Zoekresultaten

Zoekresultaat:
109 artikelen
x
Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Selectieve betalingen in het zicht van (mogelijke) insolventie – ruim baan voor de bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Ontvanger/Roelofsen, faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid, Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., verhaalsfrustratie
Auteurs Mr. L.M. Linskens en Mr. S.C.M. van Thiel
  • Samenvatting

      Een bestuurder van een bv of nv wordt in tijden van financiële krapte veel vrijheid gegund om zelf te bepalen welke schuldeisers hij wel en welke hij (nog) niet voldoet. Deze vrijheid wordt slechts begrensd door de wet (pauliana) en door de jurisprudentie omtrent selectieve betalingen. Op grond van die jurisprudentie is een bestuurder die in een situatie waarin er blijvend meer schulden dan middelen zijn gelieerde crediteuren boven andere crediteuren behandelt, in beginsel persoonlijk aansprakelijk jegens die andere crediteuren. In de literatuur is bepleit dat deze ‘in beginsel’-regel zou moeten gelden voor alle betalingen die een bestuurder verricht nadat het faillissement van de vennootschap onvermijdelijk is geworden. Uit het arrest Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., dat eerder dit jaar werd gewezen, volgt dat de Hoge Raad hier echter geen aanleiding voor zag. In deze bijdrage staat de vraag centraal of dit betekent dat de Hoge Raad de bestuurder zelfs in een dergelijke situatie nog ruim baan geeft om zijn eigen keuzes te maken. Aan het einde wordt bezien hoe de lagere jurisprudentie tot nu toe hierop heeft gereageerd.

  • Auteursinformatie

    Mr. L.M. Linskens

    Mr. L.M. (Lisa) Linskens is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

    Mr. S.C.M. van Thiel

    Mr. S.C.M. (Stein) van Thiel is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Leiden bedingen die de vennootschap als enig opdrachtnemer aanwijzen tot uitsluiting van persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar, en kan dat?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, exoneratie, kanalisering, opdrachtnemerschap
Auteurs Mr. E.A.L. van Emden
  • Samenvatting

      Beroepsbeoefenaars kunnen met hun opdrachtgever overeenkomen dat het kantoor waaraan zij zijn verbonden als enig opdrachtnemer heeft te gelden. De vraag is in hoeverre daarmee ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar kan worden uitgesloten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid door beroepsbeoefenaars mogelijk is.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.A.L. van Emden

    Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
  • Samenvatting

      Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.

  • Auteursinformatie

    Mr. J. den Hoed

    Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De benchmarktransitie: van IBOR’s naar RFR’s door een civielrechtelijk labyrint?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden IBOR, benchmark, transitie, fallback, risk-free rate
Auteurs Mr. S. Uiterwijk
  • Samenvatting

      Bekende benchmarks om renteverplichtingen mee te berekenen, zoals LIBOR en EURIBOR, zullen mogelijk verdwijnen. Dit zal een impact hebben op allerlei financiële producten, met een marktwaarde geschat op honderden biljoenen euro’s. Naast professionele partijen kunnen ook consumenten hierdoor worden geraakt. Dit artikel beschrijft de benchmarktransitie en de civielrechtelijke aandachtspunten.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Uiterwijk

    Mr. S. Uiterwijk is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De impact op de relatie tussen een bank en haar cliënt van DNB’s ‘Good Practices’ ten aanzien van fiscale integriteitsrisico’s

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2019
Trefwoorden fiscale integriteit, zorgplicht, integriteitstoezicht, belastingontwijking, cliëntonderzoek
Auteurs Mr. S. van Norden, M. Ruigrok LL.M. en Mr. R.T. van Ginneken
  • Samenvatting

      Het recent door DNB gepubliceerde document ‘Good Practices. Fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken’ leidt in de praktijk tot diverse vragen. De auteurs analyseren de Good Practices uit fiscaal en regulatoir oogpunt en behandelen voorts de impact van de Good Practices op de relatie tussen de banken en hun cliënten in het licht van de bestaande jurisprudentie over het aangaan en beëindigen van bankrelaties.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. van Norden

    Mr. S. van Norden (Dispute Resolution) is werkzaam bij Baker McKenzie te Amsterdam.

    M. Ruigrok LL.M.

    M. Ruigrok, LL.M. (Tax) is werkzaam bij Baker McKenzie te Amsterdam.

    Mr. R.T. van Ginneken

    Mr. R.T. van Ginneken (Banking & Finance) is werkzaam bij Baker McKenzie te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Derde wetsvoorstel voor personenvennootschappen: modernisering nu echt in zicht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden personenvennootschappen, wetsvoorstel, ondernemingsrecht, modernisering, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. M.F.E. de Waard-Preller en Mr. S.S.M. Rutten
  • Samenvatting

      Op 21 februari 2019 is het wetsvoorstel ter modernisering van de personenvennootschappen met een nieuwe titel 13 voor Boek 7 BW ter consultatie voorgelegd. In deze bijdrage bespreken de auteurs de hoofdlijnen van het consultatievoorstel en een aantal voor hen opvallende thema’s. Waar relevant maken zij hierbij een vergelijking met het huidige recht en het voorstel van de Werkgroep Personenvennootschappen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.F.E. de Waard-Preller

    Mr. M.F.E. de Waard-Preller is notaris en Partner Corporate M&A bij NautaDutilh, Rotterdam.

    Mr. S.S.M. Rutten

    Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh, Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

Over synthetische toerekening van schulden in geval van een wettelijke verdeling

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden wettelijke verdeling, gemeenschap, gedwongen schuldverrekening
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
  • Samenvatting

      In deze bijdrage verdedigt de auteur dat artikel 3:184 BW naar analogie van toepassing is in geval van een wettelijke verdeling. Dit is van praktisch belang indien een van de erfgenamen insolvent is. Alvorens te motiveren waarom zijn standpunt naar zijn mening geldend recht weergeeft, vraagt de auteur aandacht voor de wijze waarop het aandeel van een deelgenoot-schuldenaar in de gemeenschap dient te worden bepaald. Het antwoord op deze vraag is ook van belang voor de analogische toepassing van artikel 3:184 BW. De auteur geeft vervolgens aan op welke wijze artikel 3:184 BW analogisch dient te worden toegepast, waarbij hij een onderscheid maakt tussen het geval dat een kind schuldenaar is van de nalatenschap en het geval dat de langstlevende dat is.

  • Auteursinformatie

    Prof. dr. S. Perrick

    Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

De rechten en plichten van de erfgenaam die met een legaat is belast

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden legaat, legitieme portie, inbreng, keuzelegaat, verjaring
Auteurs Mr. F.W. Brans en Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
  • Samenvatting

      Het komt regelmatig voor dat in een testament een legaat staat opgenomen. In dit artikel onderzoeken de auteurs wat de rechten en plichten zijn van de erfgenaam die met een legaat is belast en met welke ‘valkuilen’ de erfgenaam rekening moet houden. Speciale aandacht wordt daarbij besteed aan de positie van de legitimaris-erfgenaam en aan het (keuze)legaat tegen inbreng (van waarde). Pas wanneer duidelijkheid bestaat over wat de status is van het legaat bij de afwikkeling van een nalatenschap kan weloverwogen een keuze worden gemaakt tussen het al dan niet (beneficiair) aanvaarden van de nalatenschap, dan wel het verwerpen van de nalatenschap (al dan niet onder het doen van een beroep op de legitieme portie).

  • Auteursinformatie

    Mr. F.W. Brans

    Mw. mr. F.W. Brans is senior jurist bij AD Advocaten te Amsterdam.

    Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers

    Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers is advocaat bij AD Advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
  • Samenvatting

      Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

      1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

      2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. W.J. Oostwouder

    Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

    Mr. R.P. Schrooten

    Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.S.J.M. van Gangelen

    Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

    Mr. G.H Gispen

    Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
  • Samenvatting

      Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.R. van der Zee

    Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Invulling van de norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, notaris, zorgplichten, bewijs
Auteurs Mr. H.J. Delhaas en Mr. L.C. Dufour
  • Samenvatting

      De norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen, wordt aan de hand van vijf zorgverplichtingen besproken: de onderzoeksplicht, de wilscontrole, de informatieplicht, de bijzondere waarschuwingsplicht en de zorgplicht ten opzichte van derden. Hoe worden deze normen in de rechtspraak toegepast?

  • Auteursinformatie

    Mr. H.J. Delhaas

    Mr. H.J. Delhaas is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

    Mr. L.C. Dufour

    Mr. L.C. Dufour is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Sleutels voor personenvennootschapsrecht

Bespreking van het proefschrift van mr. C.M. Stokkermans

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden personenvennootschapsrecht, CV, VOF, maatschap, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. drs. M.R. Hoekstra
  • Samenvatting

      Dit proefschrift behandelt de rechtswetenschappelijke kwalificatie van de maatschap, de VOF en de CV in Nederland en in rechtsvergelijkend perspectief. Zeer gedetailleerd wordt de stand van zaken in het Nederlandse recht samengevat en worden suggesties gedaan voor verbetering en vervolmaking van de wetgeving rondom personenvennootschappen.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. M.R. Hoekstra

    Mr. drs. M.R. Hoekstra is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De implementatie van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwft, witwassen, uiteindelijk belanghebbende, politiek prominente personen, vierde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
  • Samenvatting

      De vierde anti-witwasrichtlijn is in werking getreden en diende uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. In verband met de implementatie van de richtlijn wijzigt onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen besproken als gevolg van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden en de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. De implementatie heeft een aanzienlijke impact op het beleid van alle instellingen die onder de Wwft vallen. Zo zullen de instellingen hun beleid moeten aanpassen en gebruik moeten gaan maken van het register met uiteindelijk belanghebbenden. De risicogebaseerde benadering komt nog meer naar voren in het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.M. van Poelgeest

    Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy advocatuur.

Tijdschrift Caribisch Juristenblad
Artikel

Verhaalsfrustratie door en met een SPF: enige beschouwingen naar aanleiding van het arrest Resort of the World/Maple Leaf (HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, NJ 2017/124)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2017
Trefwoorden vereenzelviging rechtspersoon, verhaalsfrustratie, toerekening, SPF, misbruik
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het arrest HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, NJ 2017/124 (Resort of the World/Maple Leaf) centraal. Alvorens het arrest te bespreken, zal worden ingegaan op het leerstuk van de vereenzelviging in algemene zin, waarbij de in dat kader belangrijke arresten HR 9 juni 1995, NJ 1996/213 (Krijger/Citco) en HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480, NJ 2000/698, m.nt. J.M.M. Maeijer (Rainbow) aan bod zullen komen. Geconcludeerd kan worden dat er klemmende redenen moeten zijn om aan de afzonderlijke identiteit van een rechtspersoon voorbij te gaan. Tevens wordt in het arrest bevestigd dat de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend is voor de vraag van toerekening van kennis en dat voor terughoudendheid bij de toerekening van zogeheten interne kennis aan een rechtspersoon geen plaats is.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. P.S. Bakker

    Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

De (on)belastbaarheid van de letselschade-uitkering; de Hoge Raad houdt koers

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:529

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden (on)belastbaarheid letselschade-uitkering, belastinggarantie, inkomstenbelasting, vermogensrendementsheffing
Auteurs Mr. R.H.J. Wildenburg
  • Auteursinformatie

    Mr. R.H.J. Wildenburg

    Mr. R.H.J. Wildenburg is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen te Arnhem.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
  • Samenvatting

      In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Fluit

    Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Governance in het ziekenhuis

Het participatiemodel als Haarlemmerolie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden vrijgevestigd medisch specialist, participatiemodel, aandeelhouder, gelijkgerichtheid, bestuurbaarheid
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaat de auteur in op de verhoudingen binnen het ziekenhuis. Belicht worden de door de tijd gewijzigde rol en positie van de medisch specialist en de raad van bestuur van het ziekenhuis in relatie tot de nimmer aflatende beslissingen vanuit de wetgever die invloed uitoefenen op die positie. De auteur schetst een mogelijke invulling van het door de politiek geopperde participatiemodel en gaat in op het op dit moment schaarse aantal praktijkvoorbeelden waarbij bestuurbaarheid en gelijkgerichtheid binnen het ziekenhuis vanuit de hoek van het ondernemingsrecht handen en voeten worden gegeven.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.A.M. van den Ende

    Mr. T.A.M. van den Ende is advocaat/partner Gezondheidszorg bij Nysingh advocaten-notarissen.

Tijdschrift RegelMaat
Boekbespreking

Hoe ontstaan wetgevingsblunders?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetgevingsblunders, boekbespreking, politiek-bestuurlijke context, wetgevingskwaliteit, bestendigheid van wetgeving
Auteurs Mr. ML M.M. Spiertz
  • Samenvatting

      Dit artikel geeft een samenvatting van en oordeel over het boek The Blunders of our Governments, waarin diverse casus worden geanalyseerd en factoren opgesomd die de Britse kabinetten vatbaarder maakten voor (wetgevings)blunders. Het gaat enerzijds om menselijke factoren, zoals groepsdenken, culturele wereldvreemdheid en een kloof tussen beleidsmakers en uitvoerders. Anderzijds betreft het systeemkenmerken van het Britse stelsel, waaronder een gebrek aan individuele afrekenbaarheid, de zwakke punten uit het parlementaire proces en een gebrek aan beraadslaging.

  • Auteursinformatie

    Mr. ML M.M. Spiertz

    Mr. M.M. (Menno) Spiertz ML is wetgevingsjurist bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

Het afgescheiden vermogen van beleggingsfondsen: art. 4:37j Wft, een geschikte regeling voor de cv én het fgr?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden afgescheiden vermogen, art. 4:37j Wft, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, fonds voor gemene rekening
Auteurs Mr. M.C. Maters
  • Samenvatting

      Sinds de implementatie van de AIFMD in de Wet op het financieel toezicht is art. 4:37j van toepassing op Nederlandse beheerders van beleggingsinstellingen. Art. 4:37j bepaalt dat beleggingsinstellingen (waaronder beleggingsfondsen) een afgescheiden vermogen hebben. Sommige beleggingsfondsen zijn personenvennootschappen (zoals de cv) en hebben op grond van jurisprudentie reeds een afgescheiden vermogen. Het artikel bespreekt deze civiele en financiële regels en behandelt de vraag of art. 4:37j Wft voldoende rekening houdt met de kenmerken van de cv, en of dat wenselijk is.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.C. Maters

    Mr. M.C. Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Toont 1 - 20 van 109 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6