Zoekresultaten

Zoekresultaat:
539 artikelen
x
Tijdschrift Contracteren
Over de grens

Het recht van verhaal van de eindverkoper: in Duitsland, in Nederland en in de toekomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden consumentenkoop, recht van verhaal, beknelde eindverkoper, regresrecht, voorschakel
Auteurs Mr. T.J.K. van Santen
  • Samenvatting

      Het recht van verhaal is in Nederland geregeld in artikel 7:25 BW en beoogt de beknelde eindverkoper te beschermen. Wanneer een consumentkoper zijn rechten jegens de eindverkoper heeft uitgeoefend, moet hij verhaal kunnen nemen op zijn voorschakel zodat hij niet met de aansprakelijkheid ‘blijft zitten’. De regeling beoogt dat de voor het gebrek verantwoordelijke partij uiteindelijk aansprakelijk is. Duitsland heeft op 1 januari 2018 enkele aanpassingen in het BGB doorgevoerd en ook het recht van verhaal aangepast.
      Door de aanstaande invoering van twee nieuwe richtlijnen zullen de rechten van de consumentkoper aanzienlijk worden versterkt. Ook deze richtlijnen voorzien in een recht van verhaal voor de eindverkoper. De nieuwe regeling is gelijk aan de huidige Europese regeling, die aan duidelijkheid te wensen overlaat. Hoe de regeling in de praktijk uitpakt, blijft ook in de toekomst ongewis. Het effectiviteitsbeginsel brengt mee dat bij de uitoefening van het recht van verhaal de consumentenrechten ook door de eindverkoper moeten kunnen worden ingeroepen.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.J.K. van Santen

    Mr. T.J.K. van Santen is senior jurist Contractueel bij DAS en doet een promotieonderzoek aan de Open Universiteit (promotoren T.H.M. van Wechem en J.G.J. Rinkes) naar het recht van verhaal als bedoeld in artikel 7:25 BW.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap

Access_openThird party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
  • Samenvatting

      Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. A. van der Krans

    Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
  • Samenvatting

      Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.N. Mwangi

    Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

    Mr. S.C.P. Verhelst

    Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Artikel

De actualiteit en toekomst van de toepassing van whiplashjurisprudentie buiten whiplashzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden whiplash, niet-whiplashzaken, causaal verband, elektrocutie, hondenbeet
Auteurs Mr. S. Boer en Mr. C. van der Roest
  • Samenvatting

      Steeds vaker wordt in niet-whiplashzaken een beroep gedaan op de zogenaamde whiplashjurisprudentie. Met een beroep op de redeneringen uit deze jurisprudentie wordt door benadeelden getracht om het bestaan van veelal substraatloze klachten en het (juridisch) causaal verband tussen deze klachten en beperkingen en het incident aan te tonen. Is toepassing van de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken gerechtvaardigd, of is daarmee het spreekwoordelijke hek van de dam? Door middel van een analyse van de whiplashjurisprudentie en recente jurisprudentie in niet-whiplashzaken komen de auteurs tot de conclusie dat een juiste toepassing van de zogenoemde causaliteitsregels uit de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken tot rechtvaardige uitkomsten leidt, mits men daarbij de hoofdregel en de beginselen van het bewijsrecht niet uit het oog verliest.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Boer

    Mr. S. Boer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

    Mr. C. van der Roest

    Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

Nieuw licht op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel?

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid, asbest, arbeidsrechtelijke omkeringsregel
Auteurs Mr. Veneta Oskam
  • Samenvatting

      Bij beantwoording van de vraag of causaal verband aanwezig is tussen de asbestblootstelling en het ontstaan van mesothelioom, en of ter vaststelling hiervan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast, is – overeenkomstig de arresten HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van der Wege) en ECLI:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) – van belang dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden niet te onzeker dan wel te onbepaald dient te zijn. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof dat de enkele blootstelling aan asbest onvoldoende is om toepassing te geven aan de omkeringsregel. De in de eerdergenoemde arresten vastgestelde regels gelden ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Ook hier kan het causaal verband te onzeker of te onbepaald zijn wanneer de werknemer ook buiten de werkzaamheden aan asbest blootgesteld is geweest. Daarom komt, gelet op hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte mesothelioom en haar oorzaak, betekenis toe aan (1) de duur en de intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever, en in voorkomend geval (2) de duur en de intensiteit van andere blootstelling(en) aan asbest gedurende de latentieperiode en (3) de verhouding tussen (1) en (2).

  • Auteursinformatie

    Mr. Veneta Oskam

    Mr. V. Oskam is werkzaam als advocaat bij V&A Advocaten te Rotterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Scheidslijnen tussen kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel

Enkele praktische opmerkingen over verschillen tussen deze drie leerstukken naar aanleiding van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden aansprakelijkheid, bewijs, kansschade, beroepsfout, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
  • Samenvatting

      Het hier te bespreken arrest, waarin aan de orde was of een ziekenhuis aansprakelijk is voor schade als gevolg van een te laat uitgevoerde operatie, geeft aanleiding voor enkele gedachten over en praktische wenken voor de afbakening van kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel ten opzichte van elkaar. De drie figuren komen hier samen. Getracht wordt de grenzen nader in kaart te brengen.

  • Auteursinformatie

    Mr. J. den Hoed

    Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten te Haarlem.

Tijdschrift Caribisch Juristenblad
Artikel

Access_openToepassing van de pre-pack in Curaçao: wat zijn de spelregels?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden pre-pack, Faillissementsbesluit 1931, Curaçaose Dok Maatschappij, doorstart, curator
Auteurs Mr. R.M. Bottse
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat de pre-packprocedure centraal die is voorafgegaan aan de doorstart van de naamloze vennootschap Curaçaose Dok Maatschappij N.V. Pre-packrichtlijnen scheppen duidelijkheid omtrent het wanneer, waarom en hoe rondom de toepassing van pre-packs. In de richtlijnen zal voor de beoogd curator een stevige rol moeten zijn weggelegd in het voorkomen van diverse aansprakelijkheidsrisico’s. De auteur moedigt het gerecht daarom aan serieus werk te maken van het ontwerpen van pre-packrichtlijnen. Het verdient aanbeveling om daarbij door middel van een consultatieronde de mening van curatoren en andere insolventierechtbeoefenaren te peilen.

  • Auteursinformatie

    Mr. R.M. Bottse

    Mr. R.M. Bottse is advocaat bij HBN Law.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Civielrechtelijke aspecten van de schadevergoedingsmaatregel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden schadevergoedingsmaatregel, pluraliteit van schuldeisers, verdeling, alternatieve vergoedingsplicht, toekomstige vordering
Auteurs Mr. I.C. Engels en Mr. G.C. Nieuwland
  • Samenvatting

      In hun artikel bespreken de auteurs een bijzondere figuur: de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr, een strafrechtelijke maatregel die in belangrijke mate wordt vastgesteld aan de hand van civielrechtelijke maatstaven. Zij behandelen de verhouding tussen de vorderingen van de Staat en het slachtoffer op de dader, de positie van de dader en de kwalificatie van de vordering van het slachtoffer op de Staat (mogelijkheden van overdracht, verpanding en beslag).

  • Auteursinformatie

    Mr. I.C. Engels

    Mr. I.C. Engels is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

    Mr. G.C. Nieuwland

    Mr. G.C. Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Persoonlijke zekerheden bij concernfinanciering: ongerechtvaardigde vermenigvuldiging van vorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden concernfinanciering, hoofdelijkheid, faillissement, persoonlijke zekerheden, art. 136 Fw
Auteurs Mr. A.L. Jonkers
  • Samenvatting

      In dit artikel bespreekt de auteur kritisch de fundamentele vraag hoe gerechtvaardigd kan worden dat de professionele crediteur ook in faillissement tegen elke hoofdelijk aansprakelijke groepsmaatschappij een vordering geldend kan maken, terwijl het bedrag maar één keer uitgeleend is.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.L. Jonkers

    Mr. A.L. Jonkers is docent/onderzoeker bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Beroepsaansprakelijkheid advocaten: een update

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden advocaat, beroepsaansprakelijkheid, zorgplicht, tegenstrijdig belang, waarschuwingsplicht en onderzoeksplicht
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. L.A. Godwaldt
  • Samenvatting

      De inhoud van de zorgplicht van de advocaat wordt mettertijd nader ingevuld door arresten van de Hoge Raad. Eind 2017 heeft de Hoge Raad wederom twee arresten gewezen over deze zorgplicht. Naar aanleiding van deze arresten maken auteurs enkele beschouwende opmerkingen over de onderzoeks- en waarschuwingsplicht (ook buiten de aan de advocaat verstrekte opdracht) en over de vraag wanneer sprake kan zijn van een (dreigend) belangenconflict.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.M. van Orsouw

    Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    Mr. L.A. Godwaldt

    Mr. L.A. Godwaldt is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openDe relativiteit van een energielabel: EnergyClaim/Staat

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden relativiteitsvereiste, overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, rechten toekennen aan particulieren, energielabel
Auteurs Mr. R. Meijer
  • Samenvatting

      Dit artikel bespreekt het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2017 waarin de vorderingen van de Stichting EnergyClaim tegen de Nederlandse Staat tot schadevergoeding wegens een onjuiste implementatie van het Unierecht op het gebied van het verplichte energieprestatiecertificaat zijn afgewezen. De afwijzing van de vorderingen door het hof is met name gebaseerd op het Europese en Nederlandse relativiteitsvereiste. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij dit oordeel.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Meijer

    Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Een eerste stap in de implementatie van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden aandeelhoudersrechten, beloningsbeleid, transparantie, langetermijnbetrokkenheid, corporate governance
Auteurs Mr. T.C.A. Dijkhuizen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het door de wetgever gepubliceerde Voorontwerp ter implementatie van de Aandeelhoudersrichtlijn, alsmede de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders centraal. De auteur besteedt hierbij ook aandacht aan enige consultatiereacties van diverse Nederlandse stakeholders.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.C.A. Dijkhuizen

    Mr. T.C.A. Dijkhuizen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
  • Samenvatting

      Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Jong

    Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

De aanwijzing aan de vereffenaar op grond van artikel 4:210 lid 1 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwijzing, instructie, kantonrechter, artikel 4:210 BW, vereffenaar/vereffening
Auteurs Mr. S.R. Baetens
  • Samenvatting

      Op grond van artikel 4:210 BW kan de kantonrechter of benoemde rechter-commissaris aan de vereffenaar aanwijzingen geven, die deze dient op te volgen. In de praktijk wordt nog tamelijk weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid de kantonrechter om een aanwijzing of instructie voor de vereffenaar te verzoeken. In dit artikel gaat de auteur in op de mogelijkheden van artikel 4:210 BW voor de kantonrechter, de vereffenaar en de belanghebbenden. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ambtshalve aanwijzing, de vraag wie in welke situaties om een aanwijzing aan de vereffenaar kan verzoeken, en wat de status van die aanwijzing is. Voorts wordt ingegaan op de procedurele aspecten van het verzoek om een aanwijzing.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.R. Baetens

    Mr. S.R. Baetens is advocaat en vFAS-scheidingsmediator bij SCG Advocaten te Eindhoven.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Invulling van de norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, notaris, zorgplichten, bewijs
Auteurs Mr. H.J. Delhaas en Mr. L.C. Dufour
  • Samenvatting

      De norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen, wordt aan de hand van vijf zorgverplichtingen besproken: de onderzoeksplicht, de wilscontrole, de informatieplicht, de bijzondere waarschuwingsplicht en de zorgplicht ten opzichte van derden. Hoe worden deze normen in de rechtspraak toegepast?

  • Auteursinformatie

    Mr. H.J. Delhaas

    Mr. H.J. Delhaas is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

    Mr. L.C. Dufour

    Mr. L.C. Dufour is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Zekerheidsrechten vanuit rechtseconomisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden zekerheidsrechten, rechtseconomie
Auteurs Mr. R. Bloemink
  • Samenvatting

      Dit artikel gaat in op de rechtseconomische rechtvaardiging voor de beschikbaarheid van zekerheidsrechten. Op basis van rechtseconomische inzichten wordt een aantal veelgebruikte argumenten voor de beschikbaarheid van (ruime) zekerheidsrechten ter discussie gesteld. Tegelijk wordt een drietal alternatieve argumenten voor de beschikbaarheid van ruime en gemakkelijk te vestigen zekerheidsrechten naar voren gebracht, bestaande uit het transparantieaspect, het exclusiviteitsaspect en het verruimingsaspect.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Bloemink

    Mr. R. Bloemink is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Schade begroten met plussen en minnen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebeperkingsplicht, eigen schuld, voordeelstoerekening, voordeelsverrekening
Auteurs Mr. J.B.R. Regouw
  • Samenvatting

      Aan de hand van rechtspraak van de Hoge Raad wordt besproken hoe de rechtsfigurent schadebegroting, schadebeperkingsplicht (eigen schuld) en voordeelstoerekening met elkaar samenhangen. De auteur betoogt dat zowel benutte als onbenutte vrijgekomen verdiencapaciteit relevant is voor de omvang van de vergoedbare schade bij onrechtmatige daad of wanprestatie.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.B.R. Regouw

    Mr. J.B.R. Regouw is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openEen redelijke uitkomst als leidraad voor afbakening van de Peeters/Gatzen-vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden insolventierecht, Peeters/Gatzen-vordering, schuldeisersbenadeling, Rosbeek-arrest, redelijkheidstoets
Auteurs Mr. P.J. Hooghoudt en Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh
  • Samenvatting

      De auteurs bespreken naar aanleiding van het recente Rosbeek-arrest enkele onduidelijkheden over de aard en reikwijdte van de Peeters/Gatzen-vordering en betogen dat een redelijkheidstoets wenselijk is als (deel)criterium of leidraad voor toekenning van instellingsbevoegdheid daarvan aan de curator.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.J. Hooghoudt

    Mr. P.J. Hooghoudt is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

    Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh

    Mr. D.C. van Sisseren-Roessingh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Wat is de impact van de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU op internationale franchiseovereenkomsten?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Franchiseovereenkomsten, Nationaal en internationaal contracteren, E-commerce, Bescherming persoonsgegevens
Auteurs Mr. M. de Koning en Mr. dr. H.H. de Vries
  • Samenvatting

      De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal per ingang van 25 mei 2018 van toepassing zal zijn in alle EU-lidstaten. Het artikel zet de belangrijkste veranderingen die de AVG met zich meebrengt en de betekenis voor franchiseovereenkomsten uiteen. In het kort verruimt de AVG de rechten van betrokkenen (natuurlijke personen) op basis van hun fundamentele recht op gegevensbescherming en scherpt het de verplichtingen aan van de bij verwerking van persoonsgegevens betrokken ondernemingen. Ook verzwaart de Verordening het sanctieregime.
      Voor de meeste franchisegevers en franchisenemers geldt dat zij persoonsgegevens verwerken en dus te maken krijgen met het regime van de AVG. De meeste franchisenetwerken maken gebruik van loyaltyprogramma’s en digitale marketingmethodes. Ook komt het in de praktijk voor dat franchisegevers en franchisenemers in geschillen terechtkomen over wie de gegevens met betrekking tot de klanten van de franchisenemers mag gebruiken, tijdens of na beëindiging van de franchiserelatie. Wij behandelen de basisbeginselen van de AVG, de vereisten voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, de nieuwe verplichtingen en rechten van betrokkenen. Teneinde aan de AVG te kunnen voldoen, moeten franchisegevers en franchisenemers onder meer de gegevensverwerking van in franchisesystemen in kaart brengen en moeten zij rolduidelijkheid scheppen: wie is de verantwoordelijke en wie is eventuele verwerker jegens de betrokken natuurlijke personen?
      Het artikel concludeert dat de meeste internationaal gebruikte standaard franchiseovereenkomsten vrij veel aanpassingen behoeven om aan de vereisten van de AVG te voldoen. Momenteel zijn de rollen van franchisegevers en franchisenemers en de activiteiten voor bescherming van persoonsgegevens in de franchiseketen niet duidelijk bepaald en vastgelegd. Dan blijft dikwijls in het midden welke partij voor de naleving van de AVG verantwoordelijk is. Niet-naleving kan tot hoge boetes, civielrechtelijek aansprakelijkheid en/of reputatieschade van het gehele franchisenetwerk leiden. De AVG is ook relevant voor buiten de EU gevestigde franchisegevers. Ongeacht of de verwerking van persoonsgegevens in de EU plaatsvindt, is de AVG van toepassing op de verwerking in de context van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in de EU.
      Er is voorts nog een e-Privacy Verordening in de maak. Deze zal op het punt van profilering, e-marketing, behavioral advertising en geo-targeting aanvullende eisen stellen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Koning

    Mr. M. de Koning is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Commercial.

    Mr. dr. H.H. de Vries

    Mr. dr. H.H. de Vries is advocaat/partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en hoofd van de sectie Privacy.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Access_openFollow-on schadeclaims wegens schending van het mededingingsrecht: van law in the books naar law in action

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Kartelschade, Richtlijn schadeclaims wegens mededingingsinbreuken, Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving, Passing-on verweer, Voordeelstoerekening
Auteurs Mr. dr. R. Meijer
  • Samenvatting

      In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van de private handhaving van het mededingingsrecht. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de nieuwe wettelijke bepalingen als gevolg van de implementatie van de richtlijn inzake schadeclaims wegens mededingingsinbreuken alsmede enkele noemenswaardige ontwikkelingen in de jurisprudentie op het gebied van kartelschade.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. R. Meijer

    Mr. dr. R. Meijer is advocaat te Amsterdam.

Toont 1 - 20 van 539 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 26 27