Zoekresultaten

Zoekresultaat:
197 artikelen
x
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Rechtsgebied Europees recht x
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Online diensten over de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Online content diensten, digital single market, grensoverschrijdende portabiliteit, auteursrecht, geo-blocking
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser en Mr. P. J. Kreijger
  • Samenvatting

      Op 9 december 2015 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een ‘Verordening betreffende de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt’.1xCOM(2015) 627 final, Brussel, 9 december 2015. Consumenten in de EU krijgen recht op toegang tot de online content waar ze in hun eigen land een abonnement op hebben, wanneer ze tijdelijk in een ander EU-land verblijven. Dit voorstel, dat vermoedelijk snel zal worden goedgekeurd en in werking zal treden, wordt in deze bijdrage besproken.
      COM(2015) 627 final), Brussel, 9 december 2015

    Noten

    • 1 COM(2015) 627 final, Brussel, 9 december 2015.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. D.J.G. Visser

    Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is advocaat in Amsterdam en hoogleraar in Leiden.

    Mr. P. J. Kreijger

    Mr. P. J. (Paul) Kreijger is advocaat in Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het Schrems/Facebook-arrest en de gevolgen voor internationale doorgifte

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, internationale doorgifte, Safe Harbour, artikel 8 Handvest, Privacy Shield
Auteurs Mr. O.L. van Daalen
  • Samenvatting

      De overdracht van persoonsgegevens naar de Verenigde Staten vond tot voor kort plaats op basis van de zogenoemde Safe Harbour-beschikking. Het Hof heeft die beschikking een paar maanden geleden ongeldig verklaard. Dit is een uitspraak met serieuze gevolgen voor de doorgifte van persoonsgegevens buiten Europa en voor privacybescherming in het algemeen. Wat is de redenering van het Hof van Justitie en wat zijn de gevolgen?
      HvJ 6 oktober 2015, zaak C-362/14, Facebook/Schrems, ECLI:EU:C:2015:650

  • Auteursinformatie

    Mr. O.L. van Daalen

    Mr. O.L. (Ot) van Daalen is onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam en advocaat te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Post Danmark II – a bit less confused, at a higher level

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
  • Samenvatting

      Het Deense postmonopolie is aanleiding voor niet minder dan twee fundamentele arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van het misbruikverbod. Na een veelbelovend schot voor de economiseringsboeg in Post Danmark I zet het Hof van Justitie met de prejudiciële beslissing van 6 oktober 2015 in de zaak Post Danmark II voorzichtige, maar niet onbelangrijke stappen op het zo controversiële terrein van de beoordeling van kortingen verleend door dominante ondernemingen.
      HvJ 6 oktober 2015, zaak C-23/14, Post Danmark A/S – Konkurrencerådet, ECLI:EU:C:2015:651

  • Auteursinformatie

    Mr. P.J. Kreijger

    Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Huawei/ZTE; het Hof van Justitie herstelt de balans bij handhaving van standaard-essentiële octrooien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden standaardisering, standaard-essentieel octrooi, FRAND, licenties, intellectuele-eigendomsrechten
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers
  • Samenvatting

      Op 16 juli 2015 heeft het Hof van Justitie de prejudiciële vragen van een Duitse rechtbank beantwoord in de zaak Huawei/ZTE. In die zaak lag de vraag voor of de houder van een zogenoemd Standaard Essentieel Octrooi (SEO) misbruik maakt van een economische machtspositie wanneer hij zich in rechte verzet tegen gebruik van zijn octrooi door een derde die de betreffende standaard toepast zonder daarvoor een licentie van de octrooihouder te hebben verkregen. Het arrest is gewezen naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landgericht Düsseldorf waar de twee Chinese producenten van (mobiele) telecomapparatuur, Huawei en ZTE, een octrooigeschil uitvechten.
      HvJ 16 juli 2015, zaak C-170/13, Huawei Technologies Co. Ltd/ZTE Corp. en ZTE Deutschland GmbH, ECLI:EU:C:2015:477

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. D.P. Kuipers

    Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
  • Samenvatting

      Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
      Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)

  • Auteursinformatie

    Mr. S.M.M.C. Vinken

    Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

    Mr. drs. M.W.J. Jongmans

    Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
  • Samenvatting

      In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
      Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)

  • Auteursinformatie

    Mr. J. Fanoy

    Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

    Mr. T. Raats

    Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Prioritering en rechtsbescherming in het mededingingsrecht: de zaak easyJet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Artikel 13 Verordening (EG) nr. 1/2003, prioriteringsbesluit, afwijzen klacht, rechtsbescherming, rechtswaarborgen
Auteurs Mr. P.B. Gaasbeek
  • Samenvatting

      In het arrest easyJet is de vraag aan de orde of en wanneer de Europese Commissie een zaak kan afwijzen omdat een nationale mededingingsautoriteit een prioriteringsbesluit heeft genomen. De uitspraak past in de lijn van arresten over Verordening (EG) nr. 1/2003 waarin veel ruimte wordt geboden aan de nationale autoriteiten en de Commissie om een doeltreffend decentraal stelsel voor toepassing van de mededingingsregels te garanderen. De vraag is of deze ruimte niet het onwenselijke gevolg heeft dat een klacht nergens daadwerkelijk wordt behandeld.
      Gerecht 21 januari 2015, zaak T-355/13, easyJet Airline Co. Ltd/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:36

  • Auteursinformatie

    Mr. P.B. Gaasbeek

    Mr. P.B. (Pierrette) Gaasbeek is advocaat bij Bird & Bird LLP.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Aanbodbundeling en gezamenlijke verkoop van primaire landbouwproducten – hoever reikt het kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden GMO, mededingingsrecht, kartelverbod, landbouwsector, producentenorganisatie
Auteurs Mr. Eric Janssen en Mr. Sjaak van der Heul
  • Samenvatting

      In de vorig jaar in werking getreden GMO-Verordening worden producenten van primaire landbouwproducten gestimuleerd hun producten gezamenlijk af te zetten. Wanneer gezamenlijke afzet tevens centrale prijsstelling en/of aanbodbundeling impliceert, kan een spanningsveld ontstaan met het kartelverbod dat concurrentiebeperkende afspraken zoals prijsafspraken en quotering verbiedt. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de GMO-Verordening en het kartelverbod, waarbij de (on)mogelijkheden voor samenwerking in de landbouwsector worden geschetst.
      Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, PbEU 2013, L 347

  • Auteursinformatie

    Mr. Eric Janssen

    Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

    Mr. Sjaak van der Heul

    Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

API, een noot over mededingingsbeperkingen en overheden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden mededingingsbeperking, overheid, vervoer, Unietrouw, Wouters
Auteurs mr. drs. Stefan Vollering en mr. dr. Tjarda van der Vijver
  • Samenvatting

      Wanneer overtreedt een overheid artikel 101 VWEU door betrokken te zijn bij een mededingingsbeperkende overeenkomst tussen ondernemingen? Over die vraag wees het Hof van Justitie op 4 september 2014 in de zaak API een belangrijk arrest. In het arrest geeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid over het toepasselijke beoordelingskader in het geval dat de overheid betrokken is bij mededingingsbeperkende gedragingen door ondernemingen.
      HvJ 4 september 2014, zaak C-184/13, API, ECLI:EU:C:2014:2147

  • Auteursinformatie

    mr. drs. Stefan Vollering

    mr. drs. S.F.M. (Stefan) Vollering is bedrijfsjurist bij Philips.

    mr. dr. Tjarda van der Vijver

    mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Doorwerking van WTO-recht in de Europese rechtsorde: het toenemende belang van de verdragsconforme interpretatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden WTO, TRIPS, ITA, Rechtstreekse werking
Auteurs Mr. N. van den Broek
  • Samenvatting

      In een aantal recente zaken spreken het Hof van Justitie en een aantal advocaten-generaal zich wederom uit over de doorwerking van het recht van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de Europese rechtsorde. Hoewel de deur voor ‘rechtstreeks effect’ gesloten blijft, is iedere Europese rechter onder het principe van de ‘verdragsconforme interpretatie’ verplicht om het Europees recht voor zover mogelijk uit te leggen in lijn met relevante regels van WTO-recht. Aldus bestaat er wel degelijk een mogelijkheid voor particuliere partijen om zich op het WTO-recht te beroepen en de rechter, althans de Europese, geeft daaraan steeds vaker (expliciet of impliciet) gehoor.
      HvJ 14 april 2011, gevoegde zaken C-288/09 en C-289/09, BskyB and Pace/The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs, ECLI:EU:C:2011:248
      HvJ 22 november 2012, gevoegde zaken C-320/11, C-330/11, C-382/11, en C-383/11, Digitalnet OOD, ECLI:EU:C:2012:745
      HvJ 27 september 2007, zaak C-351/04, Ikea Wholesale Ltd./Commissioners of Customs & Excise, ECLI:EU:C:2007:547;
      HvJ 27 juni 2013, gevoegde zaken C-457/11 tot en met C-460/11, VG Wort/Kyocera e.a., C-457/11 tot en met C-460/11, ECLI:EU:C:2013:426
      HvJ 10 april 2014, zaak C-435/12, ACI Adam e.a., ECLI:EU:C:2014:254
      HvJ 3 juni 2008, zaak C-308/06, Intertanko e.a./Secretary of State for Transport, ECLI:EU:C:2008:312
      HvJ 13 januari 2015, gevoegde zaken C-404/12 P en C-405/12 P, Raad en Commissie/Stichting Natuur en Milieu en Pesticide Action Network Europe, ECLI:EU:C:2015:5
      HvJ 13 januari 2015, gevoegde zaken C-401/12 P tot C-403/12 P, Raad e.a./Vereniging Milieudefensie en Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, ECLI:EU:C:2015:4
      HvJ 9 september 2008, gevoegde zaken C-120/06 en C-121/06, Fabbrica italiana accumulatori motocarri Montecchio SpA (FIAMM) e.a./Raad en Commissie, ECLI:EU:C:2008:476
      HvJ 14 juni 2012, zaak C-533/10, Compagnie international pour la vente à distance (CIVAD) SA/Receveur des douanes de Roubaix e.a., ECLI:EU:C:2012:347

  • Auteursinformatie

    Mr. N. van den Broek

    Mr. N. (Naboth) van den Broek is partner bij WilmerHale, Washington DC/Brussel en Adjunct Professor aan de Georgetown University Law Center.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Advies 2/13 van het Hof van Justitie: flinke stap terug voor toetreding Europese Unie tot Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Artikel 6 lid 2 VEU, fundamentele rechten, Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Autonomie van het Unierecht, Ontwerpakkoord
Auteurs Dr. C.J. Van de Heyning
  • Samenvatting

      In Advies 2/13 oordeelt het Hof van Justitie dat het Ontwerpakkoord aangaande de toetreding van de Europese Unie tot het EVRM niet in overeenstemming is met de Verdragen. Het Hof van Justitie meent dat het Ontwerpakkoord op elf punten in strijd is met de autonomie en eigenheid van het Unierecht (de eenheid, voorrang en effectiviteit van het Unierecht) en de positie van het Hof van Justitie als ultieme rechter over de interpretatie van het Unierecht in gevaar brengt. Dit Advies werd ontvangen als een grote verrassing. Deze annotatie bespreekt het Advies en besluit dat het Hof van Justitie hiermee de toetreding zeer moeilijk zo niet onmogelijk maakt.
      HvJ 18 december 2014, Advies 2/13, Advies aangaande artikel 218, paragraaf 11 VWEU, ECLI:EU:C:2014:2475, n.n.g.

  • Auteursinformatie

    Dr. C.J. Van de Heyning

    Dr. C.J. (Catherine) Van de Heyning, LLM, is onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen, docent aan de KHLIM en advocaat strafrecht bij het Belgische kantoor Monard.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het dilemma van vrij verkeer van gezondheidszorg en arme lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden ziektekostenverzekering, ziekenhuisbehandeling, toestemmingsvereiste, Verordening (EEG) nr. 1408/71
Auteurs Mr. dr. J.J.M. Sluijs
  • Samenvatting

      Op het gebied van gezondheidszorg functioneert het vrij verkeer nog niet optimaal. Burgers uit arme lidstaten dienen noodzakelijke zorg in hun eigen lidstaat te ondergaan. Pas wanneer zij nergens terecht kunnen, mogen zij de medische nood in een andere EU-lidstaat ledigen.
      HvJ 9 oktober 2014, zaak C-268/13, Elena Petru/Casa Judeţeană de Asigurări de Sănătate Sibiu en Casa Naţională de Asaigurări de Sănătate, ECLI:EU:C:2014:2271, n.n.g.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. J.J.M. Sluijs

    Mr. dr. J.J.M. (Jan-Koen) Sluijs is advocaat bij FLORET in Den Haag.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De nieuwe DAEB-gids van de Europese Commissie: balanceren op drie koorden tegelijkertijd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden Diensten van Algemeen Economisch Belang, Europese Commissie, staatssteun, Almunia-pakket, DAEB-gids
Auteurs Mr. dr. Allard Knook
  • Samenvatting

      In 2011 nam de Europese Commissie het nieuwe DAEB-pakket aan, dat vorig jaar in werking is getreden. Recent heeft de Commissie een nadere toelichting gegeven bij dit DAEB-pakket in de vorm van een Werkdocument. Dit artikel laat zien dat dit Werkdocument helaas een weerspiegeling vormt van drie historisch gegroeide spanningsvelden op dit gebied, waardoor aan de bruikbaarheid ervan in de praktijk kan worden getwijfeld.Vindplaats: <http://ec.europa.eu/competition/state_aid/overview/new_guide_eu_rules_procurement_nl.pdf>

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. Allard Knook

    Mr. dr. Allard Knook is advocaat bij CMS Derks Star Busmann. Reacties zijn welkom via allard.knook@cms-dsb.com.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het Expedia-arrest: een merkbare koerswijziging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Mededinging, Merkbaarheid, Bekendmaking, De minimis, Strekkingsbeding
Auteurs Mr. H.M. Cornelissen
  • Samenvatting

      In het Expedia-arrest velt het Hof van Justitie van de Europese Unie een opvallend oordeel over twee belangrijke aspecten inzake de toepassing van artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ten eerste oordeelt het Hof van Justitie dat een mededeling van de Europese Commissie die op die toepassing betrekking heeft, in het bijzonder de de minimis-bekendmaking,1x Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13. niet bindend is voor de nationale mededingingsautoriteiten en gerechten. Ten tweede stelt het Hof van Justitie vast dat een overeenkomst2x Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw. die de tussenstaatse handel ongunstig kan beïnvloeden en een mededingingsbeperkende strekking heeft, per definitie een merkbare mededingingsbeperking vormt.HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

    Noten

    • 1 Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13.

    • 2 Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.M. Cornelissen

    Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij Houthoff Buruma en is onder meer gespecialiseerd in Competition Litigation.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
  • Samenvatting

      In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.

  • Auteursinformatie

    Mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

    mr. E.L.H. Mattioli

    Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
  • Samenvatting

      Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)

  • Auteursinformatie

    Mr. M.N. Weeda

    Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. L.J. Terpstra

    Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. C.A.M. Lombert

    Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Naar een nieuw EU-investeringsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden directe buitenlandse investeringen, investeringsbescherming, Transitieverordening, investeringsarbitrage, gemeenschappelijke handelspolitiek
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, Mr. drs. I. Elfilali, Mr. J.M. Luycks e.a.
  • Samenvatting

      Met het Verdrag van Lissabon zijn de directe buitenlandse investeringen onderdeel geworden van de exclusieve competentie van de Europese Unie op het gebied van handelspolitiek (art. 207 VWEU). Dit heeft tot gevolg dat de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten van de lidstaten een onderdeel zijn geworden van de gemeenschappelijke handelspolitiek en daarmee de bevoegdheid van de EU. In dat verband is een nieuwe verordening in werking getreden die de gang van zaken ten aanzien van bestaande en nog door lidstaten te sluiten bilaterale verdragen regelt. Een belangrijk aspect van het nieuwe Europese investeringsbeleid is de invloed die de Europese Commissie bij toekomstige investeringsgeschillen zal kunnen uitoefenen. Dit kan praktische en juridische gevolgen hebben zowel voor de lidstaten, als voor investeerders.Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen – Pb. EU 2012, L 351/40 (Verordening 2012/1219/EU).

  • Auteursinformatie

    Dr. jur. N. Lavranos

    Dr. jur. N. Lavranos is senior adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Mr. drs. I. Elfilali

    Mr. drs I. Elfilali is senior juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken.

    Mr. J.M. Luycks

    Mr. J.M. Luycks is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP.

    Mr. R. Niesink

    Mr. R. Niesink is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel van de auteurs geschreven.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Uitoefening inspectiebevoegdheid van de Commissie begrensd door het Gerecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dawn raid, inspectiebeschikking, voldoende ernstige aanwijzingen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en Mr. M.P.N. Lemmens
  • Samenvatting

      In dit artikel worden de arresten Nexans en Prysmian van het Gerecht besproken. Het Gerecht geeft in deze uitspraken antwoord op de vraag hoe ruim de Europese Commissie haar inspectiebevoegdheid in mededingingsonderzoeken mag uitoefenen. Niettemin blijft een aantal kwesties onopgelost.GvEA 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans France SAS en Nexans SA/Commissie en GvEA 14 november 2012, zaak T-140/09, Prysmian SpA en Prysmian Cavi e Sistemi Energia Srl/Commissie.

  • Auteursinformatie

    Mr. G. Oosterhuis

    Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

    Mr. M.P.N. Lemmens

    Mr. M.P.N. Lemmens is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De Europese stichting: terug naar de tekentafel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. M. Goorts
  • Samenvatting

      Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
      Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final

  • Auteursinformatie

    Mr. N. Peters

    Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

    Mr. M. Goorts

    Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Een Gemeenschapsregime voor elektronische identificatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Elektronische handtekening, Elektronische identificatie, Elektronisch rechtsverkeer, Vertrouwensdienst, gekwalificeerd certificaat
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink en Mr. drs. J. Theeven
  • Samenvatting

      Het bestaande Europeesrechtelijke kader voor elektronische rechtshandelingen wordt onder meer gevormd door de Richtlijn elektronische handtekening, 1999/93/EG. Deze uit 1999 stammende richtlijn is echter niet toegesneden op de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en toenemende mondialisering van het handelsverkeer die sindsdien hebben plaatsgevonden. Bovendien heeft de Richtlijn geleid tot uiteenlopende implementatie in de lidstaten. Dat was er volgens de Europese Commissie mede de oorzaak van dat er weinig groei zit in de markt voor grensoverschrijdende transacties binnen de EU. Ook het grensoverschrijdend gebruik van elektronische identificatie in het kader van overheidsdiensten viel de Commissie tegen. Op 4 juni 2012 heeft de Commissie haar voorstel voor een Verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt toegezonden aan de Raad, dat hierin moet voorzien.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.W. Wefers Bettink

    Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.

    Mr. drs. J. Theeven

    mr. drs. J. Theeven is bedrijfsjurist bij Sabic.

Toont 1 - 20 van 197 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10