleidsvrijheid dan tot dusver gebruikelijk. De arresten hebben een ruimer bereik dan alleen het aanbestedingsrecht.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en advocaat bij Holla Poelman Van Leeuwen advocaten te ’s-Hertogenbosch.
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Google AdWords: het Hof maakt veel duidelijk, maar we zijn er nog niet

Trefwoorden inbreuk op de merkrechten, opslagdiensten, E-Commerce richtlijn, aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie, Google AdWords
Auteurs Mr. M.J Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
  • Samenvatting

      De kogel is door de kerk voor Google; zij maakt geen inbreuk op de merkrechten met AdWords en Google verricht opslagdiensten in de zin van de E-Commerce richtlijn, als gevolg waarvan zij in beginsel een beroep kan doen op de daarin neergelegde aansprakelijkheidsexoneratie. Voor een geslaagd beroep zal de nationale rechter wel tot de conclusie moeten komen dat het gedrag van Google ‘binnen de perken blijft van dat van een als tussenpersoon optredende dienstverlener’.Wat betreft het merkgebruik door de adverteerder, komt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) met een (voor dit soort zaken?) specifieke invulling voor het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium ‘aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie’. Tot slot is opvallend dat het Hof van Justitie resoluut stelt dat in dit soort zaken geen sprake is van afbreuk aan de andere merkfuncties dan voornoemde.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.J Heerma van Voss

    Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

    Mr. V.A. Zwaan

    Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

    De kogel is door de kerk voor Google; zij maakt geen inbreuk op de merkrechten met AdWords en Google verricht opslagdiensten in de zin van de E-Commerce richtlijn, als gevolg waarvan zij in beginsel een beroep kan doen op de daarin neergelegde aansprakelijkheidsexoneratie. Voor een geslaagd beroep zal de nationale rechter wel tot de conclusie moeten komen dat het gedrag van Google ‘binnen de perken blijft van dat van een als tussenpersoon optredende dienstverlener’.Wat betreft het merkgebruik door de adverteerder, komt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) met een (voor dit soort zaken?) specifieke invulling voor het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium ‘aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie’. Tot slot is opvallend dat het Hof van Justitie resoluut stelt dat in dit soort zaken geen sprake is van afbreuk aan de andere merkfuncties dan voornoemde.


Mr. M.J Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Hoofdartikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (1)

Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
  • Samenvatting

      Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenaamde concordantieverplichting voldoen. In dit eerste deel van de tweeluik ligt de focus allereerst op het concordantiebeginsel. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de drie regelingen inzake de preventieve ontslagtoetsing met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat er tussen het Buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen 1945 en de beide Landsverordeningen beëindiging arbeidsovereenkomsten een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Ook tussen de landsverordeningen onderling bestaan de nodige verschillen. Geconcludeerd moet daarom worden dat de Koninkrijkswetgevers op dit terrein niet aan hun Statutaire concordantieverplichting voldoen.

  • Auteursinformatie

    Mr. F.M. Dekker

    Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Discussie

Naschrift van Verburg bij de reactie van Heinsius op de annotatie van het Akavan-arrest in ArA 2010/1

Trefwoorden medezeggenschap collectief ontslag, richtlijnconformiteit, raadpleging, concernverhouding, Akavan/Fujitsu Siemens
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
  • Samenvatting

      In deze bijdrage reageert de auteur op het stuk van Heinsius. Volgens de auteur staat de huidige wettelijke regeling van de WMCO richtlijnconforme uitleg van het begrip ‘doen eindigen’ niet in de weg. Voorts gaat de auteur in op het tijdstip van raadpleging binnen concernverhoudingen.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. L.G. Verburg

    Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de RU en advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Jurisprudentie

Discriminatie, directe werking van rechtsbeginselen en doorwerking van richtlijnen

HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07 (Seda Kücükdeveci/Swedex GmbH & Co KG)

Trefwoorden doorwerking van Europees recht, algemene beginselen van Europees recht, leeftijdsdiscriminatie, horizontale werking van richtlijnen, objectieve rechtvaardiging van discriminatie
Auteurs Mr. D.F. Berkhout
  • Samenvatting

      In het Swedex-arrest verduidelijkt en versterkt het Hof van Justitie EU het controversiële Mangold-arrest. Indien sprake is van leeftijdsdiscriminatie in strijd met Richtlijn 2000/78/EG en richtlijnconforme interpretatie onmogelijk is, dan wordt door directe werking van algemene beginselen van gemeenschapsrecht alsnog de volle werking van Europees recht bewerkstelligd. Lidstaten worden verplicht de met het gemeenschapsrecht nationale bepaling buiten beschouwing te laten. Verder toont het arrest dat ‘flexibel personeelsbeleid’ een legitieme doelstelling van arbeidsmarktbeleid kan zijn. Zorgvuldige ‘flexibilisering’ van personeelsbeleid kan daarmee ook een objectieve rechtvaardiging zijn voor leeftijdsonderscheid.

  • Auteursinformatie

    Mr. D.F. Berkhout

    Mr. D.F. Berkhout is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Artikel

Dwaling als alternatief bij prospectusaansprakelijkheid

Trefwoorden Wet Oneerlijke Handelspraktijken, misleidende reclame, World Online, maatman-belegger
Auteurs Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté
  • Samenvatting

      In dit artikel wordt ingegaan op het juridisch kader van aansprakelijkheid voor het publiceren van een misleidend prospectus. Daarnaast worden een aantal elementen van de tijdrovende juridische procedure betreffende misleidende reclame voor consumenten die is ondergebracht in de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (WOH) en de processuele elementen die hiermee samenhangen besproken. De vraag die naar aanleiding hiervan rijst, is of consumenten niet op een eenvoudigere manier hetzelfde resultaat kunnen bereiken. Hiertoe wordt onderzocht of een beroep op dwaling als alternatief voor prospectusaansprakelijkheid mogelijk is. Deze bijdrage wordt afgesloten met een aantal afsluitende opmerkingen.

  • Auteursinformatie

    Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté

    Mw. mr. M.H.C. Sinninghe Damsté is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Artikel

Naar de beurs anno 2010

Een overzicht van een beursgang en recente ontwikkelingen

Trefwoorden beursgang, rulebooks Euronext, Initial Public Offering (IPO), prospectus
Auteurs Mw. Mr. S.N. Demper en Mr. M.T.G. Schoonewille
  • Samenvatting

      In dit artikel wordt het proces van een beursgang geschetst met daarbij aandacht voor de noteringsaanvraag bij Euronext Amsterdam. In dit kader wordt ingegaan op diverse onderwerpen die betrekking hebben op de beursgang, waaronder de emissiestructuur, de underwriting agreement, prijsbepaling en de post-IPO fase. Hiernaast wordt stilgestaan bij twee gesignaleerde actualiteiten op het gebied van kapitaalmarkten en de beursgang, te weten (1) het fenomeen dual listing via de fast path-procedure en (2) het nieuwe project ‘Fast Track to Liquidity: IPO Roadmap to the Netherlands’ van het Holland Financial Centre.

  • Auteursinformatie

    Mw. Mr. S.N. Demper

    Mw. mr. S.N. Demper is als junior docent/onderzoeker verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

    Mr. M.T.G. Schoonewille

    Mr. M.T.G. Schoonewille is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Londen.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Arrest Gerecht ’s-Gravenhage: het Havenbedrijf/de oliesector

Trefwoorden excessieve tarieven, civiele handhaving, bewijslast, informatievergaring, excessieve prijzen
Auteurs Dr. mr. M.M. Slotboom en Mr. drs. B.J.J. Haan
  • Samenvatting

      Het arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage ‘het Havenbedrijf/de oliesector’ illustreert de ingewikkelde economische beoordeling van het mededingingsrecht in civiele zaken en met name in geval van vermeende excessieve prijzen. Het Hof bevestigt dat de bewijslast ook in civiele zaken betreffende misbruik van machtspositie wegens excessieve prijsvoering op de eiser rust. Om aan die bewijslast te kunnen beantwoorden zal de eiser informatie nodig hebben van de vermeende inbreukmaker op artikel 102 VWEU en/of 24 Mw. De mogelijkheid voor een eiser in een civiele procedure om met name informatie te verkrijgen over de relatie tussen prijzen en kosten van de gedaagde zijn evenwel zeer beperkt. Uit onderhavig arrest volgt in ieder geval dat een deskundigenonderzoek naar de kosten van de vermeende inbreukmaker pas kans van slagen heeft op het moment dat de eiser aannemelijk kan maken dat er daadwerkelijk sprake is van excessieve prijzen. De eisende partij in civiele zaken zal daardoor in een vicieuze cirkel terecht komen, waardoor civiele procedures inzake excessieve prijzen veelal zullen stranden.

  • Auteursinformatie

    Dr. mr. M.M. Slotboom

    Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons in Brussel.

    Mr. drs. B.J.J. Haan

    Mr. drs. B.J.J. Haan is werkzaam bij Simmons & Simmons.

    Het arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage ‘het Havenbedrijf/de oliesector’ illustreert de ingewikkelde economische beoordeling van het mededingingsrecht in civiele zaken en met name in geval van vermeende excessieve prijzen. Het Hof bevestigt dat de bewijslast ook in civiele zaken betreffende misbruik van machtspositie wegens excessieve prijsvoering op de eiser rust. Om aan die bewijslast te kunnen beantwoorden zal de eiser informatie nodig hebben van de vermeende inbreukmaker op artikel 102 VWEU en/of 24 Mw. De mogelijkheid voor een eiser in een civiele procedure om met name informatie te verkrijgen over de relatie tussen prijzen en kosten van de gedaagde zijn evenwel zeer beperkt. Uit onderhavig arrest volgt in ieder geval dat een deskundigenonderzoek naar de kosten van de vermeende inbreukmaker pas kans van slagen heeft op het moment dat de eiser aannemelijk kan maken dat er daadwerkelijk sprake is van excessieve prijzen. De eisende partij in civiele zaken zal daardoor in een vicieuze cirkel terecht komen, waardoor civiele procedures inzake excessieve prijzen veelal zullen stranden.


Dr. mr. M.M. Slotboom
Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons in Brussel.

Mr. drs. B.J.J. Haan
Mr. drs. B.J.J. Haan is werkzaam bij Simmons & Simmons.
Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

De kartelhel

Trefwoorden kartel, criminalisering van kartelovertredingen, eerste- en tweedegraads kartelovertredingen, antikartelcultuur
Auteurs Mr. R. Wesseling
  • Samenvatting

      Nederland stond lang bekend als het kartelparadijs van Europa. Die situatie is wezenlijk veranderd, mede door de introductie van de Mededingingswet en de oprichting van de NMa in 1998. Tot eind van de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg de kartellist nog goedkeuring van de minister voor Economische zaken voor kartelovereenkomsten. Nu wil diezelfde minister dezelfde kartellist achter de tralies zetten. Het kan in de politiek, zoals bekend, snel gaan. Het is echter de vraag of burgers en ondernemingen zich met hetzelfde tempo kunnen aanpassen aan een zo radicale wijziging van een norm.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Wesseling

    Mr. R. Wesseling is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

    Nederland stond lang bekend als het kartelparadijs van Europa. Die situatie is wezenlijk veranderd, mede door de introductie van de Mededingingswet en de oprichting van de NMa in 1998. Tot eind van de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg de kartellist nog goedkeuring van de minister voor Economische zaken voor kartelovereenkomsten. Nu wil diezelfde minister dezelfde kartellist achter de tralies zetten. Het kan in de politiek, zoals bekend, snel gaan. Het is echter de vraag of burgers en ondernemingen zich met hetzelfde tempo kunnen aanpassen aan een zo radicale wijziging van een norm.


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

Openbare biedingen – recente ontwikkelingen

Trefwoorden (1) Besluit openbare biedingen, (2) Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht, Put up or shut up, Biedingsregels, Openbaar bod
Auteurs Mr. F.L. Pierik
  • Samenvatting

      (1) De auteur bespreekt het consultatiedocument houdende wijziging van het Besluit openbare biedingen Wft en een aantal andere recente wetgeving(sinitiatieven) met relevantie voor de openbare-overnamepraktijk.

  • Auteursinformatie

    Mr. F.L. Pierik

    Mr. F.L. Pierik is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De (beperkte) volmacht aan de statutair directeur revisited

Trefwoorden vertegenwoordigingsbevoegdheid‬‪, tweehandtekeningenstelsel, volmacht (aan bestuurder), Eerste Richtlijn
Auteurs Mr. H.J. Portengen en mr. Q. Yee
  • Samenvatting

      Over de geldigheid van een beperkte individuele volmacht aan een directeur van een vennootschap met een tweehandtekeningenstelsel wordt getwist. Op basis van een nadere analyse en enkele aanvullende argumenten kan worden geconcludeerd dat een dergelijke constructie zonder meer geaccepteerd moet worden.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.J. Portengen

    Mr. H.J. Portengen is werkzaam als notaris bij Loyens & Loeff.

    mr. Q. Yee

    Mr. Q. Yee is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De Wet collectieve afwikkeling massaschade als alternatief voor Amerikaanse class action-procedures voor het afwikkelen van massaschades bij beleggers

Trefwoorden Wet collectieve afwikkeling massaschade, beleggingsschade, massaschade, class action, collectieve schikking
Auteurs Mr. S. Marić, LL.M.
  • Samenvatting

      In deze bijdrage bespreekt de auteur de uitspraak Morrison v. National Australia Bank van het Amerikaanse Hooggerechtshof en de mogelijke gevolgen hiervan voor de Nederlandse regeling van afwikkeling van massaschades.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Marić, LL.M.

    Mr. S. Marić, LL.M. is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

Aanbestedingsrecht voor de fusie- en overnamepraktijk

Trefwoorden (3) aanbestedingsrecht, (4) fusie, (5) overname, (6) wezenlijke wijziging, (7) Wira
Auteurs Mr. drs. J.J. van der Kemp
  • Samenvatting

      In deze bijdrage bespreekt de auteur de gevolgen van een fusie, overname of reorganisatie voor overeenkomsten die na een aanbesteding zijn gesloten.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. J.J. van der Kemp

    Mr. drs. J.J. van der Kemp is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De definitie van ‘investering’ in het (ICSID-)investeringsrecht

Trefwoorden ICSID, Investering, Salini, Bilaterale investeringsovereenkomsten
Auteurs Mr. S. Rezai
  • Samenvatting

      Een investeerder die in aanmerking wil komen voor de bescherming uit hoofde van de ICSID Conventie, moet aantonen dat zijn economische activiteiten kunnen worden gekwalificeerd als een ‘investering’ in de zin van artikel 25 van de ICSID Conventie. In deze bijdrage worden de vereisten besproken waaraan een ICSID-investering moet voldoen en wordt beschreven dat, na een periode waarin het investeringsbegrip beperkt werd uitgelegd, de recente rechtspraak weer de toon heeft gezet voor een ruime interpretatie van het investeringsbegrip.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Rezai

    Mr. S. Rezai is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht
Jurisprudentie

Perikelen bij bestuurlijke boetes

CBb 2 februari 2010, Tele2/OPTA, LJN BL5463

Trefwoorden 18xy-reeks, bestuurlijke boetes, boeterapport, boetebesluit
Auteurs Mr. E.C. Pietermaat
  • Samenvatting

      OPTA is belast met de handhaving van het bepaalde in de Telecommunicatiewet (Tw). Daarvoor heeft OPTA onder meer de bevoegdheid bestuurlijke boetes op te leggen. Hoofdstuk 15 Tw bevat nadere regels met betrekking tot de wijze waarop OPTA bij het opleggen van boetes te werk moet gaan. Een deel van die regels is met de inwerkingtreding van de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op 1 juli 2009 komen te vervallen. In plaats daarvan gelden nu de regels van die Vierde tranche Awb. Het betreft met name regels van procedurele aard die beogen rechtsbescherming te bieden.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.C. Pietermaat

    Mr. E.C. Pietermaat is werkzaam als advocaat te Den Haag bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.