Zoekresultaten

Zoekresultaat:
7 artikelen
x
Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Nog een update rechtspraak over het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Concurrentiebeding, Franchisegever, Franchisenemer
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
  • Samenvatting

      Geschillen tussen franchisegevers en franchisenemers over postcontractuele non-concurrentiebedingen in de franchiseovereenkomst blijven met de nodige regelmaat terugkomen in de rechtspraak. Dat is ook niet verwonderlijk, omdat het antwoord op de vraag of een ex-franchisenemer al dan niet gebonden is aan een dergelijk beding aanzienlijke gevolgen kan hebben voor zowel de ex-franchisenemer zelf als de franchisegever en de andere franchisenemers. In dit artikel wordt een samenvatting gegeven van recente jurisprudentie.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.H. Kolenbrander

    Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Dwalen over franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Franchise, Dwaling, Omzetprognose, Onderzoeksplicht, Mededelingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      In dit artikel onderzoekt de auteur hoe de omzetprognoses naar huidig recht worden getoetst en welke rol het dwalingleerstuk speelt. Daarbij wordt gekeken of de regeling over onderzoek en mededeling in de NFC van invloed is op de wijze waarop omzetprognoses worden getoetst.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn. De auteur dankt zijn kantoorgenoot mr. P.B.J. van den Oord voor zijn suggesties en commentaar bij een eerdere versie van dit artikel en mr. D. Diris (advocaat bij Kock & Partners in Brussel) voor het delen van de artikelen met betrekking tot het Belgische recht.

Tijdschrift Caribisch Juristenblad
Artikel

Enkele opmerkingen over de invoering van de Curaçaose Landsverordening inzake concurrentie en de instelling van een Curaçaose mededingingsautoriteit

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, mededingingsautoriteit, Landsverordening Concurrentie, Fair Trade Authority Curaçao, handhaving
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het Curaçaose mededingingsrecht centraal. Er zal worden stilgestaan bij (i) de achtergronden voor invoering van de Landsverordening Concurrentie op Curaçao en de vraag in hoeverre kleinere jurisdicties als die van Curaçao (überhaupt) regels nodig hebben die de economische mededinging reguleren en aan banden leggen, (ii) de belangrijkste verschillen en overeenkomsten tussen de Landsverordening Concurrentie en de Nederlandse Mededingingswet en (iii) de vraag hoe de publiek- en privaatrechtelijke handhaving van de nieuwe landsverordening eruit zal (kunnen gaan) zien.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. P.S. Bakker

    Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. S. Tuinenga en prof. mr. L.J.J. Rogier voor hun advies en commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Dit artikel is, in iets gewijzigde vorm, eerder verschenen in het tijdschrift Markt & Mededinging (M&M 2017, afl. 4).

Tijdschrift Contracteren
Praktijk

Update mededingingsrechtelijke aspecten van postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Franchise, Postcontractuele concurrentieverboden, Verticaal mededingingsrecht, Nevenrestrictie
Auteurs Mr. H.E. Urlus
  • Samenvatting

      De bijdrage ziet op mededingingsrechtelijke ontwikkelingen bij postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten en de implicaties van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de beschikking La Retoucherie de Manuele. De auteur stelt de vraag of dergelijke bedingen in de context van franchise nog kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke nevenrestricties. Dat is van belang, omdat dergelijke nevenrestricties zijn onttrokken aan mededingingsrechtelijke toetsing, waardoor de merkbaarheid geen rol meer speelt. De auteur wijst erop dat bij een mededingingsrechtelijke toetsing van postcontractuele concurrentieverboden meer factoren van belang zijn dan slechts een belangenafweging tussen partijen.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.E. Urlus

    Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam, verbonden aan Greenberg Traurig, LLP, en onder meer gespecialiseerd in civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke aspecten van agentuur, distributie en franchise. Hij heeft daarover regelmatig gepubliceerd en was ook betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse Franchisecode als voorzitter van de Denktank Franchisegevers. De auteur dankt zijn kantoorgenoten mr. T. Charatjan en mr. J.H. Christ voor hun waardevolle bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

De klantenvergoeding bij einde agentuurovereenkomst: voordeel of tombola?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden agentuur, klantenvergoeding, goodwill, beëindiging agentuurrelatie, art. 7:428 BW
Auteurs Mr. N. Huppes
  • Samenvatting

      In het T-Mobile-arrest schrijft de Hoge Raad een driefasentoets voor om de klantenvergoeding bij einde agentuurrelatie te bepalen. De auteur signaleert een spanning tussen de betekenis die de Hoge Raad toekent aan het ‘voordeel’ in fase 1 en de rekenmethode die hij voorschrijft om dit ‘voordeel’ te berekenen.

  • Auteursinformatie

    Mr. N. Huppes

    Mr. N. Huppes is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

HvJ EU Expedia en de mededingingsrechtelijke merkbaarheid

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Expedia, de minimis, strekkingsbeding, merkbaarheidstoets
Auteurs Mr. E.F. van Hasselt, Mr. H.E. Urlus en A. Baars
  • Samenvatting

      Het Expedia-arrest leert dat een strekkingsbeding met interstatelijk effect niet op merkbaarheid wordt getoetst, en dat de ‘de minimis’ bekendmaking de nationale autoriteiten niet bindt.
      Deze bijdrage bespreekt dat deze benadering niet eenvoudig past in de nationale praktijk. Er blijft ook behoefte aan een nadere uitleg wanneer er sprake is van een strekkingsbeding. Expedia lijkt ruimte te laten voor een merkbaarheidstoets. De Nederlandse jurisprudentie over de merkbaarheidstoets verdient mogelijk wel bijstelling. Auteurs concluderen dat merkbaarheid, in ieder geval bij de toepassing van artikel 6 Mw, nog een relevant toetscriterium is. De eerste Nederlandse uitspraken post Expedia lijken dit te bevestigen.
      HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.F. van Hasselt

    Mr. E.F. van Hasselt is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

    Mr. H.E. Urlus

    H.E. Urlus is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

    A. Baars

    Anoek Baars is als juridisch medewerker aan Greenberg Traurig, LLP verbonden.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

De gevolgen van beëindiging van agentuurovereenkomsten (vertraagd) verduidelijkt

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2013
Auteurs Mr. H.E. Urlus
  • Auteursinformatie

    Mr. H.E. Urlus

    Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam en verbonden aan Greenberg Traurig.

Interface Showing Amount