Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment?

Artikel

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment?

Trefwoorden Cumulatief, beslag, ‘aandelen op naam’, verkoop
Auteurs
Bron
Open_access_icon_oaa
    • 1. Inleiding

      De vraag tot welk moment cumulatief beslag op aandelen nog mogelijk is veronderstelt dat elk beslagobject, en dus ook aandelen op naam, meerdere malen kan worden beslagen. Die veronderstelling is juist hoewel afdeling 1B, titel 2, Boek 2 Rv, de afdeling waarin het executoriaal beslag op aandelen op naam in naamloze en besloten vennootschappen is geregeld, niet in die mogelijkheid voorziet.1x Zie ook de Nederlands Antilliaanse MvT op artikel 474g Rv. In de Nederlandse MvT op artikel 474g Rv wordt cumulatief beslag op aandelen niet genoemd. Cumulatief beslag op roerende zaken is wel in de wet geregeld. Artikel 457 lid 1 Rv bepaalt dat een in beslag genomen roerende zaak opnieuw in beslag kan worden genomen tot aan het moment van de verkoop.
      Omdat de wet niets regelt over cumulatief beslag op aandelen op naam,2x Simpelweg aansluiting zoeken bij de paritas creditorum is onvoldoende. Krachtens Rv is cumulatief beslag immers mogelijk, doch dient een dergelijk beslag wel tijdig te zijn gelegd. zou hiervoor eenvoudig aansluiting kunnen worden gezocht bij artikel 457 lid 1 Rv. Toch verdient een dergelijke aansluiting niet de voorkeur. Artikel 457 Rv ziet immers op executoriaal beslag op roerende zaken en de wetgever heeft met de invoering van afdeling 1B, titel 2, Boek 2, specifiek voorzien in een regeling voor executoriaal beslag op aandelen op naam. Vóór de invoering van Rv (nieuw) in 20053x Landsverordening van de 29e april 2005 houdende vaststelling van een nieuw Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Pb. 2005, 59). werden aandelen op naam als roerende zaken beschouwd en werd het daarom voor mogelijk gehouden om ook op aandelen op naam beslag te leggen volgens de algemene regels voor het beslag op roerende zaken.4x HR 19 maart 1999, NJ 2000, 99 (Antilliaanse zaak). Zie ook HR 22 december 1989, NJ 1990, 311 (Arubaanse zaak). Door afdeling 1B, titel 2, op te nemen in Rv (nieuw) heeft de wetgever echter nadrukkelijk gekozen voor een andere regeling zodat artikel 457 Rv niet zonder meer kan worden toegepast op een executoriaal beslag op aandelen op naam.5x Zie ook G. Daal, Executoriaal en conservatoir beslag op aandelen in kapitaalvennootschappen en op certificaten daarvan, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2008, p. 207. Het antwoord op de vraag tot welk moment een opvolgend beslag op aandelen kan worden gelegd moet daarom worden gezocht in artikel 474g lid 2 Rv zelf.

    • 2. Wetsgeschiedenis

      Krachtens Rv (oud) was cumulatief beslag op hetzelfde beslagobject niet mogelijk.6x Zie artikel ook 333 Rv NA (oud) (459 Rv NLD (oud)). Overige schuldeisers van de beslagdebiteur hadden de mogelijkheid tot het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen. Het doen van oppositie hield in dat die schuldeisers na de executoriale verkoop participeerden in de rangregeling en daarmee in de executieopbrengst. Ten aanzien van roerende goederen7x Naar de terminologie van BW (oud). bepaalde artikel 331 lid 1 Rv (oud)8x Artikel 457 lid 1 lid Rv NLD (oud). dat de schuldeisers van degene wiens goederen in beslag waren genomen, vóór de verkoop oppositie konden doen tegen de afgifte van de kooppenningen. In Nederland werd in 1972 beslag op aandelen op naam wettelijk geregeld.9x Bij wet van 7 september 1972, artikel 474c t/m 474h. Artikel 474g lid 2 Rv NLD (oud) luidde:

      ‘de rechtbank gelast alvorens de gevraagde beschikking te geven de oproeping van de deurwaarder, de beslaglegger, de geëxecuteerde, de vennootschap, en zo zij dit nodig acht, van verdere belanghebbenden, om op het verzoek te worden gehoord. Oppositie tegen de afgifte der kooppenningen door de schuldeisers van de geëxecuteerde en verzet tegen de verkoop door derden-rechthebbenden, kan uitsluitend geschieden door tijdige indiening van een daartoe strekkend verzoekschrift, waarvan afschrift wordt betekend aan de beslaglegger en aan de deurwaarder’.


      Ten aanzien van aandelen op naam gold derhalve naar Rv NLD-oud dat zowel het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen als het doen van verzet tijdig diende plaats te vinden. ‘Tijdig’ hield volgens Jansen in: vóór de aanvang van de verkoop.10x F.M.J. Jansen, Executie- en beslagrecht, Zwolle: Tjeenk Willink 1980, p. 128. Jansen ging echter niet in op de vraag wanneer die verkoop dan aanving bij de executoriale verkoop van aandelen.

    • 3. Huidig recht

      Artikel 474g lid 2 Rv11x Artikel 474g Rv is gelijk aan artikel 474g Rv NLD. bepaalt:

      ‘de rechter in eerste aanleg gelast alvorens de gevraagde beschikking te geven de oproeping van de deurwaarder, de beslaglegger, de geëxecuteerde, de vennootschap, en zo hij dit nodig acht, van verdere belanghebbenden, om op het verzoek te worden gehoord. Verzet tegen de verkoop door derden-rechthebbenden, kan uitsluitend geschieden door tijdige indiening van een daartoe strekkend verzoekschrift, waarvan afschrift wordt betekend aan de beslaglegger en aan de deurwaarder’.


      Artikel 474g lid 2 Rv is ten opzichte van artikel 474 lid 2 Rv NLD (oud) in die zin gewijzigd dat het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen is komen te vervallen. Voor het overige is het artikel ongewijzigd gebleven. Het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen is niet vervangen door de mogelijkheid van cumulatief beslag. In artikel 457 lid 1 Rv12x Voorheen artikel 331 Rv (oud). is het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen wel vervangen voor cumulatief beslag. In het huidige recht is cumulatief beslag dan ook in de plaats getreden voor het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen. Dit volgt eveneens uit artikel 16 lid 4 Overgangsrecht Rv,13x Artikel 18 lid 4 Overgangsbepalingen Rv NLD. dat bepaalt dat een schuldeiser die oppositie heeft gedaan tegen afgifte van kooppenningen van de executoriale verkoop die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet nog niet was aangekondigd, gelijk gesteld wordt met een beslaglegger.
      Het antwoord op de vraag tot aan welk moment cumulatief beslag op aandelen nog kan worden gelegd, is dan ook dat dit moment gelijk is aan het moment waarop voorheen de oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen moest worden gedaan, te weten ‘tijdig’. Ook het verzet tegen de verkoop door derden-rechthebbenden dient ingevolge artikel 474g lid 2 Rv tijdig te geschieden.

    • 4. Verzet tegen de verkoop van aandelen op naam

      Artikel 474g lid 2 Rv bepaalt dat derden-rechthebbenden zich tegen de verkoop kunnen verzetten door het tijdig indienen van een daartoe strekkend verzoekschrift. Die derden-rechthebbenden zijn bijvoorbeeld pandhouders, vruchtgebruikers, opvolgende eigenaren van de aandelen.14x Zie Nederlandse MvT (zitting 1970-1971 – 11288) artikel 474f Rv. Tevens worden als derden-rechthebbenden genoemd de voorafgaande beslagleggers. Uit artikel 474g lid 2 Rv blijkt niet wat onder tijdig moet worden verstaan. Onder tijdig zou kunnen worden verstaan dat het verzet door derden-rechthebbenden moet zijn gedaan voordat de rechtbank de deurwaarder en de (overige) belanghebbenden oproept of hoort. Tijdig zou ook kunnen inhouden dat verzet moet zijn gedaan voordat de rechter op het verzoekschrift van de beslaglegger heeft beslist. Ook zou onder tijdig kunnen worden verstaan dat het verzet moet zijn gediend voordat de executoriale verkoop wordt gehouden. In de wetsgeschiedenis is ‘tijdig’ niet nader toegelicht zodat jurisprudentie hierover moet worden afgewacht.15x Groene Serie, Burgerlijke Rechtsvordering artikel 474g lid 2. Verzet wordt in elk geval tijdig geacht indien het vóór of tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek tot verkoop is geschied.16x Tekst & Commentaar, Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 474g lid 2 Rv. In navolging van artikel 456 Rv dat ziet op beslag op roerende zaken, zou mogelijk ook kunnen worden aangenomen dat verzet nog gedaan kan worden tot het tijdstip van de verkoop. Dat heeft echter dan alleen zin wanneer de schorsing van de executie wordt bewerkstelligd, bijvoorbeeld middels een kort geding. Immers het doen van verzet schorst de executie niet.17x Zie Nederlandse MvT Inv. Parl. Gesch. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), p. 99: verzet tegen de executie heeft geen schorsende werking, tenzij de wet zulks bepaalt zoals bijvoorbeeld in artikel 476 lid 2 Rv. Hoewel het Nederlands Antilliaanse executie- en beslagrecht aansluiting heeft gezocht bij de Nederlandse regeling, staat in de MvT op artikel 474g lid 2: ‘de behandeling schorst de executie’. Mogelijk is hier het woord ’niet’ weggevallen.
      Daal is van mening dat het verzet vóór het wijzen van de beschikking ex artikel 474g lid 1 Rv dient te geschieden.18x G. Daal, Executoriaal en conservatoir beslag op aandelen in kapitaalvennootschappen en op certificaten daarvan, Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2008, p. 71. Hiervoor voert Daal als argument aan dat als verzet nog tot aan het moment van verkoop mogelijk zou zijn, het verzet nog zelfs ná de afronding van de verzoekschriftprocedure mogelijk zou zijn terwijl dat geen zin meer heeft omdat de verkoop volgens de eerdere beschikking ondanks het verzet gewoon kan doorgaan. Voorts stelt Daal dat de proceseconomie daarbij is gebaat. De behandeling van het verzoek tot verkoop kan zo worden opgeschort totdat op het verzet is beslist of het verzoek tot verkoop van de aandelen gevoegd kan worden behandeld met het verzet.
      De executoriale verkoop van aandelen is specifiek in de wet geregeld. Daarbij is niet, zoals in artikel 456 Rv, bepaald dat verzet tot aan het moment van verkoop kan geschieden. De wetgever heeft hier kennelijk nadrukkelijk gekozen voor ‘tijdig’ als moment tot waarop het verzet tegen de verkoop van de aandelen kan geschieden. Niet zonder meer moet dan ook worden aangenomen dat, in navolging van artikel 456 Rv, het verzet tegen de verkoop van de aandelen tot aan het tijdstip van de verkoop kan geschieden.

    • 5. Executoriale verkoop van aandelen op naam

      De executoriale verkoop van in beslag genomen aandelen is niet gelijk aan de executoriale verkoop van in beslag genomen roerende zaken. Dit blijkt ook uit het feit dat alvorens tot de executoriale verkoop van aandelen kan worden overgegaan, artikel 474g lid 1 Rv bepaalt dat op straffe van verval van het beslag binnen één maand na het beslagexploit, de beslaglegger de rechter verzoekt om te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan. Ten aanzien van roerende zaken is zulks niet bepaald. Voorts bepaalt artikel 474 g lid 3 Rv dat de rechter in zijn beschikking bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht dient te geschieden. Ook lid 4 is van belang. Hierin is bepaald dat de deurwaarder ten aanzien van de verkoop en overdracht de wettelijke en statutaire verplichtingen in acht dient te nemen als ware hij de aandeelhouder met inachtneming van diens rechten en plichten. Het lijkt dan ook voor de hand te liggen dat het verzet moet zijn gedaan voordat de rechter op het verzoek beschikt. De rechter wordt zo in de gelegenheid gesteld de mogelijke rechten van derden-rechthebbenden af te wegen alvorens te bepalen op welke wijze tot de executoriale verkoop en de overdracht kan worden overgegaan en onder welke voorwaarden. De deurwaarder kan zich vervolgens, voor zover de aanbiedings- dan wel blokkeringsregeling van toepassing is, na de beschikking gedragen als de aandeelhouder en de aandelen aanbieden.

    • 6. Cumulatief beslag op aandelen op naam

      Artikel 474g Rv regelt de eigenlijke uitwinning. Om een omslachtige procedure te vergelijken met die van een verklaringsprocedure te vermijden, heeft de Nederlandse wetgever destijds gekozen voor een rechtelijke beschikking, te verkrijgen door een verzoekschriftprocedure waarin alle betrokkenen aan het woord kunnen komen.19x Zie ook Nederlandse MvT (zitting 1970-1971 – 11288) artikel 474g Rv. Die betrokkenen betroffen toen de derden-rechthebbenden die zich tegen de verkoop wensten te verzetten, maar ook de opposant tegen de afgifte van de kooppenningen. In het huidige Rv is zoals gezegd de mogelijkheid tot het doen van oppositie vervangen door de mogelijkheid van cumulatief beslag. Hieruit kan worden afgeleid dat cumulatief beslag moet zijn gelegd voordat de rechter op het verzoek tot verkoop heeft beschikt. Wanneer na de betreffende beschikking cumulatief beslag nog mogelijk zou zijn, dan zou, wil dat cumulatieve beslag rechtskracht behouden, de opvolgend beslaglegger eveneens de rechter dienen te verzoeken te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de door hem beslagen aandelen kan worden overgegaan. Hiertegen kunnen derden-rechthebbenden, waaronder de eerdere beslaglegger, dan (wederom) in verzet komen en overige belanghebbenden kunnen dan wederom worden gehoord.
      Het lijkt echter niet logisch dat de gehele procedure van artikel 474g Rv alsdan opnieuw doorlopen zou moeten worden. Ten eerste niet omdat de rechter ten aanzien van het eerdere beslag al heeft bepaald dat en wanneer tot verkoop en overdracht van de aandelen kon worden overgegaan en aan die verkoop ook voorwaarden geeft gesteld. Ten tweede niet omdat alvorens te komen tot de beschikking waarin de verkoop is bepaald, de rechter eerst op een eventueel verzet van derden-rechthebbenden heeft beslist en voorts ook de belanghebbenden al heeft gehoord. Cumulatief beslag nadat de beschikking tot verkoop aan de eerste beslaglegger is gegeven, leidt tot een Droste-effect van artikel 474g Rv. Immers na de beschikking aan de opvolgende beslaglegger is dan wederom cumulatief beslag mogelijk zodat die beslaglegger ook op zijn beurt artikel 474g Rv dient te doorlopen. Dit lijkt niet de bedoeling van de wetgever te zijn geweest. De bedoeling lijkt wel te zijn geweest om de executieverkoop van de in beslag genomen aandelen te concentreren rond één moment, te weten het moment dat de rechter, na in de gelegenheid te zijn geweest om alle betrokkenen te kunnen horen, bepaalt dat tot de verkoop van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan. Ten derde geldt dat met betrekking tot het doen van verzet tegen een voorgenomen uitwinning de wetgever bovendien nadrukkelijk heeft gekozen voor een E.J.-procedure:20x In Nederland: de verzoekschriftprocedure. een snelle en eenvoudige procedure.21x Zie Nederlandse MvT (zitting 1970-1971 – 11288) artikel 474g Rv. Herhaaldelijke verzoeken ex artikel 474g lid 1 Rv door opvolgende beslagleggers lijkt daarin niet te passen.

    • 7. Conclusie

      Cumulatief beslag op aandelen op naam dient evenals het verzet tegen de executoriale verkoop tijdig te geschieden. Dat ‘tijdig’ bij cumulatief beslag een ander moment zou kunnen zijn dan ‘tijdig’ bij het doen van verzet, lijkt niet logisch. Artikel 474g lid 2 NLD Rv (oud) bepaalde dat het doen van oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen én het doen van verzet diende te geschieden door tijdige indiening van een daartoe strekkend verzoekschrift. Hoewel de wetgever niet heeft aangegeven wat onder tijdig dient te worden verstaan, lijkt daaronder te moeten worden verstaan: voordat de beschikking is gegeven waarbij de executoriale verkoop is bepaald. De wetgever heeft in artikel 474g Rv, anders dan in artikel 457 Rv, gekozen voor ‘tijdig’ en niet voor ‘tot het tijdstip van de verkoop’. Mogelijk is die keuze bewust geweest. De executoriale verkoop van aandelen verloopt ook enigszins anders dan de executoriale verkoop van roerende zaken. Voor zover die keuze niet bewust zou zijn geweest en voor tijdig ook zou kunnen worden gelezen ‘vóór de verkoop’ zoals artikel 457 Rv bepaalt, geldt dat cumulatief beslag ook dan vóór de verkoopbeschikking dient te zijn gelegd. Nadien zal de deurwaarder immers veelal aanvangen met het aanbieden van de aandelen. Ten aanzien van de executoriale verkoop van roerende zaken geldt dat ingevolge artikel 469 lid 1 Rv de executoriale verkoop van roerende zaken met het opbod aanvangt.22x Zie ook Rechtbank Roermond, 19 mei 1983, NJ 1984, 266: oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen is geldig voor wat betreft de opbrengst van de goederen waarop ten tijde van de betekening van het beslag het aanbod nog niet was aangevangen. Anders: in tegenstelling tot Jansen stelt Cleveringa dat oppositie bij roerend goed tot de afloop van de verkoop mogelijk was. Zie Van Rossem-Cleveringa, Mr. W. van Rossem’s verklaring van het Nederlands wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, deel II, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1972, aantekening 2, artikel 457 Rv. Het aanbieden van de aandelen betreft dat opbod.

    Noten

    • 1 Zie ook de Nederlands Antilliaanse MvT op artikel 474g Rv. In de Nederlandse MvT op artikel 474g Rv wordt cumulatief beslag op aandelen niet genoemd.

    • 2 Simpelweg aansluiting zoeken bij de paritas creditorum is onvoldoende. Krachtens Rv is cumulatief beslag immers mogelijk, doch dient een dergelijk beslag wel tijdig te zijn gelegd.

    • 3 Landsverordening van de 29e april 2005 houdende vaststelling van een nieuw Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Pb. 2005, 59).

    • 4 HR 19 maart 1999, NJ 2000, 99 (Antilliaanse zaak). Zie ook HR 22 december 1989, NJ 1990, 311 (Arubaanse zaak).

    • 5 Zie ook G. Daal, Executoriaal en conservatoir beslag op aandelen in kapitaalvennootschappen en op certificaten daarvan, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2008, p. 207.

    • 6 Zie artikel ook 333 Rv NA (oud) (459 Rv NLD (oud)).

    • 7 Naar de terminologie van BW (oud).

    • 8 Artikel 457 lid 1 lid Rv NLD (oud).

    • 9 Bij wet van 7 september 1972, artikel 474c t/m 474h.

    • 10 F.M.J. Jansen, Executie- en beslagrecht, Zwolle: Tjeenk Willink 1980, p. 128.

    • 11 Artikel 474g Rv is gelijk aan artikel 474g Rv NLD.

    • 12 Voorheen artikel 331 Rv (oud).

    • 13 Artikel 18 lid 4 Overgangsbepalingen Rv NLD.

    • 14 Zie Nederlandse MvT (zitting 1970-1971 – 11288) artikel 474f Rv. Tevens worden als derden-rechthebbenden genoemd de voorafgaande beslagleggers.

    • 15 Groene Serie, Burgerlijke Rechtsvordering artikel 474g lid 2.

    • 16 Tekst & Commentaar, Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 474g lid 2 Rv.

    • 17 Zie Nederlandse MvT Inv. Parl. Gesch. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), p. 99: verzet tegen de executie heeft geen schorsende werking, tenzij de wet zulks bepaalt zoals bijvoorbeeld in artikel 476 lid 2 Rv. Hoewel het Nederlands Antilliaanse executie- en beslagrecht aansluiting heeft gezocht bij de Nederlandse regeling, staat in de MvT op artikel 474g lid 2: ‘de behandeling schorst de executie’. Mogelijk is hier het woord ’niet’ weggevallen.

    • 18 G. Daal, Executoriaal en conservatoir beslag op aandelen in kapitaalvennootschappen en op certificaten daarvan, Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2008, p. 71.

    • 19 Zie ook Nederlandse MvT (zitting 1970-1971 – 11288) artikel 474g Rv.

    • 20 In Nederland: de verzoekschriftprocedure.

    • 21 Zie Nederlandse MvT (zitting 1970-1971 – 11288) artikel 474g Rv.

    • 22 Zie ook Rechtbank Roermond, 19 mei 1983, NJ 1984, 266: oppositie tegen de afgifte van de kooppenningen is geldig voor wat betreft de opbrengst van de goederen waarop ten tijde van de betekening van het beslag het aanbod nog niet was aangevangen. Anders: in tegenstelling tot Jansen stelt Cleveringa dat oppositie bij roerend goed tot de afloop van de verkoop mogelijk was. Zie Van Rossem-Cleveringa, Mr. W. van Rossem’s verklaring van het Nederlands wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, deel II, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1972, aantekening 2, artikel 457 Rv.

Reageer

Uw reactie