Zoekresultaten

Zoekresultaat:
569 artikelen
x
Rechtsgebied Europees recht x
Tijdschrift Markt & Mededinging
Column

Niets menselijks is advocaten vreemd

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2013
Auteurs Mr. T.M. Snoep
  • Auteursinformatie

    Mr. T.M. Snoep

    Mr. T.M. Snoep is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het Expedia-arrest: een merkbare koerswijziging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Mededinging, Merkbaarheid, Bekendmaking, De minimis, Strekkingsbeding
Auteurs Mr. H.M. Cornelissen
  • Samenvatting

      In het Expedia-arrest velt het Hof van Justitie van de Europese Unie een opvallend oordeel over twee belangrijke aspecten inzake de toepassing van artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ten eerste oordeelt het Hof van Justitie dat een mededeling van de Europese Commissie die op die toepassing betrekking heeft, in het bijzonder de de minimis-bekendmaking,1x Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13. niet bindend is voor de nationale mededingingsautoriteiten en gerechten. Ten tweede stelt het Hof van Justitie vast dat een overeenkomst2x Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw. die de tussenstaatse handel ongunstig kan beïnvloeden en een mededingingsbeperkende strekking heeft, per definitie een merkbare mededingingsbeperking vormt.HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

    Noten

    • 1 Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13.

    • 2 Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.M. Cornelissen

    Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij Houthoff Buruma en is onder meer gespecialiseerd in Competition Litigation.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
  • Samenvatting

      In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.

  • Auteursinformatie

    Mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

    mr. E.L.H. Mattioli

    Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
  • Samenvatting

      Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)

  • Auteursinformatie

    Mr. M.N. Weeda

    Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. L.J. Terpstra

    Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Mr. C.A.M. Lombert

    Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Naar een nieuw EU-investeringsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden directe buitenlandse investeringen, investeringsbescherming, Transitieverordening, investeringsarbitrage, gemeenschappelijke handelspolitiek
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, Mr. drs. I. Elfilali, Mr. J.M. Luycks e.a.
  • Samenvatting

      Met het Verdrag van Lissabon zijn de directe buitenlandse investeringen onderdeel geworden van de exclusieve competentie van de Europese Unie op het gebied van handelspolitiek (art. 207 VWEU). Dit heeft tot gevolg dat de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten van de lidstaten een onderdeel zijn geworden van de gemeenschappelijke handelspolitiek en daarmee de bevoegdheid van de EU. In dat verband is een nieuwe verordening in werking getreden die de gang van zaken ten aanzien van bestaande en nog door lidstaten te sluiten bilaterale verdragen regelt. Een belangrijk aspect van het nieuwe Europese investeringsbeleid is de invloed die de Europese Commissie bij toekomstige investeringsgeschillen zal kunnen uitoefenen. Dit kan praktische en juridische gevolgen hebben zowel voor de lidstaten, als voor investeerders.Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen – Pb. EU 2012, L 351/40 (Verordening 2012/1219/EU).

  • Auteursinformatie

    Dr. jur. N. Lavranos

    Dr. jur. N. Lavranos is senior adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Mr. drs. I. Elfilali

    Mr. drs I. Elfilali is senior juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken.

    Mr. J.M. Luycks

    Mr. J.M. Luycks is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP.

    Mr. R. Niesink

    Mr. R. Niesink is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel van de auteurs geschreven.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

HvJ EU Expedia en de mededingingsrechtelijke merkbaarheid

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Expedia, de minimis, strekkingsbeding, merkbaarheidstoets
Auteurs Mr. E.F. van Hasselt, Mr. H.E. Urlus en A. Baars
  • Samenvatting

      Het Expedia-arrest leert dat een strekkingsbeding met interstatelijk effect niet op merkbaarheid wordt getoetst, en dat de ‘de minimis’ bekendmaking de nationale autoriteiten niet bindt.
      Deze bijdrage bespreekt dat deze benadering niet eenvoudig past in de nationale praktijk. Er blijft ook behoefte aan een nadere uitleg wanneer er sprake is van een strekkingsbeding. Expedia lijkt ruimte te laten voor een merkbaarheidstoets. De Nederlandse jurisprudentie over de merkbaarheidstoets verdient mogelijk wel bijstelling. Auteurs concluderen dat merkbaarheid, in ieder geval bij de toepassing van artikel 6 Mw, nog een relevant toetscriterium is. De eerste Nederlandse uitspraken post Expedia lijken dit te bevestigen.
      HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.F. van Hasselt

    Mr. E.F. van Hasselt is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

    Mr. H.E. Urlus

    H.E. Urlus is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

    A. Baars

    Anoek Baars is als juridisch medewerker aan Greenberg Traurig, LLP verbonden.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Column

Private handhaving

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Auteurs Mr. P. Glazener
Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Sancties voor leidinggevenden in het Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden sanctie, leidinggevende, natuurlijke persoon, Mededingingswet
Auteurs Mr. M.M. Slotboom
  • Samenvatting

      Per 1 oktober 2007 heeft de Autoriteit Consument en Markt, toen nog de Nederlandse Mededingingsautoriteit geheten, de bevoegdheid verkregen om voor overtredingen van de Mededingingswet sancties op te leggen aan natuurlijke personen, die tot de overtredingen opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijke leiding hebben gegeven (gezamenlijk ook ‘leidinggevenden’). Hierdoor werd – ongeveer tien jaar na de inwerkingtreding van de Mw – de kring van personen aan wie ACM sancties kan opleggen aanzienlijk uitgebreid. Dit artikel bespreekt de stand van zaken met betrekking tot sanctieoplegging aan leidinggevenden, ongeveer zes jaar na deze uitbreiding.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.M. Slotboom

    Mr. M.M. Slotboom is partner bij VVGB Advocaten/Avocats te Brussel.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Openbaar personenvervoer over binnenwater: tussen wal en schip

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden staatssteun, compensatie, DAEB, openbaar personenvervoer, veerdienst
Auteurs Mr. E.W.F. Schotanus
  • Samenvatting

      De Rechtbank Rotterdam heeft op 28 maart 2013 een oordeel over een besluit van het college van B&W van de Gemeente Gorinchem uitgesproken. Op advies van de Europese Commissie is de rechtbank van mening dat een compensatie voor het verrichten van openbaar personenvervoer over water onder Verordening 2007/1370/EU noch onder Beschikking 2005/842/EG en Besluit 2012/21/EU valt. Het verstrekken van een compensatie aan de Veerdienst Gorinchem had dientengevolge bij de Europese Commissie dienen te worden aangemeld. Bij gebreke aan een dergelijke melding en vervolgens een goedkeurende beschikking van de Europese Commissie herroept de rechtbank het besluit van het college van B&W.Rb. Rotterdam 28 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5824 (X/college van B&W van de Gemeente Gorinchem)

  • Auteursinformatie

    Mr. E.W.F. Schotanus

    Mr. E.W.F. Schotanus is advocaat bij KienhuisHoving

Tijdschrift Markt & Mededinging
Redactioneel

Past, Present and Future

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
  • Auteursinformatie

    Mr. H.H.P. Lugard

    Mr. H.H.P. Lugard is partner bij Baker Botts L.L.P. en als assistant professor verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center (TILEC) van de Tilburg University.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Kroniek concentratiecontrole 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, concentratiecontrole, Nma, concurrentie
Auteurs Mr. J.W. Fanoy, mr. M.J. Plomp, mr. N.C. Stive e.a.
  • Samenvatting

      Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste informele zienswijzen en besluiten van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Nederlandse rechtspraak met betrekking tot concentratiecontrole. Ook zullen nieuwe wetgeving en beleid op dit gebied aan bod komen. Waar nodig hebben schrijvers kanttekeningen geplaatst bij de rechtspraak en besluiten.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.W. Fanoy

    Mr. J.W. Fanoy is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

    mr. M.J. Plomp

    Mr. M.J. Plomp is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

    mr. N.C. Stive

    Mr. N.C. Stive is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

    mr. T. Raats

    Mr. T. Raats is advocaat bij BarentsKrans in Den Haag.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. S. Tuinenga en prof. mr. J.S. Kortmann
  • Samenvatting

      In deze kroniek worden door Nederlandse civiele rechters in 2012 gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam, besproken. Net als in de kronieken van vorige jaren wordt ook aandacht besteed aan enkele belangwekkende uitspraken met betrekking tot schadevergoedingsvorderingen op basis van mededingingsrechtelijke overtredingen. Waar het in het verleden vooral buitenlandse uitspraken betrof, bracht het afgelopen jaar ook de eerste belangwekkende uitspraken van Nederlandse rechters op dit gebied.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Tuinenga

    Mr. S. Tuinenga is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

    prof. mr. J.S. Kortmann

    Prof. mr. J.S. Kortmann is werkzaam als advocaat bij Stibbe en is als hoogleraar European Tort Law verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, regelgeving, mededingingsafspraken, machtspositie, procedurele aangelegenheden
Auteurs Mr. A.R. Bosman, mr. E. Oude Elferink, mr. R.N.A. Nieuwmeyer e.a.
  • Samenvatting

      In 2012 viel op het gebied van het nationaal mededingingsrecht het nodige te beleven. In deze kroniek passeren de interessantste zaken en ontwikkelingen de revue. Zoals gebruikelijk beperken de auteurs zich tot de bespreking van besluiten van de NMa en zaken die hun oorsprong vinden in een besluit van de NMa of daarmee verband houden.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.R. Bosman

    Mr. A.R. Bosman is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    mr. R.N.A. Nieuwmeyer

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LL.M (Brugge) is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    Mr. A.P.C. Hazelhoff

    Mr. A.P.C. Hazelhoff is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Uitoefening inspectiebevoegdheid van de Commissie begrensd door het Gerecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dawn raid, inspectiebeschikking, voldoende ernstige aanwijzingen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en Mr. M.P.N. Lemmens
  • Samenvatting

      In dit artikel worden de arresten Nexans en Prysmian van het Gerecht besproken. Het Gerecht geeft in deze uitspraken antwoord op de vraag hoe ruim de Europese Commissie haar inspectiebevoegdheid in mededingingsonderzoeken mag uitoefenen. Niettemin blijft een aantal kwesties onopgelost.GvEA 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans France SAS en Nexans SA/Commissie en GvEA 14 november 2012, zaak T-140/09, Prysmian SpA en Prysmian Cavi e Sistemi Energia Srl/Commissie.

  • Auteursinformatie

    Mr. G. Oosterhuis

    Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

    Mr. M.P.N. Lemmens

    Mr. M.P.N. Lemmens is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De Europese stichting: terug naar de tekentafel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. M. Goorts
  • Samenvatting

      Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
      Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final

  • Auteursinformatie

    Mr. N. Peters

    Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

    Mr. M. Goorts

    Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

E.ON en GDF tegen de Europese Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Potentiële concurrentie, Counterfactual, Volledige rechtsmacht, Nevenrestrictie, Duur van overtreding
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
  • Samenvatting

      Dit artikel bespreekt een tweetal arresten van het Gerecht van 29 juni 2012 (zaak T-360/09, E.ON/Europese Commissie en zaak T-370/09, GDF Suez SA/Europese Commissie). Beide arresten behandelen de beroepen tegen een beschikking van de Commissie van 8 juli 2009 waarin E.ON en GDF waren beboet voor marktverdelingsafspraken. In zijn arresten onderzoekt het Gerecht minutieus of E.ON en GDF überhaupt voor de volledige duur van de overtreding wel als (potentiële) concurrenten konden worden aangemerkt. Daarnaast is het arrest van belang omdat het Gerecht gebruikmaakt van de volledige rechtsmacht op grond van Verordening 2003/1/EG en de boete vaststelt op een hoger niveau dan zou voortvloeien uit de boeterichtsnoeren van de Commissie.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.H.J. Braeken

    Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Lagardère-zaak: comeback van de parkeerconstructie?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Parkeerconstructie, Warehousing, Financiële instelling, Artikel 3 lid 5 covo
Auteurs Mr. M.A. de Jong
  • Samenvatting

      In de zaak Lagardère hebben het Gerecht en het Hof van Justitie voor het eerst een beoordeling gegeven van een constructie waarbij de over te nemen onderneming tijdelijk bij een bank wordt ‘geparkeerd’. Zo’n parkeerconstructie maakt het mogelijk dat de verkoper niet het concentratiecontroleonderzoek door de Europese Commissie hoeft af te wachten. In de Lagardère-zaak is het gebruik van de parkeerconstructie goedgekeurd. Enkele essentiële vragen blijven echter onbeantwoord. Het is daardoor de vraag of de arresten voldoende grond bieden om de parkeerconstructie – die inmiddels door de Commissie in de Geconsolideerde Mededeling inzake Bevoegdheidskwesties in de ban was gedaan – weer te gebruiken.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.A. de Jong

    Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Verhaal van kartelschade door de Europese Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Kartelschade, Private handhaving, Boetebeschikking, Gebondenheid beschikking
Auteurs Mr. R. Meijer
  • Samenvatting

      In dit arrest heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de vraag of de Europese Commissie bevoegd is om namens de Unie-instellingen een vordering tot schadevergoeding in te stellen bij een nationale rechter wegens kartelschade. Daarbij komt ook de vraag aan de orde in hoeverre dit in strijd is met artikel 6 EVRM en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het Hof van Justitie oordeelt dat de Commissie bevoegd is tot het instellen van een schadevergoedingsactie namens de Unie en dat van schending van artikel 6 EVRM of artikel 47 Handvest geen sprake is.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Meijer

    Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy LLP.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Een Gemeenschapsregime voor elektronische identificatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Elektronische handtekening, Elektronische identificatie, Elektronisch rechtsverkeer, Vertrouwensdienst, gekwalificeerd certificaat
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink en Mr. drs. J. Theeven
  • Samenvatting

      Het bestaande Europeesrechtelijke kader voor elektronische rechtshandelingen wordt onder meer gevormd door de Richtlijn elektronische handtekening, 1999/93/EG. Deze uit 1999 stammende richtlijn is echter niet toegesneden op de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en toenemende mondialisering van het handelsverkeer die sindsdien hebben plaatsgevonden. Bovendien heeft de Richtlijn geleid tot uiteenlopende implementatie in de lidstaten. Dat was er volgens de Europese Commissie mede de oorzaak van dat er weinig groei zit in de markt voor grensoverschrijdende transacties binnen de EU. Ook het grensoverschrijdend gebruik van elektronische identificatie in het kader van overheidsdiensten viel de Commissie tegen. Op 4 juni 2012 heeft de Commissie haar voorstel voor een Verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt toegezonden aan de Raad, dat hierin moet voorzien.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.W. Wefers Bettink

    Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.

    Mr. drs. J. Theeven

    mr. drs. J. Theeven is bedrijfsjurist bij Sabic.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak AstraZeneca: een beoordeling ‘on the merits’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Misbruik, Machtspositie, Geneesmiddelen, Farmaceutisch, Misleiding
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LLM
  • Samenvatting

      In 2000 bedroeg de omzet van het geneesmiddel Losec, een geneesmiddel tegen onder andere maagzweren, meer dan 16 miljoen euro per dag. Losec gold daarmee als best verkochte geneesmiddel ter wereld. Het verbaast niet dat de producent, het concern AstraZeneca, de inkomsten uit Losec coûte que coûte wilde beschermen. Hierbij werd in de periode van 1993 tot 2000 hoog aan de wind gezeild. Volgens de Europese Commissie te hoog. Bij beschikking van 15 juni 2005 legde zij aan AstraZeneca een geldboete op van in totaal 60 miljoen euro voor een schending van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie.
      Het Gerecht heeft de beschikking van de Commissie in het arrest van 1 juli 2010 gedeeltelijk vernietigd en de boete voor AstraZeneca verlaagd tot 52,5 miljoen euro. De hogere voorzieningen die tegen dit arrest zijn ingesteld, zijn door het Hof van Justitie bij arrest van 6 december 2012 integraal afgewezen. Dit artikel bevat een bespreking van het laatste arrest.

  • Auteursinformatie

    Mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS Derks Star Busmann in Brussel.

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LLM

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer, LLM (Brugge) is advocaat bij CMS Derks Star Busmann in Brussel.

Toont 41 - 60 van 569 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 28 29