Zoekresultaten

Zoekresultaat:
1905 artikelen
x
Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Boetes: een kwestie van niet overvragen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Boete, matiging boete, Contractsvrijheid, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat het arrest Turan/Easystaff van de Hoge Raad centraal. Het arrest gaat over de matiging van boetes. In het artikel wordt stilgestaan bij de matiging van contractuele boetes en de daarbij te hanteren gezichtspunten. In zijn arrest Turan/Easystaff accordeert de Hoge Raad de door het hof gegeven gezichtspunten: penvoerderschap, de rechtvaardiging voor de omvang van de boete, de mate van invloed die de debiteur op het boetebeding heeft gehad, de vraag of de inbreuk die aanleiding gaf tot de boete structureel of incidenteel was, en of het doel waarvoor de boete is opgesteld door de beweerde inbreuk is geschaad.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Contracteren
Over de grens

Het recht van verhaal van de eindverkoper: in Duitsland, in Nederland en in de toekomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden consumentenkoop, recht van verhaal, beknelde eindverkoper, regresrecht, voorschakel
Auteurs Mr. T.J.K. van Santen
  • Samenvatting

      Het recht van verhaal is in Nederland geregeld in artikel 7:25 BW en beoogt de beknelde eindverkoper te beschermen. Wanneer een consumentkoper zijn rechten jegens de eindverkoper heeft uitgeoefend, moet hij verhaal kunnen nemen op zijn voorschakel zodat hij niet met de aansprakelijkheid ‘blijft zitten’. De regeling beoogt dat de voor het gebrek verantwoordelijke partij uiteindelijk aansprakelijk is. Duitsland heeft op 1 januari 2018 enkele aanpassingen in het BGB doorgevoerd en ook het recht van verhaal aangepast.
      Door de aanstaande invoering van twee nieuwe richtlijnen zullen de rechten van de consumentkoper aanzienlijk worden versterkt. Ook deze richtlijnen voorzien in een recht van verhaal voor de eindverkoper. De nieuwe regeling is gelijk aan de huidige Europese regeling, die aan duidelijkheid te wensen overlaat. Hoe de regeling in de praktijk uitpakt, blijft ook in de toekomst ongewis. Het effectiviteitsbeginsel brengt mee dat bij de uitoefening van het recht van verhaal de consumentenrechten ook door de eindverkoper moeten kunnen worden ingeroepen.

  • Auteursinformatie

    Mr. T.J.K. van Santen

    Mr. T.J.K. van Santen is senior jurist Contractueel bij DAS en doet een promotieonderzoek aan de Open Universiteit (promotoren T.H.M. van Wechem en J.G.J. Rinkes) naar het recht van verhaal als bedoeld in artikel 7:25 BW.

Tijdschrift Contracteren
Impressies

Eenzijdig gerichte rechtshandeling of overeenkomst? Dat verdient uitleg!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Uitleg, Eenzijdige rechtshandeling, Parkking, Kwalificatie, Wilsverklaring.
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen
  • Samenvatting

      Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de uitleg van een eenzijdige rechtshandeling, neergelegd in een brief tussen zakelijke partijen (het ‘Parkking-arrest’). Deze bijdrage behandelt de vraag of de Hoge Raad met het Parkking-arrest een ‘nieuwe uitlegmaatstaf’ heeft ontwikkeld voor de uitleg van eenzijdige rechtshandelingen.
      In het vervolg van deze bijdrage wordt toegelicht hoe de kwalificatie van een eenzijdig opgesteld document (als eenzijdige rechtshandeling of als onderdeel van een meerzijdige rechtshandeling) een uitlegdiscussie zou kunnen beïnvloeden. Een juiste kwalificatie is van belang voor het vertrekpunt van de uitleg, de relevante gezichtspunten bij de uitleg, toepasselijke rechtsregels, rechtsgevolgen en het gewicht dat aan de ene of de andere omstandigheid wordt toegekend. Dat antwoord kan dan weer van belangrijke invloed zijn op een (voorlopig) bewijsoordeel en – bij gevolg – tot een andere uitkomst leiden in een procedure.

  • Auteursinformatie

    Mr. G.R.G. Driessen

    Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij HVG Law LLP.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Opzegging van duurovereenkomsten en de redelijkheid en billijkheid

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141, NJ 2018/98

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Duurovereenkomst, Opzegging, Ontbinding, Uitleg, Redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. A. van Duijn-Koopman en Mr. E.J. van de Pas
  • Samenvatting

      Op 2 februari 2018 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen inzake de opzegbaarheid van duurovereenkomsten en de rol van de redelijkheid en billijkheid daarin.
      De auteurs geven de diverse mogelijke scenario’s weer in een overzichtelijke matrix.
      Zij gaan ook in op de wijze waarop de beëindigingsclausule in het onderhavige geval is geredigeerd en uitgelegd. De auteurs bespreken verder het onderscheid tussen duurovereenkomsten voor bepaalde en onbepaalde tijd en hybride varianten. Tot slot staan de auteurs stil bij de vraag of professionele partijen de (aanvullende en beperkende) rol van de redelijkheid en billijkheid kunnen wegcontracteren.

  • Auteursinformatie

    Mr. A. van Duijn-Koopman

    Mr. A. van Duijn-Koopman is werkzaam bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V. in Arnhem op de sectie Aansprakelijkheid, Schade en Verzekering.

    Mr. E.J. van de Pas

    Mr. E.J. van de Pas is werkzaam bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V. in Arnhem op de sectie Intellectueel Eigendom en IT-recht.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
  • Samenvatting

      De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. L. Ecker

    Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap

Access_openThird party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
  • Samenvatting

      Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.

  • Auteursinformatie

    Mr. dr. A. van der Krans

    Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.

Tijdschrift Onderneming en Financiering
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
  • Samenvatting

      Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.

  • Auteursinformatie

    Mr. B.N. Mwangi

    Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

    Mr. S.C.P. Verhelst

    Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Artikel

De actualiteit en toekomst van de toepassing van whiplashjurisprudentie buiten whiplashzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden whiplash, niet-whiplashzaken, causaal verband, elektrocutie, hondenbeet
Auteurs Mr. S. Boer en Mr. C. van der Roest
  • Samenvatting

      Steeds vaker wordt in niet-whiplashzaken een beroep gedaan op de zogenaamde whiplashjurisprudentie. Met een beroep op de redeneringen uit deze jurisprudentie wordt door benadeelden getracht om het bestaan van veelal substraatloze klachten en het (juridisch) causaal verband tussen deze klachten en beperkingen en het incident aan te tonen. Is toepassing van de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken gerechtvaardigd, of is daarmee het spreekwoordelijke hek van de dam? Door middel van een analyse van de whiplashjurisprudentie en recente jurisprudentie in niet-whiplashzaken komen de auteurs tot de conclusie dat een juiste toepassing van de zogenoemde causaliteitsregels uit de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken tot rechtvaardige uitkomsten leidt, mits men daarbij de hoofdregel en de beginselen van het bewijsrecht niet uit het oog verliest.

  • Auteursinformatie

    Mr. S. Boer

    Mr. S. Boer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

    Mr. C. van der Roest

    Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
Jurisprudentie

Nieuw licht op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel?

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid, asbest, arbeidsrechtelijke omkeringsregel
Auteurs Mr. Veneta Oskam
  • Samenvatting

      Bij beantwoording van de vraag of causaal verband aanwezig is tussen de asbestblootstelling en het ontstaan van mesothelioom, en of ter vaststelling hiervan de arbeidsrechtelijke omkeringsregel moet worden toegepast, is – overeenkomstig de arresten HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van der Wege) en ECLI:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) – van belang dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden niet te onzeker dan wel te onbepaald dient te zijn. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het hof dat de enkele blootstelling aan asbest onvoldoende is om toepassing te geven aan de omkeringsregel. De in de eerdergenoemde arresten vastgestelde regels gelden ook bij schade als gevolg van mesothelioom. Ook hier kan het causaal verband te onzeker of te onbepaald zijn wanneer de werknemer ook buiten de werkzaamheden aan asbest blootgesteld is geweest. Daarom komt, gelet op hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte mesothelioom en haar oorzaak, betekenis toe aan (1) de duur en de intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever, en in voorkomend geval (2) de duur en de intensiteit van andere blootstelling(en) aan asbest gedurende de latentieperiode en (3) de verhouding tussen (1) en (2).

  • Auteursinformatie

    Mr. Veneta Oskam

    Mr. V. Oskam is werkzaam als advocaat bij V&A Advocaten te Rotterdam.

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht
Redactioneel

Access_openIntegratie, coördinatie, klimaat en energie: instrumenten voor uitdagende doelstellingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden energie, klimaat, transitie, Energiebesparing
Auteurs Mr. dr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam
  • Auteursinformatie

    Mr. dr. V.M.Y. (Valérie) van ’t Lam

    Mr. dr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en lid van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Scheidslijnen tussen kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel

Enkele praktische opmerkingen over verschillen tussen deze drie leerstukken naar aanleiding van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden aansprakelijkheid, bewijs, kansschade, beroepsfout, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
  • Samenvatting

      Het hier te bespreken arrest, waarin aan de orde was of een ziekenhuis aansprakelijk is voor schade als gevolg van een te laat uitgevoerde operatie, geeft aanleiding voor enkele gedachten over en praktische wenken voor de afbakening van kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel ten opzichte van elkaar. De drie figuren komen hier samen. Getracht wordt de grenzen nader in kaart te brengen.

  • Auteursinformatie

    Mr. J. den Hoed

    Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten te Haarlem.

Tijdschrift Caribisch Juristenblad
Artikel

Access_openToepassing van de pre-pack in Curaçao: wat zijn de spelregels?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden pre-pack, Faillissementsbesluit 1931, Curaçaose Dok Maatschappij, doorstart, curator
Auteurs Mr. R.M. Bottse
  • Samenvatting

      In deze bijdrage staat de pre-packprocedure centraal die is voorafgegaan aan de doorstart van de naamloze vennootschap Curaçaose Dok Maatschappij N.V. Pre-packrichtlijnen scheppen duidelijkheid omtrent het wanneer, waarom en hoe rondom de toepassing van pre-packs. In de richtlijnen zal voor de beoogd curator een stevige rol moeten zijn weggelegd in het voorkomen van diverse aansprakelijkheidsrisico’s. De auteur moedigt het gerecht daarom aan serieus werk te maken van het ontwerpen van pre-packrichtlijnen. Het verdient aanbeveling om daarbij door middel van een consultatieronde de mening van curatoren en andere insolventierechtbeoefenaren te peilen.

  • Auteursinformatie

    Mr. R.M. Bottse

    Mr. R.M. Bottse is advocaat bij HBN Law.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Civielrechtelijke aspecten van de schadevergoedingsmaatregel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden schadevergoedingsmaatregel, pluraliteit van schuldeisers, verdeling, alternatieve vergoedingsplicht, toekomstige vordering
Auteurs Mr. I.C. Engels en Mr. G.C. Nieuwland
  • Samenvatting

      In hun artikel bespreken de auteurs een bijzondere figuur: de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr, een strafrechtelijke maatregel die in belangrijke mate wordt vastgesteld aan de hand van civielrechtelijke maatstaven. Zij behandelen de verhouding tussen de vorderingen van de Staat en het slachtoffer op de dader, de positie van de dader en de kwalificatie van de vordering van het slachtoffer op de Staat (mogelijkheden van overdracht, verpanding en beslag).

  • Auteursinformatie

    Mr. I.C. Engels

    Mr. I.C. Engels is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

    Mr. G.C. Nieuwland

    Mr. G.C. Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Persoonlijke zekerheden bij concernfinanciering: ongerechtvaardigde vermenigvuldiging van vorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden concernfinanciering, hoofdelijkheid, faillissement, persoonlijke zekerheden, art. 136 Fw
Auteurs Mr. A.L. Jonkers
  • Samenvatting

      In dit artikel bespreekt de auteur kritisch de fundamentele vraag hoe gerechtvaardigd kan worden dat de professionele crediteur ook in faillissement tegen elke hoofdelijk aansprakelijke groepsmaatschappij een vordering geldend kan maken, terwijl het bedrag maar één keer uitgeleend is.

  • Auteursinformatie

    Mr. A.L. Jonkers

    Mr. A.L. Jonkers is docent/onderzoeker bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Beroepsaansprakelijkheid advocaten: een update

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden advocaat, beroepsaansprakelijkheid, zorgplicht, tegenstrijdig belang, waarschuwingsplicht en onderzoeksplicht
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. L.A. Godwaldt
  • Samenvatting

      De inhoud van de zorgplicht van de advocaat wordt mettertijd nader ingevuld door arresten van de Hoge Raad. Eind 2017 heeft de Hoge Raad wederom twee arresten gewezen over deze zorgplicht. Naar aanleiding van deze arresten maken auteurs enkele beschouwende opmerkingen over de onderzoeks- en waarschuwingsplicht (ook buiten de aan de advocaat verstrekte opdracht) en over de vraag wanneer sprake kan zijn van een (dreigend) belangenconflict.

  • Auteursinformatie

    Mr. E.M. van Orsouw

    Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    Mr. L.A. Godwaldt

    Mr. L.A. Godwaldt is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Tijdschrift Contracteren
Actualia contractspraktijk

Detailhandelaren en leveranciers in distributieland treden toe tot het walhalla van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Algemene voorwaarden, Informatieplicht, Dienstenrichtlijn, Detailhandel, Distributiehandel
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      De Dienstenrichtlijn is op 28 december 2009 geïmplementeerd in het BW. De regeling in het BW bevat een eigen, van artikel 6:234 BW afwijkende, lichte wijze van informeren over algemene voorwaarden. Omdat de informatieplicht onder de Dienstenrichtlijn lichter is dan die onder het BW, streven veel partijen naar de status van dienstverrichter. Op 30 januari 2018 oordeelde het HvJ EU dat ook detailhandel en distributiehandel onder het bereik van de Dienstenrichtlijn vallen. De reikwijdte van dit arrest valt niet te onderschatten, De gevolgen van dit arrest voor de algemenevoorwaardenregeling in het BW worden besproken.

  • Auteursinformatie

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Contracteren
Boilerplates etc.

Beëindigingsbedingen zijn helemaal het einde, of toch niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Opzegging, Ontbinding, Duurovereenkomst, Boilerplate, Ongedaanmakingsverbintenissen
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
  • Samenvatting

      Een veel gekozen boilerplateclausule in contracten is de beëindigingsclausule. Niet altijd wordt echter duidelijk gemaakt welke wijze van beëindiging partijen beogen: een vorm van ontbinding in de zin van artikel 6:265 BWof een bijzondere contractuele beëindigingsvorm? Auteurs bespreken de leerstukken van opzegging en ontbinding en bespreken in dat kader de voors en tegens van veel gekozen beëindigingsclausules.

  • Auteursinformatie

    Prof. mr. H.N. Schelhaas

    Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard

    Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Tijdschrift Contracteren
Artikel

Access_openTenietgaan van zekerheidsrechten door contractsoverneming

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Contractsoverneming, Zekerheidsrechten, Tenietgaan, Voorkomen, Herstellen
Auteurs Mr. M. Huizingh
  • Samenvatting

      Het overnemen van contracten komt veel voor in de praktijk, maar lang niet alle rechtsgevolgen van contractsoverneming zijn algemeen bekend. Weinig bekendheid geniet bijvoorbeeld het feit dat zekerheidsrechten teniet kunnen gaan door contractsoverneming. Partijen die zich daar niet van bewust zijn, lopen het risico dat hun verhaalspositie ongemerkt en ongewild verslechtert. Wie de wettelijke regeling over het tenietgaan van zekerheidsrechten bij overgang van contracten daarentegen goed kent en toepast, kan daar zijn voordeel mee doen. In dit artikel wordt beschreven welke zekerheden kunnen vervallen, hoe dit kan worden voorkomen of eventueel juist kan worden benut.

  • Auteursinformatie

    Mr. M. Huizingh

    Mr. M. Huizingh is advocaat te Enschede en als fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht
Artikel

Procederen bij de kantonrechter in erfrechtzaken: de nieuwe Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden procesrecht, Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter
Auteurs Mr. J.Th.M. Diks
  • Samenvatting

      Op 12 december 2017 werd de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter vastgesteld. De handleiding vervangt de versie uit 2008. In deze bijdrage wordt de nieuwe handleiding besproken. Naast de doelstelling en opzet van de handleiding worden de algemene opmerkingen uit de handleiding besproken. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie komen aan de orde.

  • Auteursinformatie

    Mr. J.Th.M. Diks

    Mr. J.Th.M. Diks is advocaat bij Advocaten Familie- & Erfrecht te Eindhoven en Utrecht en docent bij diverse opleidingsinstellingen, waar hij onder andere de cursus ‘Succesvol procederen bij de kantonrechter in erfrechtzaken’ verzorgt.

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht
Artikel

Access_openDe relativiteit van een energielabel: EnergyClaim/Staat

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden relativiteitsvereiste, overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, rechten toekennen aan particulieren, energielabel
Auteurs Mr. R. Meijer
  • Samenvatting

      Dit artikel bespreekt het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2017 waarin de vorderingen van de Stichting EnergyClaim tegen de Nederlandse Staat tot schadevergoeding wegens een onjuiste implementatie van het Unierecht op het gebied van het verplichte energieprestatiecertificaat zijn afgewezen. De afwijzing van de vorderingen door het hof is met name gebaseerd op het Europese en Nederlandse relativiteitsvereiste. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij dit oordeel.

  • Auteursinformatie

    Mr. R. Meijer

    Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR te Amsterdam.

Toont 21 - 40 van 1905 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 49 50