Zoekresultaten

Zoekresultaat:
608 artikelen
x
Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Kwalitatieve aansprakelijkheid: het gebruik van gebrekkige zaken en dieren door zelfstandige hulppersonen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, zelfstandige hulppersonen, bedrijfsmatig gebruik, gebrekkige zaken, dieren
Auteurs Mr. dr. A. Kolder
  • Samenvatting

      Op wie rust de kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken en dieren die worden gebruikt door zelfstandige hulppersonen? Hoewel ons economische verkeer zich in toenemende mate kenmerkt door flexibele (arbeids)relaties, heeft deze vraag nog niet veel aandacht genoten. Aan de hand van een bespreking van art. 6:181 BW wordt de opgeworpen vraag aan een beschouwing onderworpen.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. A. Kolder

    Mr. dr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten en tevens docent en onderzoeker aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchiseovereenkomst, franchisenemer, franchisenemersvereniging, eenzijdige wijziging, collectieve actie
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
  • Samenvatting

      Aan de orde komt de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt, op grond van de franchiseovereenkomst.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.W. Dolphijn

    Mr. A.W. Dolphijn is advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2019

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchise, franchiseovereenkomst, non-concurrentiebeding, Wet franchise, jurisprudentie
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
  • Samenvatting

      In dit artikel wordt een overzicht gegeven van recente jurisprudentie op het gebied van het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst mede in het licht van de Wet franchise.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.H. Kolenbrander

    Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie

Reactie op bespreking proefschrift

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Bestuurdersaansprakelijkheid, arbeidsrecht, ernstig verwijt, grove schuld, interpretatiemethoden
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
  • Samenvatting

      Deze bijdrage bevat een reactie op de bespreking door A.J.P Schild van het proefschrift ‘Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie’ waarbij aandacht wordt gevestigd op de betekenis en oorsprong van de term ‘ernstig verwijt’.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. W.A. Westenbroek

    Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan de Erasmus School of Law.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De scheidslijn tussen hoofd- en schadestaatprocedure in 7:611-zaken

Een analyse van het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden schadestaatprocedure, bindende eindbeslissing, werkgeversaansprakelijkheid, verzekeringsplicht, art. 7:611 BW
Auteurs Mr. P.E. Bloemendal
  • Samenvatting

      Het bijzondere procedureverloop leidend tot Autoster/Hendriks II geeft aanleiding tot een nadere beschouwing van de scheidslijn tussen de hoofd- en schadestaatprocedure in zaken over de 7:611-verzekeringsplicht. Geconcludeerd wordt dat in de hoofdprocedure niet alleen de aansprakelijkheidsgrond, maar steeds ook ten minste een deel van de causaliteit zou moeten worden beoordeeld.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.E. Bloemendal

    Mr. P.E. Bloemendal is advocaat bij Dirkzwager legal & tax te Arnhem.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker

Bespreking van het proefschrift van mr. A. Kolder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bedrijfsmatige gebruiker, kwalitatieve aansprakelijkheid, art. 6:181 BW, opstal, dier
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
  • Samenvatting

      Deze recensie gaat in het bijzonder in op Kolders centrale stelling dat de kwalitatieve aansprakelijkheid van de bedrijfsmatig gebruiker het primaat zou moeten hebben boven die van de bezitter. Daarnaast komt het criterium voor bedrijfsmatig gebruik dat Kolder introduceert aan de orde, evenals diens voorstel voor stroomlijning van de tekst van art. 6:181 BW.

  • Auteursinformatie

    Mr. P.W. den Hollander

    Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openVerkeersdeelname in het kader van de WAM: waar liggen de grenzen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden WAM, deelneming aan het verkeer, verkeersrisico, verzekering, motorrijtuig
Auteurs Mr. H.P. Verdam
  • Samenvatting

      De auteur bespreekt in haar artikel de reikwijdte van de verplichte WAM-dekking en de recente arresten van de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU over de afbakening van het begrip verkeersdeelname bij voertuigen met ook een werktuigfunctie.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.P. Verdam

    Mr. H.P. Verdam is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Eens gekweten blijft gekweten?

De Hoge Raad over het verschil tussen betaling, bewijs van betaling en kwijtschelding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden kwijting, kwitantie, kwijtschelding, afstand, vaststellingsovereenkomst
Auteurs Mr. J.B.R. Regouw
  • Samenvatting

      Een kwijtingsverklaring is in beginsel slechts een bewijs van betaling, behoudens tegenbewijs. Het verlenen van kwijting houdt niet automatisch een kwijtschelding in. Voor kwijtschelding is een afspraak vereist dat het verschuldigde bedrag niet hoeft te worden voldaan, of een vaststellingsovereenkomst over de omvang van een onzekere of betwiste schuld.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.B.R. Regouw

    Mr. J.B.R. Regouw is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

De rechten en plichten van de erfgenaam die met een legaat is belast

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden legaat, legitieme portie, inbreng, keuzelegaat, verjaring
Auteurs Mr. F.W. Brans en Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
  • Samenvatting

      Het komt regelmatig voor dat in een testament een legaat staat opgenomen. In dit artikel onderzoeken de auteurs wat de rechten en plichten zijn van de erfgenaam die met een legaat is belast en met welke ‘valkuilen’ de erfgenaam rekening moet houden. Speciale aandacht wordt daarbij besteed aan de positie van de legitimaris-erfgenaam en aan het (keuze)legaat tegen inbreng (van waarde). Pas wanneer duidelijkheid bestaat over wat de status is van het legaat bij de afwikkeling van een nalatenschap kan weloverwogen een keuze worden gemaakt tussen het al dan niet (beneficiair) aanvaarden van de nalatenschap, dan wel het verwerpen van de nalatenschap (al dan niet onder het doen van een beroep op de legitieme portie).

  • Auteursinformatie

    Mr. F.W. Brans

    Mw. mr. F.W. Brans is senior jurist bij AD Advocaten te Amsterdam.

    Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers

    Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers is advocaat bij AD Advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

De deur open voor redelijkheid en billijkheid bij de eenzijdige begunstiging

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden testament, levensverzekering, uitleg, eenzijdige begunstiging, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. M.D. Wisman
  • Samenvatting

      Twee kinderen die begunstigden zijn van de levensverzekering van hun overleden vader procederen tegen zijn partner, die enig erfgenaam is en aanspraak maakt op de uitkering. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van redelijkheid en billijkheid de rechtsgevolgen aan de begunstiging moeten worden onthouden. De partner krijgt het geld.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.D. Wisman

    Mw. mr. M.D. Wisman is erfrechtadvocaat en partner bij Brenner Advocaten te Amsterdam. De auteur dankt mr. Klaas Aantjes van Aantjes Zevenberg Advocaten te Rijswijk (ZH) voor zijn reflectie op een eerdere versie van dit artikel. Mr. Wisman en mr. Aantjes hebben in de in dit artikel beschreven procedures de belangen van de beide kinderen behartigd.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Smart contracts

Voer voor juristen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden blockchain, smart contract
Auteurs Mr. J. Naves
  • Samenvatting

      De afgelopen twee jaren heeft de blockchaintechnologie veel aandacht gekregen. In één adem met deze technologie wordt vaak het smart contract genoemd. De naam veronderstelt impact op de werkzaamheden van juristen. Maar is dat wel zo? De reikwijdte van het begrip smart contract zoals dat in een blockchaincontext wordt gebruikt, is dermate breed dat veel softwareprotocollen als zodanig kunnen worden aangeduid. Lang niet al deze protocollen hebben juridische betekenis. In dit artikel geeft de auteur nadere duiding aan het begrip smart contract en de betekenis daarvan voor de juridische praktijk.

  • Auteursinformatie

    Mr. J. Naves

    Mr. J.L. (Jeroen) Naves is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag gespecialiseerd in technologie en recht.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
  • Samenvatting

      Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

      1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

      2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. W.J. Oostwouder

    Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

    Mr. R.P. Schrooten

    Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openDe arbeidsongeschiktheidsverzekering

Allerminst een rustig bezit: drie actuele discussies uitgediept

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2018
Trefwoorden verzekeringsrecht, arbeidsongeschiktheidsverzekering, polisvoorwaarden, blauwe lijst, mededelingsplicht
Auteurs Mr. E.W. Bosch
  • Samenvatting

      In dit artikel wordt besproken of de bepaling in een arbeidsongeschiktheidsverzekering dat de verzekeraar eenzijdig de deskundige aanwijst een oneerlijk beding is. Daarnaast worden enkele uitspraken besproken over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Als laatste wordt besproken of, wanneer een kandidaat-verzekeringnemer zijn mededelingsplicht heeft geschonden, getoetst wordt aan het maatschappijbeleid.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.W. Bosch

    Mr. E.W. Bosch is advocaat bij Vogelaar Bosch Spijer Advocaten te Honselersdijk.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
  • Samenvatting

      Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.

  • Auteursinformatie

    Mr. ir. J.P.M. Simons

    Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.

Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Boetes: een kwestie van niet overvragen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Boete, matiging boete, Contractsvrijheid, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het arrest Turan/Easystaff van de Hoge Raad centraal. Het arrest gaat over de matiging van boetes. In het artikel wordt stilgestaan bij de matiging van contractuele boetes en de daarbij te hanteren gezichtspunten. In zijn arrest Turan/Easystaff accordeert de Hoge Raad de door het hof gegeven gezichtspunten: penvoerderschap, de rechtvaardiging voor de omvang van de boete, de mate van invloed die de debiteur op het boetebeding heeft gehad, de vraag of de inbreuk die aanleiding gaf tot de boete structureel of incidenteel was, en of het doel waarvoor de boete is opgesteld door de beweerde inbreuk is geschaad.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Contracteren
Over de grens

Het recht van verhaal van de eindverkoper: in Duitsland, in Nederland en in de toekomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden consumentenkoop, recht van verhaal, beknelde eindverkoper, regresrecht, voorschakel
Auteurs Mr. T.J.K. van Santen
  • Samenvatting

      Het recht van verhaal is in Nederland geregeld in artikel 7:25 BW en beoogt de beknelde eindverkoper te beschermen. Wanneer een consumentkoper zijn rechten jegens de eindverkoper heeft uitgeoefend, moet hij verhaal kunnen nemen op zijn voorschakel zodat hij niet met de aansprakelijkheid ‘blijft zitten’. De regeling beoogt dat de voor het gebrek verantwoordelijke partij uiteindelijk aansprakelijk is. Duitsland heeft op 1 januari 2018 enkele aanpassingen in het BGB doorgevoerd en ook het recht van verhaal aangepast.
      Door de aanstaande invoering van twee nieuwe richtlijnen zullen de rechten van de consumentkoper aanzienlijk worden versterkt. Ook deze richtlijnen voorzien in een recht van verhaal voor de eindverkoper. De nieuwe regeling is gelijk aan de huidige Europese regeling, die aan duidelijkheid te wensen overlaat. Hoe de regeling in de praktijk uitpakt, blijft ook in de toekomst ongewis. Het effectiviteitsbeginsel brengt mee dat bij de uitoefening van het recht van verhaal de consumentenrechten ook door de eindverkoper moeten kunnen worden ingeroepen.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.J.K. van Santen

    Mr. T.J.K. van Santen is senior jurist Contractueel bij DAS en doet een promotieonderzoek aan de Open Universiteit (promotoren T.H.M. van Wechem en J.G.J. Rinkes) naar het recht van verhaal als bedoeld in artikel 7:25 BW.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Eenzijdig gerichte rechtshandeling of overeenkomst? Dat verdient uitleg!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Uitleg, Eenzijdige rechtshandeling, Parkking, Kwalificatie, Wilsverklaring.
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen
  • Samenvatting

      Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de uitleg van een eenzijdige rechtshandeling, neergelegd in een brief tussen zakelijke partijen (het ‘Parkking-arrest’). Deze bijdrage behandelt de vraag of de Hoge Raad met het Parkking-arrest een ‘nieuwe uitlegmaatstaf’ heeft ontwikkeld voor de uitleg van eenzijdige rechtshandelingen.
      In het vervolg van deze bijdrage wordt toegelicht hoe de kwalificatie van een eenzijdig opgesteld document (als eenzijdige rechtshandeling of als onderdeel van een meerzijdige rechtshandeling) een uitlegdiscussie zou kunnen beïnvloeden. Een juiste kwalificatie is van belang voor het vertrekpunt van de uitleg, de relevante gezichtspunten bij de uitleg, toepasselijke rechtsregels, rechtsgevolgen en het gewicht dat aan de ene of de andere omstandigheid wordt toegekend. Dat antwoord kan dan weer van belangrijke invloed zijn op een (voorlopig) bewijsoordeel en – bij gevolg – tot een andere uitkomst leiden in een procedure.

  • Auteursinformatie

    Mr. G.R.G. Driessen

    Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij HVG Law LLP.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Opzegging van duurovereenkomsten en de redelijkheid en billijkheid

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, NJ 2018/98

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Duurovereenkomst, Opzegging, Ontbinding, Uitleg, Redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. A. van Duijn-Koopman en Mr. E.J. van de Pas
  • Samenvatting

      Op 2 februari 2018 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen inzake de opzegbaarheid van duurovereenkomsten en de rol van de redelijkheid en billijkheid daarin.
      De auteurs geven de diverse mogelijke scenario’s weer in een overzichtelijke matrix.
      Zij gaan ook in op de wijze waarop de beëindigingsclausule in het onderhavige geval is geredigeerd en uitgelegd. De auteurs bespreken verder het onderscheid tussen duurovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd en hybride varianten. Tot slot staan de auteurs stil bij de vraag of professionele partijen de (aanvullende en beperkende) rol van de redelijkheid en billijkheid kunnen wegcontracteren.

  • Auteursinformatie

    Mr. A. van Duijn-Koopman

    Mr. A. van Duijn-Koopman is werkzaam bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V. in Arnhem op de sectie Aansprakelijkheid, Schade en Verzekering.

    Mr. E.J. van de Pas

    Mr. E.J. van de Pas is werkzaam bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V. in Arnhem op de sectie Intellectueel Eigendom en IT-recht.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
  • Samenvatting

      De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. L. Ecker

    Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap

Access_openThird party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
  • Samenvatting

      Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. A. van der Krans

    Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.

Toont 1 - 20 van 608 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 30 31