Zoekresultaten

Zoekresultaat:
557 artikelen
x
Rechtsgebied Europees recht x
Tijdschrift Markt & Mededinging
Artikel

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2013
Trefwoorden kroniek, regelgeving, mededingingsafspraken, machtspositie, procedurele aangelegenheden
Auteurs Mr. A.R. Bosman, mr. E. Oude Elferink, mr. R.N.A. Nieuwmeyer e.a.
  • Samenvatting

      In 2012 viel op het gebied van het nationaal mededingingsrecht het nodige te beleven. In deze kroniek passeren de interessantste zaken en ontwikkelingen de revue. Zoals gebruikelijk beperken de auteurs zich tot de bespreking van besluiten van de NMa en zaken die hun oorsprong vinden in een besluit van de NMa of daarmee verband houden.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.R. Bosman

    Mr. A.R. Bosman is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    mr. R.N.A. Nieuwmeyer

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LL.M (Brugge) is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

    Mr. A.P.C. Hazelhoff

    Mr. A.P.C. Hazelhoff is als advocaat werkzaam bij CMS Derks Star Busmann.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Uitoefening inspectiebevoegdheid van de Commissie begrensd door het Gerecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden dawn raid, inspectiebeschikking, voldoende ernstige aanwijzingen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en Mr. M.P.N. Lemmens
  • Samenvatting

      In dit artikel worden de arresten Nexans en Prysmian van het Gerecht besproken. Het Gerecht geeft in deze uitspraken antwoord op de vraag hoe ruim de Europese Commissie haar inspectiebevoegdheid in mededingingsonderzoeken mag uitoefenen. Niettemin blijft een aantal kwesties onopgelost.GvEA 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans France SAS en Nexans SA/Commissie en GvEA 14 november 2012, zaak T-140/09, Prysmian SpA en Prysmian Cavi e Sistemi Energia Srl/Commissie.

  • Auteursinformatie

    Mr. G. Oosterhuis

    Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

    Mr. M.P.N. Lemmens

    Mr. M.P.N. Lemmens is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De Europese stichting: terug naar de tekentafel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. M. Goorts
  • Samenvatting

      Uit de koker van de Europese Commissie kwam bij voorstel voor een verordening van 8 februari 2012 een Europese stichting van algemeen nut te voorschijn. Het voorstel is niet goed doordacht. Ook kunnen de beoogde doelen op eenvoudigere wijze worden bereikt. Dat zullen de auteurs in dit artikel inzichtelijk maken.
      Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het statuut van de Europese stichting (FE), COM(2012) 35 final

  • Auteursinformatie

    Mr. N. Peters

    Mr. N. Peters is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, alsmede buiten-promovendus en docent aan de RUG.

    Mr. M. Goorts

    Mr. M. Goorts is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

E.ON en GDF tegen de Europese Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Potentiële concurrentie, Counterfactual, Volledige rechtsmacht, Nevenrestrictie, Duur van overtreding
Auteurs Mr. B.H.J. Braeken
  • Samenvatting

      Dit artikel bespreekt een tweetal arresten van het Gerecht van 29 juni 2012 (zaak T-360/09, E.ON/Europese Commissie en zaak T-370/09, GDF Suez SA/Europese Commissie). Beide arresten behandelen de beroepen tegen een beschikking van de Commissie van 8 juli 2009 waarin E.ON en GDF waren beboet voor marktverdelingsafspraken. In zijn arresten onderzoekt het Gerecht minutieus of E.ON en GDF überhaupt voor de volledige duur van de overtreding wel als (potentiële) concurrenten konden worden aangemerkt. Daarnaast is het arrest van belang omdat het Gerecht gebruikmaakt van de volledige rechtsmacht op grond van Verordening 2003/1/EG en de boete vaststelt op een hoger niveau dan zou voortvloeien uit de boeterichtsnoeren van de Commissie.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.H.J. Braeken

    Mr. B.H.J. Braeken is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Lagardère-zaak: comeback van de parkeerconstructie?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Parkeerconstructie, Warehousing, Financiële instelling, Artikel 3 lid 5 covo
Auteurs Mr. M.A. de Jong
  • Samenvatting

      In de zaak Lagardère hebben het Gerecht en het Hof van Justitie voor het eerst een beoordeling gegeven van een constructie waarbij de over te nemen onderneming tijdelijk bij een bank wordt ‘geparkeerd’. Zo’n parkeerconstructie maakt het mogelijk dat de verkoper niet het concentratiecontroleonderzoek door de Europese Commissie hoeft af te wachten. In de Lagardère-zaak is het gebruik van de parkeerconstructie goedgekeurd. Enkele essentiële vragen blijven echter onbeantwoord. Het is daardoor de vraag of de arresten voldoende grond bieden om de parkeerconstructie – die inmiddels door de Commissie in de Geconsolideerde Mededeling inzake Bevoegdheidskwesties in de ban was gedaan – weer te gebruiken.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.A. de Jong

    Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Verhaal van kartelschade door de Europese Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Kartelschade, Private handhaving, Boetebeschikking, Gebondenheid beschikking
Auteurs Mr. R. Meijer
  • Samenvatting

      In dit arrest heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de vraag of de Europese Commissie bevoegd is om namens de Unie-instellingen een vordering tot schadevergoeding in te stellen bij een nationale rechter wegens kartelschade. Daarbij komt ook de vraag aan de orde in hoeverre dit in strijd is met artikel 6 EVRM en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het Hof van Justitie oordeelt dat de Commissie bevoegd is tot het instellen van een schadevergoedingsactie namens de Unie en dat van schending van artikel 6 EVRM of artikel 47 Handvest geen sprake is.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Meijer

    Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy LLP.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Een Gemeenschapsregime voor elektronische identificatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Elektronische handtekening, Elektronische identificatie, Elektronisch rechtsverkeer, Vertrouwensdienst, gekwalificeerd certificaat
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink en Mr. drs. J. Theeven
  • Samenvatting

      Het bestaande Europeesrechtelijke kader voor elektronische rechtshandelingen wordt onder meer gevormd door de Richtlijn elektronische handtekening, 1999/93/EG. Deze uit 1999 stammende richtlijn is echter niet toegesneden op de snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en toenemende mondialisering van het handelsverkeer die sindsdien hebben plaatsgevonden. Bovendien heeft de Richtlijn geleid tot uiteenlopende implementatie in de lidstaten. Dat was er volgens de Europese Commissie mede de oorzaak van dat er weinig groei zit in de markt voor grensoverschrijdende transacties binnen de EU. Ook het grensoverschrijdend gebruik van elektronische identificatie in het kader van overheidsdiensten viel de Commissie tegen. Op 4 juni 2012 heeft de Commissie haar voorstel voor een Verordening betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt toegezonden aan de Raad, dat hierin moet voorzien.

  • Auteursinformatie

    Mr. H.W. Wefers Bettink

    Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.

    Mr. drs. J. Theeven

    mr. drs. J. Theeven is bedrijfsjurist bij Sabic.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak AstraZeneca: een beoordeling ‘on the merits’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Misbruik, Machtspositie, Geneesmiddelen, Farmaceutisch, Misleiding
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LLM
  • Samenvatting

      In 2000 bedroeg de omzet van het geneesmiddel Losec, een geneesmiddel tegen onder andere maagzweren, meer dan 16 miljoen euro per dag. Losec gold daarmee als best verkochte geneesmiddel ter wereld. Het verbaast niet dat de producent, het concern AstraZeneca, de inkomsten uit Losec coûte que coûte wilde beschermen. Hierbij werd in de periode van 1993 tot 2000 hoog aan de wind gezeild. Volgens de Europese Commissie te hoog. Bij beschikking van 15 juni 2005 legde zij aan AstraZeneca een geldboete op van in totaal 60 miljoen euro voor een schending van het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie.
      Het Gerecht heeft de beschikking van de Commissie in het arrest van 1 juli 2010 gedeeltelijk vernietigd en de boete voor AstraZeneca verlaagd tot 52,5 miljoen euro. De hogere voorzieningen die tegen dit arrest zijn ingesteld, zijn door het Hof van Justitie bij arrest van 6 december 2012 integraal afgewezen. Dit artikel bevat een bespreking van het laatste arrest.

  • Auteursinformatie

    Mr. E. Oude Elferink

    Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS Derks Star Busmann in Brussel.

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer LLM

    Mr. R.N.A. Nieuwmeyer, LLM (Brugge) is advocaat bij CMS Derks Star Busmann in Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Gelijke behandeling bij toerekening kartelinbreuken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Toerekening, Gelijke behandeling, Gelijkheidsbeginsel, Non-discriminatie, Alliance One
Auteurs Mr. S.C.H. Molin
  • Samenvatting

      In Alliance One stelt het Hof van Justitie voor het eerst vast dat de Europese Commissie bij de toerekening van kartelinbreuken niet met twee maten mag meten. Dit arrest is van fundamenteel belang voor de beschikkingspraktijk van de Commissie alsook voor de nationale mededingingsautoriteiten en rechterlijke instanties van de lidstaten.

  • Auteursinformatie

    Mr. S.C.H. Molin

    Mr. S.C.H. Molin is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Nieuwe AEEA-Richtlijn stelt ambitieuze nieuwe doelstellingen voor (vrijwel) al het e-afval

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1/2 2013
Trefwoorden Aeea, Afvalstoffen, Elektrische apparatuur, Elektronische apparatuur, Hergebruik, Recycling, Nuttige toepassing
Auteurs Mr. A. van Rossem
  • Samenvatting

      Op 4 juli 2012 is de nieuwe Europese Richtlijn 2012/19/EU aangenomen betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).1xPb. EU 2012, L 197/38. Uiterlijk op 14 februari 2014 moet deze AEEA-Richtlijn in Nederland zijn omgezet. Met ingang van 15 februari 2014 wordt de huidige Richtlijn 2002/96/EG met betrekking tot AEEA ingetrokken.2xPb. EU 2003, L 37/24. De bestaande AEEA-Richtlijn bevat een verplichting om gescheiden ingezamelde AEEA zodanig te verwerken dat milieuschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. Naar schatting wordt echter in de praktijk zo’n 50 procent van de in de Europese Unie ingezamelde AEEA niet verwerkt conform de doelstellingen en eisen van de Richtlijn. De nieuwe Richtlijn beoogt onnodige administratieve lasten te verminderen, een meer doeltreffende uitvoering door striktere naleving te waarborgen en vermindering van de negatieve milieueffecten van de inzameling en verwerking van AEEA te bewerkstelligen.

    Noten

    • 1 Pb. EU 2012, L 197/38.

    • 2 Pb. EU 2003, L 37/24.

  • Auteursinformatie

    Mr. A. van Rossem

    Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
  • Samenvatting

      De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

    Noten

    • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. D.P. Kuipers

    Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

    mr. J.I. Kohlen

    Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

CBb-trilogie: Apotheek Van Dalen - NZa (en Menzis)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden NZa, aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 Wet marktordening gezondheidszorg (WMG), toetsing AMM-bevoegdheden, apotheek
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en mr. dr. J.J.M. Sluijs
  • Samenvatting

      De uitspraak van het CBb van 7 juni 2012 markeert het einde van de eerste AMM-zaak van de NZa. De zaak-Van Dalen heeft aangetoond dat de inzet van de AMM-bevoegdheden door de NZa kwetsbaar is. In de voorlopige voorzieningen heeft Van Dalen grosso modo de procedures gewonnen en de NZa verloren, maar in beroep bij het CBb heeft de NZa haar AMM-besluit overeind weten te houden.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.Ph.M. Wiggers

    Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als buitenpromovendus.

    mr. dr. J.J.M. Sluijs

    Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Wegener herzien

Rb. Rotterdam 27 september 2012

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden voorschrift artikel 41 Mw, Boetebeleidsregels 2009, feitelijk leidinggever, verjaring
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
  • Samenvatting

      De Rechtbank Rotterdam heeft het besluit op bezwaar van de NMa vernietigd. De door de NMa aan Wegener en (ex-)bestuurders opgelegde boetes zijn door de rechtbank fors verlaagd. Volgens de rechtbank had de NMa ten onrechte rechttoe rechtaan de Boetebeleidsregels toegepast wat leidde tot veel te hoge boetes. Daarnaast was de scope van de overtreding volgens de rechtbank beperkter dan de NMa had aangenomen. Omdat sprake was van voortdurende overtredingen faalt het beroep op verjaring. De door de NMa aan twee commissarissen opgelegde boetes zijn door de rechtbank geschrapt. Volgens de rechtbank vervulden de commissarissen een toezichthoudende rol. Aansprakelijkheid voor boetes past daar volgens de rechtbank niet bij.

  • Auteursinformatie

    Mr. L.E.J. Korsten

    Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Jurisprudentie

Auto 24 SARL tegen Jaguar Land Rover France SAS (Auto24/JLR)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Trefwoorden artikel 101 VWEU, selectieve distributie, kwantitatieve criteria, groepsvrijstelling motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Knapen
  • Samenvatting

      In dit arrest geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of kwantitatieve selectieve distributiecriteria enkel onder de groepsvrijstelling motorvoertuigen vallen indien zij berusten op objectief gerechtvaardigde criteria die eenvormig en zonder onderscheid worden toegepast op eenieder die om erkenning verzoekt. Het arrest behandelt een aantal fundamentele vraagstukken die relevant zijn bij het opstellen en handhaven van een selectief distributiestelsel en verduidelijkt de voorwaarden die gelden ten aanzien van het rechtvaardigen, toepassen en openbaar maken van selectiecriteria. Opvallend is daarbij dat het Hof van Justitie een minder strikte benadering lijkt te volgen ten aanzien van kwantitatieve selectieve distributiecriteria dan de Nederlandse rechter in de recente Auping- en Batavus-arresten.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. Knapen

    Mr. M. Knapen is advocaat in dienstbetrekking bij Philips.

Tijdschrift Markt & Mededinging
Redactioneel

Van procestijgers en Chinese muren

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2012
Auteurs Mr. P.V.F. Bos
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De beoordeling van kortingen en exclusiviteitsovereenkomsten bij dominante ondernemingen: (nog) geen fundamentele koerswijziging

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden machtspositie, exclusiviteit, kortingsregeling, selectieve korting
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
  • Samenvatting

      In een bestek van enkele maanden hebben verschillende Europese rechterlijke instanties een aantal belangrijke arresten gewezen over kortingsregelingen en exclusiviteitsovereenkomsten die worden gehanteerd door een onderneming met een machtspositie. Naast een arrest van het Hof van Justitie in een ‘gewone’ administratieve hoger beroepsprocedure tegen een besluit van de Commissie (Tomra1x HvJ EU19 april 2012, zaak C-549/10 P, Prokent/Tomra, n.n.g. ), betreft dit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA-Hof) (Posten Norge2x EVA-Hof 18 april 2012, E-15/10, Posten Norge/Toezichthoudende Autoriteit EVA. ) en een arrest van het Hof van Justitie in een prejudiciële procedure (Post Danmark3x HvJ EU 27 maart 2012, zaak C-209/10, Post Danmark, n.n.g. ). Dit artikel zal allereerst een samenvatting geven van de verschillende arresten. Vervolgens zullen de arresten kort worden becommentarieerd.

    Noten

    • 1 HvJ EU19 april 2012, zaak C-549/10 P, Prokent/Tomra, n.n.g.

    • 2 EVA-Hof 18 april 2012, E-15/10, Posten Norge/Toezichthoudende Autoriteit EVA.

    • 3 HvJ EU 27 maart 2012, zaak C-209/10, Post Danmark, n.n.g.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.J.H. Braeken

    Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

De Seveso III Richtlijn; deel drie in de strijd tegen zware industriële ongevallen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Seveso, BRZO, gevaarlijke stoffen, ongevallen, preventie, inspectie, handhaving
Auteurs Mr. A. van Rossem
  • Samenvatting

      Eind juni 2012 is de nieuwe Europese Richtlijn 2012/18/EU aangenomen betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad, kortweg de Seveso III Richtlijn.1x PbEU 2012, L 197/1. De Seveso III Richtlijn vervangt per 1 juni 2015 de huidige Seveso II Richtlijn (96/82/EG).2x Richtlijn 96/82/EG betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, PbEG 1997, L 10/13. De vervanging van de bestaande richtlijn is primair ingegeven door de noodzaak aansluiting te zoeken bij de nieuwe gevarenclassificatie ingevolge Verordening 2008/1272/EG betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.3x PbEU 2008, L 353/1. Enige informatie over deze verordening is te vinden op <rivm.nl> onder 'gevaarsindeling' en <agentschap.nl> onder 'onderwerpen', 'eu'. Zie voorts het rapport van SIRA Consulting 'Nederlands onderzoek naar de gevolgen van de CLP verordening voor het Nederlandse bedrijfsleven' d.d. 11 maart 2008. Deze verordening staat bekend als de CLP Verordening (Classification, Labelling and Packaging). In deze bijdrage ga ik in op deze en andere belangrijke wijzigingen en zal ik de implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen. Dat de preventie van zware industriële ongevallen ook in Nederland nog altijd actueel is, moge blijken uit de brand bij het Seveso (BRZO) bedrijf Chemie-Pack op het industrieterrein Moerdijk in januari 2011.4x Zie hierover o.m. het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid 'Brand bij Chemie-Pack te Moerdijk' van februari 2012 (verkrijgbaar op <www.onderzoeksraad.nl>). Deze brand heeft niet alleen grote gevolgen gehad voor omwonenden in de verre omtrek, maar heeft ook aanzienlijke milieuschade veroorzaakt.

    Noten

    • 1 PbEU 2012, L 197/1.

    • 2 Richtlijn 96/82/EG betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, PbEG 1997, L 10/13.

    • 3 PbEU 2008, L 353/1. Enige informatie over deze verordening is te vinden op <rivm.nl> onder 'gevaarsindeling' en <agentschap.nl> onder 'onderwerpen', 'eu'. Zie voorts het rapport van SIRA Consulting 'Nederlands onderzoek naar de gevolgen van de CLP verordening voor het Nederlandse bedrijfsleven' d.d. 11 maart 2008.

    • 4 Zie hierover o.m. het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid 'Brand bij Chemie-Pack te Moerdijk' van februari 2012 (verkrijgbaar op <www.onderzoeksraad.nl>).

  • Auteursinformatie

    Mr. A. van Rossem

    Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Het arrest Wintersteiger en de plaats van het schadebrengende feit: het Hof van Justitie zet de doos van Pandora verder open

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden internationale rechtsmacht, onrechtmatige daad, internet, nationaal merk, AdWord
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
  • Samenvatting

      Het Hof van Justitie heeft in het arrest Wintersteiger prejudiciële vragen beantwoord van het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof over de uitleg van artikel 5 punt 3 Verordening 2001/44/EG in geval van inbreuk op een in Oostenrijk geregistreerd merk. De Merkenrichtlijn, die het nationale merkenrecht van de lidstaten harmoniseert, heeft geen betrekking op procesrechtelijke aspecten zoals de aanwijzing van de bevoegde rechter.1x Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33. De nationale rechter bepaalt aan de hand van Verordening 2001/44/EG2x Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG). en het nationale procesrecht zijn internationale bevoegdheid. In het arrest Wintersteiger geeft het Hof van Justitie aanknopingspunten voor het bepalen van de bevoegde rechter bij inbreuk op een nationaal merk.

    Noten

    • * Met dank aan prof. mr. M. Koppenol-Laforce en mr. M. Zilinsky voor hun commentaar.
    • 1 Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33.

    • 2 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG).

  • Auteursinformatie

    Mr. H.W. Wefers Bettink

    Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Arrest Toshiba: toepassing ne bis in idem-beginsel in kartelzaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Toshiba, Ne bis in idem, gasgeïsoleerd schakelmateriaal, Artikel 11 Verordening 2003/1/EG
Auteurs Mr. G. Oosterhuis en mr. A.M. Huijts
  • Samenvatting

      Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door de regionale rechtbank te Brno, Tsjechië1x Voluit: Krajský soud v Brně. met betrekking tot het gasgeïsoleerd schakelmateriaalkartel. Aan de orde komen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en nationale mededingingsautoriteiten op grond van Verordening 2003/1/EG en het ne bis in idem-beginsel.

    Noten

    • 1 Voluit: Krajský soud v Brně.

  • Auteursinformatie

    Mr. G. Oosterhuis

    Mr. G. Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

    mr. A.M. Huijts

    Mr. A.M. Huijts is eveneens advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht
Artikel

Minimumeis aan volgestort maatschappelijk kapitaal in strijd met fundamentele vrijheden

De vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting verzetten zich tegen de dubbele standaard van Italiaanse belastinginning.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden vrijheid van vestiging/dienstverrichting, aanbesteding en dienstenconcessie
Auteurs Mr. M.L. Weeda en mr. L.J. Terpstra
  • Samenvatting

      In deze prejudiciële verwijzingsprocedure stelt het Hof van Justitie vast dat de artikelen 49 en 56 VWEU1x In dit artikel zal naar de artikelnummers van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie worden verwezen. aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de verplichting uit hoofde van een Italiaanse regeling tot het hebben van een minimaal volgestort maatschappelijk kapitaal van 10 miljoen euro voor marktdeelnemers belast met de inning van belastingen, met uitzondering van vennootschappen waarin de Italiaanse overheid een meerderheidsbelang heeft. Volgens de verwijzende rechter bevat de Italiaanse regeling voorzorgsmaatregelen die de overheid op een meer evenredige wijze kunnen beschermen. Dit lijkt voor het Hof van Justitie onder meer reden om op de vragen van de verwijzende rechter te antwoorden dat de betrokken bepaling uit de Italiaanse regeling een onevenredige en dus ongerechtvaardigde beperking van de fundamentele vrijheden van vestiging en dienstverlening vormt.

    Noten

    • 1 In dit artikel zal naar de artikelnummers van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie worden verwezen.

  • Auteursinformatie

    Mr. M.L. Weeda

    Mr. M.L. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    mr. L.J. Terpstra

    Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Toont 41 - 60 van 557 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 27 28