Zoekresultaten

Zoekresultaat:
209 artikelen
x
Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De Interventiewet: een uitgebreider toezichtinstrumentarium

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Interventiewet, toezichtmaatregelen, onteigening, gedwongen overdacht
Auteurs Mr. R.P. Vrolijk
  • Samenvatting

      In deze bijdrage bespreekt de auteur het (concept)wetsvoorstel voor de Wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen (Interventiewet).

  • Auteursinformatie

    Mr. R.P. Vrolijk

    Mr. R.P. Vrolijk is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De flex-BV als private-equityfonds

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2011
Trefwoorden flex-BV, besloten vennootschap, fonds, private equity, investment fund
Auteurs Mr. H. Hakvoort
  • Samenvatting

      In deze bijdrage bespreekt de auteur de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht in het licht van het collectief beleggen in de vorm van een BV. In het bijzonder zal de auteur ingaan op private-equityfondsen en de voordelen die deze wet voor dergelijke fondsen zal opleveren.

  • Auteursinformatie

    Mr. H. Hakvoort

    Mr. H. Hakvoort is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Artikel

Corporate governance op de grens van een nieuw decennium

Verhoudingen tussen bestuur, commissarissen en aandeelhouders van de beursvennootschap

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2011
Trefwoorden corporate governance, wetsvoorstel corporate governance, rapport commissie-De Wit, ASMI-beschikking, Corporate Governance Code, Code 2009, Code Banken
Auteurs Mr. J.J. Prinsen
  • Samenvatting

      Corporate governance gaat over het functioneren van de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Het functioneren (of disfunctioneren) van die organen bij beursvennootschappen staat volop in de belangstelling, mede door de financiële crisis. Na een inleiding over de stand van zaken doet deze bijdrage verslag van: het wetsvoorstel corporate governance, het rapport van de commissie-De Wit, de enquêtebeschikking van de Hoge Raad inzake ASMI, de Corporate Governance Code 2009 en het rapport van de Monitoring Commissie over de naleving ervan, en de Code Banken en de Voorrapportage van de Monitoring Commissie Code Banken. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen, waarin een aantal tendensen wordt waargenomen dat in de eerstkomende tijd relevant zal zijn voor de ontwikkeling van corporate governance voor beursvennootschappen.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.J. Prinsen

    Mr. J.J. Prinsen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht
Jurisprudentie

Publicatie van oordelen over de kwaliteit van ziekenhuizen door een zorgverzekeraar

Vzr. Rb. Breda 23 november 2010, LJN BO4755

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden naming and shaming, publicatie van oordelen, Inspectie voor de Gezondheidszorg
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
  • Samenvatting

      Bespreking van een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda over de publicatie door een zorgverzekeraar van een lijst met ziekenhuizen waarin oordelen over prestaties van de ziekenhuizen op het gebied van de borstkankerzorg zijn opgenomen. De voorzieningenrechter onderzoekt of de zorgverzekeraar redelijkerwijs tot publicatie mocht overgaan. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter de vraag of de zorgverzekeraar het aantal door een ziekenhuis verrichte operaties als indicator voor de kwaliteit mag hanteren. Volgens de voorzieningenrechter is dat het geval en draagt het publiceren van juiste informatie bij aan de kwaliteit van de gezondheidszorg.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. E.J. Daalder

    Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

A Tale of Three Cities: Grondrechtelijke aandachtspunten bij de toepassing van het mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden mededingingsprocedures, nemo tenetur, zwijgplicht, cautie
Auteurs Mr. H.M.H. Speyart
  • Samenvatting

      Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.M.H. Speyart

    Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties
Artikel

Ontslagrecht in het Koninkrijk der Nederlanden (2)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden ontslagrecht, concordantiebeginsel, Antillen, Aruba, arbeidsrecht, Koninkrijk der Nederlanden, doorwerking, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Auteurs Mr. F.M. Dekker
  • Samenvatting

      Volgens artikel 39 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de wetgevers van de verschillende Koninkrijkslanden verplicht een aantal belangrijke rechtsgebieden ‘zoveel mogelijk’ op overeenkomstige wijze te regelen. In een tweetal artikelen onderzoekt de auteur in hoeverre zij met betrekking tot het ontslagrecht aan deze zogenoemde concordantieverplichting voldoen. Volgens de auteur houdt artikel 39 Statuut namelijk in dat een verschil in wetgeving tussen de drie Koninkrijkslanden slechts geoorloofd is indien daar een behoorlijke rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangewezen. In dit tweede deel ligt de focus allereerst op gevolgen van de recente staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk voor het vigerende ontslagrecht. Conclusie hiervan is dat de materiële gevolgen voor het ontslagrecht zeer beperkt zijn. Met dit als uitgangspunt worden vervolgens de opzegbepalingen uit het BW, de rechterlijke ontbinding en het einde van rechtswege in de verschillende koninkrijkslanden met elkaar vergeleken. Uit deze vergelijking blijkt dat er tussen de verschillende landen een hoop ongerechtvaardigde verschillen bestaan. Deze verschillen lijken zich evenwel voornamelijk voor te doen op technisch-juridische gebieden. Bij het uitvaardigen van nieuwe wetgeving houden de wetgevers dus onvoldoende rekening met het concordantiebeginsel. De rechters uit het Koninkrijk kan men in dezen daarentegen weinig kwalijk nemen. Daar waar hun een zekere beoordelingsruimte wordt gelaten, bestaat er immers een grote mate aan concordantie. Door middel van concorderende interpretatie worden de open normen in de verschillende landen namelijk op dezelfde wijze ingevuld. Hierbij moet er echter wel voor worden gewaakt dat er een te grote mate van concordantie wordt bereikt. De rechter mag de verschillen in cultuur en gewoontes tussen de Koninkrijkslanden niet uit het oog verliezen.

  • Auteursinformatie

    Mr. F.M. Dekker

    Mr. F.M. Dekker is externe promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en advocaat(-stagiair) bij BarentsKrans N.V. te Den Haag.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht
Diversen

Nieuw toezicht op de advocatuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden zelfregulering, systeemtoezicht, toezicht op advocaten, advocatuur, De Hoogd
Auteurs Mr. M. de Rijke
  • Samenvatting

      Met de totstandkoming van de Advocatenwet van 23 juni 1952 is de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) ingesteld en is wettelijk geregeld dat het toezicht op de advocatuur wordt uitgeoefend door Raden van toezicht, de bestuurders van de plaatselijke orden van advocaten. De leden van de Raden van toezicht worden gekozen uit de leden van de orde. Dit systeem van zelfregulering staat ter discussie, sinds de Minister van Justitie in een brief aan de Tweede Kamer van 5 maart 2010 zijn visie heeft gegeven op de “in de toekomst wenselijke en mogelijke aanpassingen van de wettelijke regelingen van het toezicht op notarissen, advocaten en gerechtsdeurwaarders”. De visie behelst onder meer de introductie van een nieuwe toezichthouder die controle uitoefent op de naleving van wettelijke voorschriften door advocaten. Wat echter ontbreekt in deze visie is een overtuigende onderbouwing om op zoek te gaan naar een alternatief voor het bestaande systeem en daarmee een legitimatie om de keuze te laten vallen op het andere uiterste van het spectrum van toezichtstijlen. In dit essay plaatst de auteur het bestaande toezichtsysteem, de controle hierop en de visie van de Minister in het kader van het algemeen toezichtsrecht. Zij komt tot de conclusie dat een te wankele basis bestaat voor een drastische oversteek van intern naar extern toezicht.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. de Rijke

    Mr. M. de Rijke is advocaat en partner bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Tijdschrift Contracteren
Diversen

Boilerplate-clausules: Ketelbinkie in Contractenland?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2010
Trefwoorden boilerplate, standaard, bepaling, clausule, entire agreement
Auteurs Mr. M. Uijen
  • Samenvatting

      In deze bijdrage legt Martijn Uijen uit wat boilerplate-clausules zijn, waar ze vandaan komen en hoe ze in de Nederlandse contractspraktijk kunnen worden gebruikt. Van twaalf veel voorkomende boilerplate-clausules wordt een voorbeeldtekst gegeven; de voorbeelden worden vervolgens stuk voor stuk geanalyseerd en afgezet tegen de bepalingen van het BW. Bij een contract naar Nederlands recht blijken boilerplate-clausules soms overbodig te zijn en soms onverwachte effecten te hebben. In heel wat gevallen moeten ze bovendien nog gericht worden toegesneden op de Nederlandse verbintenisrechtelijke context. Uijen schetst op welke manier dat het beste kan worden gedaan.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. Uijen

    Mr. M. Uijen is advocaat bij Höcker.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Steunmaatregelen voor ziekenhuizen en diensten van algemeen economisch belang: doelmatigheid niet vereist?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden Diensten van algemeen economisch belang, Altmark-criteria, Altmark-pakket, (Brussels) ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. L. Hancher en Prof. mr. W. Sauter
  • Samenvatting

      De Europese regels over staatssteun kunnen in het geding komen bij de financiering van openbaredienstverplichtingen zoals die bijvoorbeeld bestaan in de ziekenhuiszorg. Daarbij staat de ruimte die hiertoe aan de lidstaten wordt gelaten nog volop ter discussie, bijvoorbeeld ten aanzien van Protocol 26 van het Werkingsverdrag (Wv) betreffende de diensten van algemeen (economisch) belang. Het staatssteunregime van de EU voorziet sinds 2003 in een toets voor openbaredienstverplichtingen op basis van de voorwaarden gesteld in het Altmark-arrest.1x Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
      HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.
      Indien hieraan wordt voldaan, is geen sprake van steun maar van compensatie. Wordt aan deze toets niet voldaan dan kan vervolgens eventueel op basis van artikel 106 lid 2 Wv worden bepaald of sprake is van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) die verenigbaar is met de interne markt. Het kader dat hierbij wordt gehanteerd is het zogenoemde DAEB-pakket (ook wel: ‘Monti-pakket’) uit november 2005.2x Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005). Het belangrijkste verschil tussen de twee toetsen zit in de wijze waarop wordt omgegaan met het doelmatigheidsvereiste. De hier te bespreken beschikking van de Europese Commissie illustreert bovenstaand punt.

    Noten

    • 1 Beide auteurs zijn verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC). Leigh Hancher is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy en Wolf Sauter bij de Zorgautoriteit (NZa).
      HvJ EG 24 juli 2003, zaak C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg/Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH (Altmark Trans), Jur. 2003, p. I-7747.

    • 2 Beschikking 2005/842/EG van de Commissie van 28 november 2005 betreffende de toepassing van artikel 86, lid 2, van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst die aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen wordt toegekend, Pb. EG 2005, L 312/0067; Communautaire kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, Pb. EU 2005, C 297/4. De beschikking trad op 19 december 2005 in werking, de kaderregeling op de datum van publicatie (29 november 2005).

  • Auteursinformatie

    Prof. dr. L. Hancher

    Prof. dr. L. Hancher is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij Allen & Overy.

    Prof. mr. W. Sauter

    Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law and Economics Centre (TILEC) en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Het Nederlandse hoofdstuk in de Europese goksaga

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden kansspelen, gokken op internet, Wet op de kansspelen, Ladbrokes, Betfair.
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek
  • Samenvatting

      In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie vragen beantwoord die betrekking hebben op het Nederlandse éénvergunningenstelsel voor kansspelen en op de wijze waarop de vergunningen worden gegeven en verlengd in overeenstemming is met het Europese recht, met name het vrij verrichten van diensten. Het Hof van Justitie meent dat de Nederlandse regelgeving die zowel tot doel heeft om gokverslaving te beteugelen als om fraude tegen te gaan consistent kan zijn, ook al heeft de vergunninghouder het recht om reclame te maken en de activiteiten uit te breiden. Het Hof van Justitie bevestigt dat het beginsel van wederzijdse erkenning van vergunningen binnen de EU niet geldt voor kansspelen.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.C.M. van der Beek

    Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Kroniek aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden EG-handhavingsrichtlijnen, aanbestedende dienst/publiekrechtelijke instelling, gebiedsontwikkeling, dienstenconcessies
Auteurs Mr. J.W.A. Bergevoet, Mr. L.M. Hiemstra en Mr. S.R.A. Lucas
  • Samenvatting

      In deze kroniek belichten de auteurs de recente ontwikkelingen op het gebied van het Europese aanbestedingsrecht over de periode van januari 2009 tot juli 2010. Op wetgevingsgebied is een belangrijke recente ontwikkeling de implementatie van de herziene EG-handhavingsrichtlijnen in de Nederlandse rechtsorde door inwerkingtreding van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira). Daarnaast heeft het Hof van Justitie in het afgelopen anderhalf jaar veel (meer dan twintig) arresten gewezen op het gebied van Europees aanbestedingsrecht. Terugkerende onderwerpen in deze arresten die wij in deze kroniek zullen behandelen, zijn de subjectieve werkingssfeer van de Europese aanbestedingsrichtlijnen (het begrip aanbestedende dienst/publiekrechtelijke instelling), de objectieve werkingssfeer van de Europese aanbestedingsrichtlijnen (gebiedsontwikkeling en dienstenconcessies) en de uitzonderingen op de werkingssfeer (vanwege dwingende redenen van algemeen belang), alsmede uitsluiting van ondernemingen en werkelijke mededinging.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.W.A. Bergevoet

    Mr. J.W.A. Bergevoet is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. L.M. Hiemstra

    Mr. L.M. Hiemstra is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. S.R.A. Lucas

    Mr. S.R.A. Lucas is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De aanbevelingen van de commissie-De Wit

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2010
Trefwoorden aanbevelingen commissie-De Wit, beloningsbeleid
Auteurs Mr. J.P. Kreule
  • Samenvatting

      In deze bijdrage bespreekt de auteur de aanbevelingen van de commissie-De Wit, waarbij met name wordt ingegaan op de aanbevelingen met betrekking tot het beloningsbeleid en de bedrijfsvoering.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.P. Kreule

    Mr. J.P. Kreule is advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

Van Auroux/Roanne naar Müller/Wildeshausen: waar ligt de grens van de aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden overheidsopdracht, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, publiekprivate samenwerking
Auteurs Mr. G. ‘t Hart en Mr. H.S.J. Albers
  • Samenvatting

      In zijn Müller-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europsese Unie (hierna: Hof van Justitie) duidelijk aangegeven onder welke omstandigheden welke onderdelen van een gebiedsontwikkeling Europees moeten worden aanbesteed. De ontwikkeling en realisatie van vastgoed met een private bestemming hoeft in beginsel niet mee te worden aanbesteed met de publieke delen, indien aanbestedende dienst en ontwikkelaar vasthouden aan hun eigen rol.

  • Auteursinformatie

    Mr. G. ‘t Hart

    Mr. G. ’t Hart is advocaat bij Houthoff Buruma.

    Mr. H.S.J. Albers

    Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

De (beperkte) volmacht aan de statutair directeur revisited

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2010
Trefwoorden vertegenwoordigingsbevoegdheid‬‪, tweehandtekeningenstelsel, volmacht (aan bestuurder), Eerste Richtlijn
Auteurs Mr. H.J. Portengen en mr. Q. Yee
  • Samenvatting

      Over de geldigheid van een beperkte individuele volmacht aan een directeur van een vennootschap met een tweehandtekeningenstelsel wordt getwist. Op basis van een nadere analyse en enkele aanvullende argumenten kan worden geconcludeerd dat een dergelijke constructie zonder meer geaccepteerd moet worden.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.J. Portengen

    Mr. H.J. Portengen is werkzaam als notaris bij Loyens & Loeff.

    mr. Q. Yee

    Mr. Q. Yee is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht
Jurisprudentie

Perikelen bij bestuurlijke boetes

CBb 2 februari 2010, Tele2/OPTA, LJN BL5463

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden 18xy-reeks, bestuurlijke boetes, boeterapport, boetebesluit
Auteurs Mr. E.C. Pietermaat
  • Samenvatting

      OPTA is belast met de handhaving van het bepaalde in de Telecommunicatiewet (Tw). Daarvoor heeft OPTA onder meer de bevoegdheid bestuurlijke boetes op te leggen. Hoofdstuk 15 Tw bevat nadere regels met betrekking tot de wijze waarop OPTA bij het opleggen van boetes te werk moet gaan. Een deel van die regels is met de inwerkingtreding van de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op 1 juli 2009 komen te vervallen. In plaats daarvan gelden nu de regels van die Vierde tranche Awb. Het betreft met name regels van procedurele aard die beogen rechtsbescherming te bieden.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.C. Pietermaat

    Mr. E.C. Pietermaat is werkzaam als advocaat te Den Haag bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
  • Samenvatting

      Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.

  • Auteursinformatie

    Dr. H. de Waele

    Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Mr. I. Kieft

    Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming
Artikel

Ingrijpende Europese regelgeving voor alternatieve beleggingsinstellingen

Het vinden van een balans tussen marktregulering en protectionisme

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2010
Trefwoorden alternatieve beleggingsinstellingen, richtlijn, hedgefondsen, private equity, beheerder
Auteurs Mr. J.H.A. Verweij, LL.M.
  • Samenvatting

      De auteur staat in deze bijdrage stil bij het voorstel voor een richtlijn voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (de Alternative Investment Fund Managers Directive) en bespreekt enkele belangrijke voorschriften van deze richtlijn en de mogelijke impact daarvan op de internationale markt voor alternatieve beleggingsinstellingen.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.H.A. Verweij, LL.M.

    Mr. J.H.A. Verweij, LL.M. is als advocaat werkzaam bij Allen & Overy te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2009

Regelgeving, mededingingsafspraken, machtsposities en procedurele aangelegenheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kroniek mededingingsrecht, mededingingsrechtelijke beroepprocedures, concentratietoezicht
Auteurs Mr. C.T. Dekker en Mr. A.B.B. Gelderman
  • Samenvatting

      Het jaar 2009 kan de mededingingsrechtelijke boeken in als een jaar waarin de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) op vele fronten actief was.1x Gemakshalve worden de Raad van Bestuur van de NMa en de NMa als organisatie in deze kroniek vereenzelvigd. Zo werden boetes opgelegd in de schildersbranche en aan distributeurs van zwembadchloor en deed de NMa onder meer onderzoeken in de bouw-, meel- en groente- en fruitsector. Ten opzichte van 2008 verdubbelde het aantal zaken waarin een boete werd opgelegd van zes naar twaalf. Vier van deze zaken hadden betrekking op procedurele boetes (niet meewerken, onjuiste gegevens verstrekken in het kader van een concentratiemelding). Boetes voor overtredingen van de materiële voorschriften hadden alleen betrekking op bid-rigging in de schildersbranche en het zwembadchloorkartel. Het totale bedrag aan boetes halveerde van 9 tot 4,5 miljoen. Dat totaal wordt dan vooral bepaald door de 3,1 miljoen euro voor het zwembadchloorkartel.

    Noten

    • 1 Gemakshalve worden de Raad van Bestuur van de NMa en de NMa als organisatie in deze kroniek vereenzelvigd.

  • Auteursinformatie

    Mr. C.T. Dekker

    Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen N.V. te Zwolle en is daarnaast hoofddocent aan de postdoctorale specialisatieopleiding Europees en Nederlands Mededingingsrecht van de Grotius Academie.

    Mr. A.B.B. Gelderman

    Mr. A.B.B. Gelderman is advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen N.V. te Zwolle.

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht
Jurisprudentie

Onvoldoende toezicht op een advocaat die het geld van zijn cliënten onzorgvuldig beheert

Rb. Den Haag 16 september 2009, NJF 2010, 8, LJN BJ8974

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tuchtrecht, vrije beroepsoefenaren, bestuursorganen
Auteurs Mr.dr. E.J. Daalder
  • Samenvatting

      In toenemende mate worden ook vrije beroepsbeoefenaars onderworpen aan toezicht door bestuursorganen. Traditioneel kennen vrije beroepsbeoefenaren een, soms wettelijk geregeld, tuchtrecht. Omdat het tuchtrecht in de praktijk niet wordt gezien als een voldoende effectieve vorm van toezicht, wordt gezocht naar andere mogelijkheden om de beroepsgroep te reguleren, meestal in de vorm van het introduceren van toezicht door een onafhankelijke toezichthouder.

  • Auteursinformatie

    Mr.dr. E.J. Daalder

    Mr.dr. E.J. Daalder is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Artikel

Handhaving van IFRS, er is nog ruimte voor verbetering

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden IAS-Verordening, IAS, financiële verslaggeving, verslaggevingsregels
Auteurs Mr. drs. H.K.O. Reimers
  • Samenvatting

      Per 2005 is de toepassing van IAS/IFRS verplicht voor de geconsolideerde jaarrekening van effectenuitgevende instellingen in de EU . De grondslag hiervoor ligt in de IAS-Verordening 1606/2002/EG. De doelstellingen van de IAS-Verordening zijn verbetering van de vergelijkbaarheid en transparantie van financiële verslaggeving. Om dit te bereiken, worden in de literatuur drie voorwaarden genoemd: (1) kwalitatief hoogwaardige standaarden, (2) dwingende regelgeving en (3) effectief toezicht. In deze bijdrage worden deze drie voorwaarden besproken. Daarnaast wordt stilgestaan bij de vraag of de doelstellingen van de IAS-Verordening zijn bereikt en op welke punten verbetering gewenst is.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. H.K.O. Reimers

    Mr. drs. H.K.O. Reimers AA CPA is advocaat bij Nauta Dutilh N.V. te Rotterdam en bestuurslid van de NOvAA.

Toont 101 - 120 van 209 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 11